Marga staart naar het scherm van haar laptop. Het artikel dat ze net heeft gelezen blijft rondzoemen in haar hoofd. Ze heeft het al drie keer opnieuw geopend. “Aangifte doen van seksueel geweld: wat kun je verwachten?” stond er bovenaan. De website van Slachtofferwijzer. Ze had het adres van Chantal gekregen, na hun gesprek eerder die week.
Dat gesprek. Eerst was Marga opgelucht geweest dat ze er niet alleen voor stond. Dat Chantal iets soortgelijks met Joost had meegemaakt. Maar toen Marga haar twijfels uitte over vervolgstappen, had Chantal haar aangekeken met vuur in haar ogen.
“We móéten aangifte doen, Marga. Dit mag niet onbesproken blijven.”
En Marga had geknikt. Of was het een halve knik geweest? Ze weet het niet meer precies. Ze had zich klein gevoeld, niet omdat Chantal haar aanviel – integendeel – maar omdat de woorden haar confronteerden. Was dit nu echt nodig?
Wat zij al die tijd had weggestopt, werd nu luid en duidelijk benoemd. Niet als ‘misverstand’, niet als ‘ongelukkige situatie’, maar als aanranding.
Een kus die je niet wilt, is aanranding.
Ze hoort Chantal het opnieuw zeggen.
En ze weet dat het waar is.
Maar ze weet ook hoeveel twijfel er in haar zit.
Ze leest opnieuw: “Sinds 2024 hoeft er bij seksueel grensoverschrijdend gedrag geen sprake meer te zijn van dwang of geweld om het strafbaar te maken.”
Dus ja, juridisch bezien: het kán nu.
Maar… kan zij het ook? Is ze er wel klaar voor?
Ze pakt haar pen en begint te schrijven. Een gewoonte uit haar therapietijd. Het was een van haar eerste opdrachten. Schrijf alles op, zonder censuur.
“Je hoeft je niet te schamen voor wat je voelt en denkt.”
Ze hoort Carolien, haar therapeut, het nog zeggen.
Wat als niemand mij gelooft?
Wat als ze zeggen: ‘Een kus, kom op zeg’?
Wat als Joost zegt dat ik het verkeerd herinner?
Wat als het niets oplevert behalve gedoe?
Wat als zijn vrouw het te weten komt?
Wat als hij wraak neemt?
De gedachten buitelen over elkaar heen. Ze worden zinnen in haar hoofd die al klaarstaan om haar onderuit te halen. Terwijl ze naar haar scherm kijkt, begint ze te malen.
Ze hoort de stemmen van de vennoten, haar oud-collega’s, haar moeder:
“Het was een feestje. Dan gebeuren er wel eens rare dingen.”
“Ik denk dat Joost zelf ook geschrokken is.”
“Wil je nu echt het gezinsleven van iemand kapotmaken?”
“Hij heeft je toch niet verkracht?”
Ze ademt in.
En uit.
Weer in.
Vijf minuten lang.
Pas dan voelt ze hoe haar schouders langzaam zakken. De paniek trekt zich terug, als eb na een hevige vloed.
Maar de vraag blijft.
Niet: Wat is er gebeurd?
Maar: Wat moet ik nu doen?
Marga loopt naar de keuken, gooit de koude thee in de gootsteen en schenkt zichzelf een nieuwe kop in. Dan pakt ze haar telefoon. Ze scrollt door haar berichten.
Daar is hij.
Joost.
Zijn naam staat nog steeds in haar contacten. Waarom heeft ze die niet verwijderd?
Is dat ook geen teken?
Dat ze het misschien overdrijft?
Dat een ongewilde zoen uiteindelijk niet zoveel om het lijf heeft?
Ze twijfelt.
Moet ze Joost uitnodigen? Hem een app sturen?
Moet ze hem recht aankijken en zeggen wat hij met haar heeft gedaan?
Wat die ene kus, die grensoverschrijding, met haar heeft gedaan?
Ze hoort Chantal weer:
“Marga, je hoeft hem nergens voor uit te nodigen. Hij heeft zijn moment gehad. Jij hoeft hem geen podium te geven.”
En toch knaagt het.
Niet omdat ze Joost ermee wil weg laten komen.
Maar uit de behoefte om zélf regie te houden.
Zonder politie, zonder advocaat. Gewoon: oog in oog.
Zeggen wat ze nog nooit heeft durven zeggen.
Maar durft ze dat?
En is het eerlijk om hem daarmee te confronteren – of is het juist eerlijk tegenover zichzelf?
Ze pakt haar pen en schrijft in haar notitieboek:
Is het moedig om te zwijgen? Of is het moedig om te spreken?
Wil ik erkenning, wraak of herstel?
Kan ik dat gesprek voeren zonder mezelf opnieuw te verliezen?
Kan ik trouw zijn aan mijzelf?
Ze sluit haar ogen. Zucht nog eens diep. In de kamer is het stil. De thee dampt nog.
Ze weet één ding: wat ze ook kiest, het moet haar keuze zijn. Ze moet er zelf achter staan.
Niet gestuurd door angst.
Niet gestuurd door de belangen van Joost of zijn gezin.
Niet gestuurd door Chantal, hoeveel zielsverwantschap ze ook voelt.
Het gaat om haar behoefte aan waarheid.
Ze klapt haar laptop dicht.
Het miezert nog steeds.
“Ik kan beter naar bed gaan,” denkt Marga.
“Vandaag vind ik toch geen antwoorden op mijn vragen.”
Jan Wietsma


Geef een reactie