Hoewel het ontslag op staande voet strandt op formele gronden, werd de arbeidsovereenkomst alsnog ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, zonder recht op enige vergoeding.
Tegenvallende resultaten
De werknemer was sinds juli 2024 in dienst als bedrijfsleider van een Ierse pub en was verantwoordelijk voor onder meer de dagelijkse gang van zaken, het personeel en de administratie. In de tweede helft van 2024 werd de eigenaar door de boekhouder gewezen op tegenvallende marges en een achterblijvende omzet. Dat leidde tot meerdere gesprekken met de bedrijfsleider. In die periode gaf de eigenaar herhaaldelijk en expliciet de instructie om geen contante betalingen van klanten aan te nemen, onder meer per e-mail op verschillende momenten tussen december 2024 en oktober 2025.
Onderzoek
Omdat verbetering uitbleef en de onregelmatigheden in de boekhouding aanhielden, schakelde de ondernemer in mei 2025 een extern onderzoeksbureau in om mogelijk frauduleus handelen binnen de onderneming te onderzoeken. Dat onderzoek liep van mei tot en met oktober 2025. Uit de bevindingen bleek dat de werknemer contante betalingen buiten het kassasysteem hield door verkopen achteraf te verwijderen en het ontvangen geld apart te bewaren in een eigen kas. Daarmee ontstond een geldstroom die niet in de reguliere administratie werd verwerkt.
Kantonrechter
Op 16 oktober 2025 werd de werknemer mondeling op staande voet ontslagen, waarna dit ontslag een dag later per e-mail is bevestigd. Ze kon zich daar niet mee verenigen en startte een procedure bij de kantonrechter. De werknemer stelde dat zij handelde in opdracht van de eigenaar, maar liet dat standpunt later los. De vrouw voerde vervolgens aan dat de werkgever op de hoogte was, of had moeten zijn, van haar werkwijze. De kantonrechter volgt haar daarin niet en wijst op de expliciete instructies die juist het tegenovergestelde inhielden.
Ontslag niet onverwijld gegeven
De kantonrechter oordeelt echter dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. Doorslaggevend is dat het onderzoeksbureau al in juli 2025 had vastgesteld wat er speelde, terwijl onvoldoende is toegelicht waarom het onderzoek nog maanden moest doorlopen of waarom niet eerder is ingegrepen. Volgens de rechtbank heeft de werkgever daarmee onvoldoende voortvarend gehandeld.
Omdat niet is voldaan aan het vereiste van onverwijldheid, wordt het ontslag op staande voet vernietigd. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst formeel is blijven doorlopen en dat de werkgever het loon moet doorbetalen vanaf de ontslagdatum tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt. De kantonrechter kent daarbij een gematigde wettelijke verhoging van 10 procent toe.
Ontbinding arbeidsovereenkomst
Het voorwaardelijke tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst slaagt wel. De kantonrechter acht bewezen dat de werknemer structureel verkopen uit het kassasysteem verwijderde en contant geld buiten de administratie hield, in strijd met duidelijke instructies. Dat handelen kwalificeert als ernstig verwijtbaar:
“Vast staat dat [partij A] een zwarte kasstroom heeft gecreëerd door verkochte producten uit het kassasysteem te verwijderen en het daarvoor door klanten betaalde contante geld uit de kassa te halen en in een aparte kas te bewaren. Deze kasstroom hield zij (met een niet nader geconcretiseerde frequentie) bij in een kasboek, aldus [partij A].
Waar zij aanvankelijk heeft aangevoerd dat zij dit heeft gedaan in opdracht van [naam], heeft zij dit standpunt ter zitting verlaten; in haar pleitnota heeft zij aangevoerd dat hij met haar handelwijze bekend was, althans had moeten/kunnen zijn (waarmee zij kennelijk heeft willen betogen dat zij er daarom vanuit mocht gaan dat haar handelwijze akkoord was).
Een en ander is door [partij B] betwist. Uit de door haar overgelegde producties blijkt dat zij [partij A] meermaals de instructie heeft gegeven om geen contante betaling van klanten te accepteren en bovendien dat zij belang hechtte aan een gedegen bijgehouden boekhouding. [partij A] heeft deze instructie niet opgevolgd en heeft bovendien een allesbehalve overzichtelijke (zwarte) kasstroom gegenereerd. Hoewel zij als bedrijfsleider verantwoordelijk was voor het op correcte wijze registreren van verkopen in het kassasysteem, heeft zij dit niet gedaan, waarmee zij naar het oordeel van de kantonrechter (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld. De stelling van [partij A] dat zij het contante geld niet in eigen zak heeft gestoken, maar heeft aangewend ten behoeve van de onderneming doet niet af aan het verwijtbare karakter van haar handelwijze.”
Geen transitievergoeding
De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden per 1 april 2026. Vanwege de ernst van het verwijtbaar handelen heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding:
“De kantonrechter oordeelt dat de handelwijze van [partij A] kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen. De lat voor het aannemen van ernstige verwijtbaarheid ligt weliswaar hoog, maar die is naar het oordeel van de kantonrechter wel gehaald. Volgens de wetsgeschiedenis moet het bijvoorbeeld gaan om een situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.6 [partij A] heeft meermaals contante gelden onttrokken uit het kassasysteem van [partij B], waardoor deze uit het zicht van [naam] zijn verdwenen. Het is van groot belang dat een werkgever kan vertrouwen op integer handelen van zijn bedrijfsleider. De bedrijfsleider is immers verantwoordelijk voor de correcte verwerking van de betalingen. Door dat vertrouwen stelselmatig te beschadigen heeft [partij A] ernstig verwijtbaar gehandeld. Dat betekent dat [partij A] geen recht heeft op betaling van de transitievergoeding.”
Ook een billijke vergoeding wordt niet toegekend, omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. Dat de werknemer zwanger was, staat volgens de kantonrechter niet aan ontbinding in de weg. Het opzegverbod houdt geen verband met de redenen voor beëindiging van het dienstverband, die uitsluitend zijn gelegen in haar handelen.
Per saldo betekent de uitspraak dat het ontslag op staande voet geen stand houdt, maar dat de werknemer haar baan alsnog verliest, zonder aanspraak op enige beëindigingsvergoeding.


Geef een reactie