Zaak nr: 25/1673 Wtra AK
De zaak draaide om een brancheorganisatie met ongeveer 1.300 leden. De vereniging kent een ledenraad, waaruit het bestuur en de financiële commissie worden gekozen. De klager maakte tot begin 2024 deel uit van zowel de ledenraad als de financiële commissie. Hij stapte dat jaar samen met twee andere leden op, omdat zij naar eigen zeggen geen verantwoording meer konden nemen voor het gevoerde financiële beleid.
Vanaf 2019 ook samenstellingsopdracht
Sinds 2017 is de vereniging klant bij het betrokken accountantskantoor. Aanvankelijk was sprake van een beoordelingsopdracht, maar vanaf boekjaar 2019 werd dat een samenstellingsopdracht. In de opdrachtbevestiging staat dat het kantoor op basis van door de vereniging aangeleverde gegevens de jaarrekeningen vanaf 2019 zou samenstellen en daarbij een samenstellingsverklaring zou verstrekken. Daarbij werd expliciet vermeld dat geen controle- of beoordelingswerkzaamheden zouden worden uitgevoerd en dat dus geen oordeel of conclusie over de getrouwheid van de jaarrekening werd gegeven.
Volgens de statuten van de vereniging moest bij het financieel verslag wel een accountantsverklaring aanwezig zijn. Daarin stond bovendien dat uit die verklaring moest blijken dat de accountant ook aandacht had geschonken aan de budgetbewaking en had beoordeeld of er aanleiding was het bestuur te attenderen op het gevoerde of te voeren beleid, met name waar het de financiële consequenties daarvan betrof.
Eerdere klacht
De klager had eerder al een klacht tegen de accountant ingediend. Daarin stelde hij onder meer dat de accountant de vereniging eerder had moeten waarschuwen voor de winstverdeling met een bv, waarvan de vereniging 95,05 procent van de aandelen hield en de directeur 4,95 procent. Ook zou sprake zijn geweest van tegenstrijdige belangen bij de waardering van het minderheidsbelang van die directeur. Die eerdere klacht werd ongegrond verklaard.
In deze nieuwe procedure voerde de accountant eerst aan dat de klacht deels niet-ontvankelijk was, omdat dezelfde verwijten al eerder aan de orde waren geweest. De Accountantskamer ging daar niet in mee. Hoewel de klager dit verwijt tijdens de zitting in de eerste zaak al had genoemd, was het toen wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. Omdat er nog geen inhoudelijk oordeel over was gegeven, stond het beginsel van ne bis in idem volgens de tuchtrechter niet aan behandeling van de klacht in de weg.
Meerdere betekenissen
Inhoudelijk stelde de klager dat onder het begrip ‘accountantsverklaring’ in de statuten een controleverklaring moest worden verstaan. Daarom had de accountant volgens hem geen samenstellingsopdracht mogen aanvaarden. Ook wees klager op de financiële en bestuurlijke complexiteit van de organisatie en op mogelijke tegengestelde belangen.
De Accountantskamer volgt die redenering niet. Het begrip ‘accountantsverklaring’ kent in de relevante regelgeving meerdere betekenissen en uit de statuten bleek niet duidelijk dat een controle- of beoordelingsopdracht was vereist. Daarbij woog mee dat de vereniging niet wettelijk controleplichtig was.
Wel oordeelt de Accountantskamer dat de statuten méér verlangden dan alleen een reguliere samenstellingsverklaring. In de statuten werd immers ook verwezen naar aandacht voor budgetbewaking en het attenderen van het bestuur op financieel beleid en de gevolgen daarvan. Dat betekende volgens de tuchtrechter echter nog niet dat de accountant de samenstellingsopdracht niet mocht aannemen. Voor die aanvullende werkzaamheden had de vereniging een afzonderlijke of nadere opdracht kunnen verstrekken. Dat dat niet is gebeurd, komt volgens de Accountantskamer voor rekening van de vereniging zelf en niet van de accountant.
Beginselen VGBA niet geschonden
Daarbij woog mee dat de accountant had verklaard dat hij vooraf had gewezen op het feit dat met alleen een samenstellingsopdracht niet volledig aan de statuten zou worden voldaan. Ook zou hij hebben geadviseerd om een duidelijk normenkader op te stellen of de statuten aan te passen. De Accountantskamer zag geen aanleiding om aan die verklaring te twijfelen.
De klacht strandde daarmee op de kernvraag of de accountant deze opdracht mocht aanvaarden. Het antwoord van de Accountantskamer: dat binnen de vereniging discussie bestond over governance en informatievoorziening, betekent nog niet dat de accountant de fundamentele beginselen van de VGBA heeft geschonden.


Geef een reactie