Mantelaers is daarnaast bijzonder lector verbonden aan het lectoraat Future-proof Auditor van Zuyd Hogeschool en actief bij Maastricht University (RA-opleiding) en Erasmus Universiteit Rotterdam (Leergang ‘fraude’).
Zijn conclusie: “De casusverhalen zijn rijker geworden, behandelen meer facetten van de bedrijfscontrole, en verwachten dat de kandidaat op al die facetten kan schakelen. Dit verhoogt de moeilijkheidsgraad en benadert de complexiteit van real-life controles.”
Basis blijft: kernposten, materialiteit en continuïteit
De klassieke controlevraagstukken zijn nog altijd de rode draad, constateert Mantelaers. Vrijwel elk tentamen bevat vragen over de controle van balansposten of omzet, zoals onderhanden werk of voorraad. Ook materialiteit is een vaste waarde; vaak wordt impliciet gevraagd naar de gevolgen van een wijziging in materialiteit voor de controleaanpak.
Continuïteit (going concern) lijkt in de loop van de jaren vaker terug te komen. Mantelaers: “Hierin verschuift de nadruk van louter technisch naar meer oordeelsvorming: Hoe beïnvloedt deze onzekerheid mijn controleaanpak en verklaring?”
Digitalisering als constante factor
IT-risico’s maken vanaf het eerste tentamen deel uit van de vragen en zijn sindsdien niet meer weg te denken. In 2020 ging het bijvoorbeeld om een fout in de standaardkostprijzen na een systeemrelease, de latere casussen bevatten vraagstukken over webshops, datalekken, autorisaties en ERP-omgevingen. Gemiddeld komt in bijna de helft van de tentamens een IT-gerelateerd probleem voor.
Opvallend is dat IT en fraude vaak samen voorkomen, constateert Mantelaers. Een casus over nieuwe online systemen gaat regelmatig gepaard met risico’s op ongebruikelijke journaalposten of management override. “Dit suggereert dat de examens fraude niet als geïsoleerd onderwerp zien, maar in context van de bedrijfsprocessen en -systemen.”
Nieuwe thema’s: duurzaamheid en kwaliteitszorg
Vanaf eind 2021 verschijnen voor het eerst vragen over duurzaamheid en niet-financiële informatie, blijkt uit de analyse. Kandidaten moeten nadenken over assurance bij duurzaamheidsindicatoren of over de rol van de accountant bij duurzaamheidsinformatie in het bestuursverslag. Mantelaers: “De frequentie is nog laag, maar duidelijk in opkomst richting 2025, parallel aan echte ontwikkelingen (CSRD et cetera).”
Ook interne kwaliteitszorg van de accountant zelf heeft een plek gekregen. In 2022 werd een casus voorgelegd waarin de gevolgen van een interne dossierreview onderwerp van toetsing waren. Daarmee toetsen de tentamens niet alleen handelingen richting de cliënt, maar ook het zelfreflectieve vermogen en de kwaliteitsbeheersing binnen het accountantskantoor.
Complexiteit neemt toe
De complexiteit van de examens neemt toe, concludeert Mantelaers onder meer. “De latere examens bevatten breder geformuleerde vragen en vereisen meer beoordelingsvermogen. In 2020 waren vragen vaak duidelijk afgebakend (bijv. “Noem de controlewerkzaamheden voor post X” of “Wat is de materialiteit bij situatie Y”). In 2024-2025 zien we vragen die meerdere elementen samenpakken.”
Daarnaast worden er nieuwe competenties getest. De tentamens eisen ook steeds meer dat kandidaten meerdere onderwerpen in samenhang beheersen – van groepsaudit tot fraude-aspecten, van continuïteit tot compliance – net zoals in de praktijk één cliëntdossier al die elementen kan bevatten. Mantelaers: “Dit duidt erop dat de toetsing meebeweegt met de beroepsontwikkeling richting een meer allround vertrouwensprofessional.”
De volledige analyse is hier te vinden.



Geef een reactie