Het is zelfs mogelijk dat er ter zake van de verkrijging van de aandelen zowel loon- als schenk- of erfbelasting verschuldigd is. De vraag is dan vervolgens of de Belastingdienst in zo een situatie aangeeft dat de dubbele heffing onwenselijk is en dan terugtreedt ten aanzien van de heffing van één van de belastingen. Voorgaande zijn vragen die in de fiscale praktijk spelen en we zijn nog in afwachting van een antwoord van de rechter. In een op 18 februari 2026 gepubliceerde uitspraak heeft de rechter een antwoord gegeven op de vraag of aandelen die de directeur-grootaandeelhouder aan de directeur in loondienst heeft geschonken, loon uit loondienstbetrekking vormen.
De rechtbank Noord-Nederland deed op 29 januari 2026 uitspraak in een zaak waarin geoordeeld moest worden of de overdracht van aandelen in de holding vennootschap door de voormalig enig aandeelhouder van een concern aan een directeur moest worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Eiser werkte sinds 2007 onafgebroken voor het concern in een loondienstbetrekking bij de werkmaatschappij en was voorafgaand aan de schenking directeur. Op 17 juni 2022 schonk de aandeelhouder alle aandelen van de houdstervennootschap aan eiser. De economische waarde hiervan bedroeg € 7.800.000. De schenking bevatte verschillende voorwaarden, waaronder een ontbindende voorwaarde en een doorgeefverplichting bij toekomstige bedrijfsopvolging. De schenker en de directeur waren geen familie van elkaar. De inspecteur merkte de waarde van de aandelen aan als loon uit dienstbetrekking en verhoogde het belastbaar inkomen van eiser over 2022 naar € 8.033.836. Volgens de inspecteur was er sprake van een causaal verband tussen de schenking en de dienstbetrekking, het verkrijgen van de aandelen hing samen met de dienstbetrekking. De directeur heeft geen bijzondere persoonlijke band gehad met de schenker en in de uitoefening van zijn functie heeft de directeur laten zien een waardig opvolger te zijn van de schenker. Eiser bestreed dit en stelde dat sprake was van een zuivere schenking in het kader van bedrijfsopvolging, zonder dat sprake was van een beloning voor prestaties. De schenker trad op als privépersoon, niet namens de werkgever, en de schenking was ingegeven door het belang van de continuïteit van het familiebedrijf. Daarbij wees eiser op de doorgeefverplichting: de aandelen moeten om niet worden doorgeleverd aan een volgende bedrijfsopvolger als de directeur uit dienst treedt. De rechtbank overwoog dat de aandelen behoorden tot het privévermogen van de schenker en dat niet aannemelijk was geworden dat de werkgever de schenker heeft gecompenseerd voor de verarming die de schenking veroorzaakte. Daarmee was onvoldoende onderbouwd dat de schenking als loon van de werkgever moest worden gezien. Ook was er geen sprake van loon van derden, omdat dit vereist dat het gaat om een prestatie die is geleverd waarvoor de fooi een vergoeding vormt. Daarvan was geen sprake. De rechtbank vond aannemelijk dat de schenker bij de schenking vooral handelde in zijn hoedanigheid van aandeelhouder en vanuit de wens om de continuïteit en het karakter van de onderneming te waarborgen. De doorgeefverplichting, het ontbreken van vrije beschikking over de aandelen en de verklaringen van de schenker bevestigden dit. Hoewel de directeur zonder zijn dienstverband nooit als opvolger zou zijn aangewezen, is dat op zichzelf onvoldoende om het voordeel als loon te kwalificeren. Ook van fooien of vergelijkbare prestaties van derden was geen sprake, omdat niet aannemelijk was dat de schenking een vergoeding was voor door eiser verrichte arbeid. Dat eiser jarenlang bij het concern werkzaam was en doorgroeide tot directeur betekende niet dat de schenking primair bedoeld was als beloning voor zijn werkzaamheden. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur niet had voldaan aan de bewijslast om aan te tonen dat de schenking belast loon vormde. Het beroep werd gegrond verklaard.
Deze uitspraak geeft aan dat het dus mogelijk is om aandelen in de werkgever te schenken aan een werknemer zonder dat dit leidt tot loonbelastingheffing over de waarde van de geschonken aandelen. Het is een feitelijke uitspraak, de rechter oordeelde dat op de volgende gronden dat er geen sprake was van een loonvoordeel:
– De aandelen behoorden tot het privévermogen van de schenker
– De werkgever van de begiftigde heeft niets opgeofferd met de schenking, de schenker is niet gecompenseerd voor de schenking;
– Het motief om te schenken was om te voorkomen dat de aandelen gekocht zouden worden door een strategische koper/private equity partij die alleen de winstgevende onderdelen van het bedrijf zou voortzetten en de rest van de activiteiten zou staken of afstoten;
– De directeur heeft de schenking geaccepteerd onder de voorwaarde dat hij de aandelen om niet moet dooroverdragen als hij zijn werkzaamheden voor het concern staakt (verplichte doorlevering).
Voorgaande uitspraak laat zien dat het mogelijk is om aandelen in de werkgever te schenken zonder dat dit tot loonbelastingheffing leidt bij de werknemer. Belangrijk is om te onderbouwen waarom de schenking geen loonvoordeel oplevert. Deze uitspraak biedt voldoende argumenten, die gebruikt kunnen worden om geen loonvoordeel te beargumenteren.
Vermoedelijk gaat de beantwoording van de vraag of het schenken of erfrechtelijk nalaten van aandelen in de werkgever aan een werknemer nog wel een vervolg krijgen. De Belastingdienst zal naar alle waarschijnlijkheid beroep aantekenen tegen de uitspraak en wellicht zal de Hoge Raad zich er ook over buigen. Dit is nog niet het definitieve antwoord zo verwacht ik.
mr. Ewoud de Ruiter is belastingadviseur bij 3RRR Belastingadviseurs en verbonden aan Publiq belastingadviseurs.
Werknemersparticipatie biedt kansen, maar vereist fiscale finesse. Door de structuur goed te ontwerpen en de regelgeving te kennen, voorkomt u onaangename verrassingen. Wilt u meer weten? Volg dan de cursus over werknemersparticipatie en lucratief belang op 2 juni 2026 bij Fiscaal Vanmorgen.


Geef een reactie