Wie dit jaar nog een subsidieaanvraag voor een project gaat indienen, lijkt zich geen zorgen meer te hoeven maken over een wachtrij. Sterker nog: er blijft steeds vaker budget liggen. Dat lijkt goed nieuws, maar is het dat ook? Wie iets langer stilstaat bij deze ontwikkeling, ontdekt een opmerkelijke paradox. Waar de overheid juist streeft naar het versnellen van verduurzaming, blijkt de vraag naar financiële ondersteuning in te zakken. En dat terwijl de klimaatopgave urgenter is dan ooit. Wat is hier aan de hand?
Van piek naar plateau
De verschuiving van overtekende subsidies naar onderbenutte regelingen komt niet uit de lucht vallen. De meest logische verklaring? De wijzigingen in steunintensiteit en voorwaarden. Zowel de DUMAVA-regeling als de SSEB-regeling is in de afgelopen jaren aangepast. En niet ten gunste van de aanvragers. Bij DUMAVA, dat sinds 2022 subsidie biedt voor verduurzamingsmaatregelen aan maatschappelijk vastgoed, werd de subsidie voor individuele maatregelen verlaagd van 30% naar 20%. In 2022 en 2023 was het budget binnen een dag op. In 2024 bleef er van de € 452 miljoen bijna € 33 miljoen ongebruikt. In de nieuwe openstelling van juni 2025 is na drie dagen ‘slechts’ € 158 miljoen aangevraagd, terwijl het plafond op € 405 miljoen ligt.
Ook bij SSEB zijn er duidelijke signalen van terughoudendheid. Deze regeling, gericht op de aanschaf of retrofit van emissieloze bouwmachines, is in 2023 en 2024 ingrijpend gewijzigd. Het subsidiepercentage daalde, en door een complexe verrekening met de Milieu-investeringsaftrek (MIA) ontstond onzekerheid bij aanvragers. In sommige gevallen bleef er relatief weinig over van de verwachte subsidie. Sinds 2025 is deze koppeling losgelaten en gelden vaste percentages (bijvoorbeeld 19% voor het mkb bij aanschaf, tot zelfs 30% voor waterstoftechniek). Een verbetering, maar toch is de regeling niet meer zo populair als voorheen.
Grote regelingen, beperkte tractie
Een andere interessante case is de VEKI (Versnelde Klimaatinvesteringen in de Industrie). Deze regeling liep tussen 2019 en 2023 en van april 2024 tot en met januari 2025. De regeling richt zich op bewezen CO₂-reducerende investeringen in de industrie, energie- en afvalsector. Deze regeling lijkt inhoudelijk robuust en effectief – volgens evaluatiebureau Dialogic levert elke € 100 miljoen subsidie een CO₂-reductie op van 250–375 kiloton. Toch leverde de openstelling van 2024 pas richting het einde een overtekening op. De jaren ervoor was er zelfs sprake van onderbenutting, deels door onbekendheid en stringente voorwaarden.
Positief is dat VEKI wél een toekomst krijgt. Op basis van de evaluatie is besloten om de regeling met vijf jaar te verlengen. Vanaf september 2025 is er weer budget beschikbaar. Daarbij worden enkele knelpunten opgelost, zoals de te korte realisatietermijn en de afstemming met de Energie-investeringsaftrek (EIA). Vooral voor industriële bedrijven met lange terugverdientijden blijft dit een kansrijke regeling.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Over het algemeen wordt de aantrekkelijkheid van een subsidie niet alleen bepaald door het doel of de hoogte van het budget, maar vooral door de eenvoud, duidelijkheid en financiële prikkel die ermee gepaard gaan. Door de percentages te verlagen en de voorwaarden aan te scherpen, is voor veel ondernemers de drempel hoger geworden dan de beloning rechtvaardigt.
Maar wie slim is, ziet hier geen obstakel maar juist een kans. De concurrentie bij veel regelingen is fors afgenomen. Waar voorheen razendsnel moest worden gehandeld en projecten ‘aan de voorkant’ al sneuvelden in afwegingen over timing en slagingskans, is het speelveld nu veel rustiger. Daardoor is er meer ruimte om inhoudelijke kwaliteit te leveren, en is de kans op honorering aanzienlijk toegenomen. Daardoor liggen er binnen de verschillende regelingen miljoenen klaar voor projecten die technisch en organisatorisch haalbaar zijn, maar waarvoor eerder de timing ongunstig leek. Denk aan schoolbesturen die energiemaatregelen willen nemen, aannemers die investeren in elektrische bouwmachines, of voedselverwerkers die CO₂-arme stroomopwekking willen realiseren.
Oproep aan de praktijk
De energietransitie is nog lang niet voltooid. De gebouwde omgeving, de bouwsector en de industrie staan voor enorme uitdagingen om in lijn te komen met de doelstellingen voor 2030 en 2050. Subsidies zijn een belangrijk instrument om die versnelling mogelijk te maken. Tegelijkertijd verliezen deze subsidies hun werking als niemand ze aanvraagt. Dan blijven mooie beleidsinstrumenten op de plank liggen. Dat is niet alleen zonde van het geld, maar ook van de tijd. Want de klimaatdoelen zijn urgent, en de middelen liggen er.
Rogier Teunissen MSC (eigenaar van InnoVein) is als subsidieadviseur en trainer verbonden aan Fiscount.



Geef een reactie