Het incident, dat plaatsvond in Hoogvliet in de nacht van 31 januari op 1 februari 2025, werd grotendeels vastgelegd op videobeelden vanuit de auto. De werkgever hoeft het dienstverband niet te herstellen en de werknemer moet de aanzienlijke schade vergoeden.
Ernstig roekeloos rijgedrag
Uit de beelden blijkt dat de werknemer vrijwel direct na het verlaten van een parkeergarage tegen twee geparkeerde auto’s botste, achteruit rolde, opnieuw een botsing veroorzaakte en daarna met hoge snelheid de weg vervolgde. Tijdens deze rit ontstond een grote vonkenregen onder het voertuig, reed hij over een verkeersdrempel, botste tegen een derde geparkeerde auto en reed een lantaarnpaal omver. Daarna verliet hij tweemaal de plaats van het ongeval.
De kantonrechter benadrukt dat “iedere weldenkende chauffeur bij het ontstaan van een dergelijke vonkenzee zou zijn gestopt” en kwalificeert het rijgedrag als “onacceptabel”, ook als zou worden aangenomen dat de werknemer – zoals hij betoogde – niet onder invloed van drugs verkeerde.
Alcoholgebruik en leugens
Vaststaat dat de werknemer alcohol had gedronken voorafgaand aan de rit en daarover aanvankelijk onjuiste verklaringen aan zijn werkgever gaf. De kantonrechter acht dit, in combinatie met het tweemaal verlaten van de ongevalslocatie, voldoende voor een dringende reden, ook los van de vraag of sprake was van rijden onder invloed van drugs.
Het verweer dat sprake zou zijn geweest van een ‘black-out’ acht de rechter ongeloofwaardig, mede omdat de werknemer op andere momenten wél details van de rit beschreef. Het aanbod om een vriend als getuige te horen over het roken van een sigaret in plaats van een joint, wordt gepasseerd: zelfs als dat juist zou zijn, blijft de dringende reden overeind.
Ontslag op staande voet gerechtvaardigd
Volgens de kantonrechter leveren de gedragingen – afzonderlijk en in samenhang – een dringende reden op die het ontslag op staande voet rechtvaardigt:
“Werkgever heeft op basis van alle feiten en omstandigheden mogen beslissen om de arbeidsovereenkomst per direct te beëindigen. Uit de ontslagbrief blijkt dat de verschillende gedragingen – als in de brief weergegeven – de dringende redenen zijn voor het ontslag op staande voet. Werkgever heeft in de brief duidelijk gemaakt dat die redenen ieder op zichzelf ook een dringende reden zijn. Dit betekent dat het roekeloze rijgedrag van werknemer met de bedrijfsauto, waardoor hij forse schade heeft veroorzaakt, het tot twee keer toe verlaten van de plaats van het ongeval en de leugenachtige verklaringen van werknemer toen hij door zijn werkgever werd aangesproken op de gebeurtenissen, door werkgever terecht zijn aangemerkt als dringende redenen. Dus ook los van de vraag of hij de ongevallen heeft veroorzaakt onder invloed van genotsmiddelen, zijn de andere genoemde gedragingen voor werkgever reden geweest voor een ontslag op staande voet.
De kantonrechter is van oordeel dat deze gedragingen, in onderlinge samenhang beschouwd, in de gegeven omstandigheden het ontslag op staande voet ook kunnen dragen. De kantonrechter weegt bij de beoordeling van de ernst van de gedragingen van de werknemer ook de ernstige gevolgen mee. Werknemer heeft zowel forse schade aan de bedrijfsauto als aan drie andere auto’s en een lantaarnpaal veroorzaakt. Gelet op de ernst van de schades lag het op de weg van werknemer om werkgever hierover al eerder te informeren en niet pas 21 uur later. Bovendien heeft werknemer toen niet verteld wat de omvang van de door hem veroorzaakte schade was. Werkgever heeft in dit verband onweersproken gesteld dat zij pas later, door berichten in de media, op de hoogte is geraakt van de omvang van de ravage die werknemer had veroorzaakt. Verder heeft werknemer in het latere gesprek, waarin hij ter verantwoording werd geroepen over wat er was gebeurd, zich weinig transparant opgesteld en ontwijkende en aantoonbaar leugenachtige antwoorden gegeven. De gebeurtenissen staan verder ook niet op zichzelf, werknemer was al eerder gewaarschuwd voor zijn gedrag, onder meer over alcoholgebruik tijdens een bedrijfsevent.”
Geen transitievergoeding en geen billijke vergoeding
De werkgever hoeft dan ook geen transitievergoeding aan de werknemer te betalen, omdat het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (artikel 7:673 lid 7 BW). De werknemer heeft niet alleen de interne regels van de werkgever (de bruikleenovereenkomst van de auto en het Autoreglement dat op de bruikleenovereenkomst van toepassing is verklaard), maar ook de Wegenverkeerswet overtreden door zeer roekeloos rijgedrag te vertonen en tot twee keer toe de plaats van het ongeval te verlaten. Vanzelfsprekend heeft werknemer ook geen recht op een billijke vergoeding.
Omdat het ontslag rechtsgeldig is, gold voor de werkgever geen opzegtermijn. Daarom heeft de werknemer ook geen recht op een vergoeding voor onregelmatige opzegging (artikel 7:672 lid 11 BW).
Schadevergoeding
De werknemer zelf moet de schade aan de bedrijfsauto en twee van de drie geparkeerde auto’s – samen bijna €40.000 – vergoeden. De hoogte van de schade aan de derde auto en de lantaarnpaal moet nog worden vastgesteld. De rechter weegt bij de beoordeling mee dat de werknemer zijn werkgever pas 21 uur na het incident informeerde, zonder de volledige omvang van de schade te melden, en dat de werkgever pas via mediaberichten op de hoogte raakte van de ravage. Daarnaast was de werknemer eerder gewaarschuwd over alcoholgebruik tijdens een bedrijfsevenement.


Geef een reactie