Volgens de voorzieningenrechter is de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, ook als de bank op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) verplicht was de relatie te beëindigen. Dat blijkt uit het deze week gepubliceerde vonnis.
Klantonderzoek Wwft
De zaak draait om een klantrelatie die sinds 2006 liep. De ASN Bank, ook handelend onder de naam SNS Bank, voerde tussen februari en december 2024 een klantonderzoek op grond van de Wwft uit naar verschillende betalingen van de rekeningen van de eiser naar Turkije, met een totaalbedrag van € 88.300, en contante opnames ter waarde van € 9.300. Toen de eiser volgens de bank onvoldoende meewerkte, zegde zij in april 2025 de gehele klantrelatie op, inclusief de hypothecaire geldlening van circa € 214.000. In een brief van 19 mei 2025 eiste de bank de volledige hypotheekschuld per direct op, onder vermelding van een betalingstermijn van zeven dagen en de aanstaande veiling van de woning bij niet-betaling. Ook registreerde de bank een negatieve code bij het BKR.
Oordeel
De partijen verschillen van mening over de vraag of de zzp’er geen of onvoldoende medewerking heeft verleend aan het klantonderzoek en daarmee over de vraag of ASN Bank (SNS Bank) de relatie moest opzeggen, omdat zij niet aan haar verplichtingen uit de Wwft kon voldoen (artikel 5 lid 3 Wwft). De beoordeling van deze vraag kan echter in het midden worden gelaten, oordeelde de voorzieningenrechter begin november. Ook als wordt aangenomen dat ASN Bank (SNS Bank) de relatie met de klant op grond van artikel 5 lid 3 Wwft moest beëindigen, dan betekent dat in dit geval nog niet dat sprake is van een rechtsgeldige opzegging van de woninghypotheek. De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, die ook van toepassing is als sprake is van een opzegging van een relatie op grond van artikel 5 lid 3 Wwft, staat daaraan zoals de klant stelt in dit geval in de weg. Dit wordt als volgt toegelicht.
Vooropgesteld wordt dat zwaar gewicht toekomt aan de omstandigheid dat ASN Bank de zakelijke relatie met de klant moest opzeggen, omdat deze onvoldoende medewerking had verleend aan het in artikel 3 Wwft bedoelde klantonderzoek. Onder deze zakelijke relatie valt volgens de wettelijke definitie ook de woninghypotheek.
Zorgplicht
Dat neemt echter niet weg dat ASN Bank bij de opzegging van de klantrelatie de zorgplicht uit artikel 2 lid 1 van de Algemene Bankvoorwaarden moest naleven. Die zorgplicht houdt in dat rekening moet worden gehouden met de belangen van de klant. Diezelfde zorgplicht geldt ook voor de opzegging van de woninghypotheek, omdat de Algemene Bankvoorwaarden daarop van toepassing zijn verklaard; dit volgt uit de hypotheekofferte uit 2006 en is bovendien door ASN Bank niet betwist. De bank moest dus bij de beëindiging van de hypotheek rekening houden met de belangen van de klant. De Wwft staat daaraan niet in de weg, omdat die wet alleen voorschrijft dát de klantrelatie moet worden beëindigd als onvoldoende wordt meegewerkt aan het klantonderzoek. De Wwft bevat geen regels over de termijn of wijze van opzegging; die worden ingevuld door de zorgplicht, waarbij mede moet worden gekeken naar de belangen van de klant.
De klant heeft een groot belang om in zijn woning te kunnen blijven wonen en om de hypotheek te kunnen oversluiten naar een andere hypotheekverstrekker. Dat belang weegt zwaar, zeker in een tijd waarin in Nederland al geruime tijd een groot woningtekort bestaat, waardoor het moeilijk is een betaalbare koop- of huurwoning te vinden. Het gaat om een primaire levensbehoefte: het hebben van een dak boven het hoofd.
ASN Bank heeft bij de opzegging geen rekening gehouden met dit zwaarwegende belang, oordeelt de rechter. Dat volgt uit een samenloop van omstandigheden. Zo is de klant vooraf niet gewaarschuwd dat de woninghypotheek zou worden opgezegd bij onvoldoende medewerking aan het klantonderzoek. Dat werd pas gemeld in de brief van 16 april 2025, waarin de zakelijke relatie al werd beëindigd, op een moment dat de klant in de visie van de bank niet langer de mogelijkheid had om alsnog aan het onderzoek mee te werken. De opzegging kwam daardoor onverwacht.
Daar komt bij dat ASN Bank een onredelijk korte termijn van zeven dagen hanteerde voor de opeising van de resterende hypotheekschuld van € 214.000. Die termijn was veel te kort om het bedrag te voldoen of om de hypotheek elders onder te brengen. Bovendien staat deze korte termijn in schril contrast met de ruim zeven weken die de bank hanteerde bij de opzegging van de zakelijke rekening.
Verder waren de bankrekeningen van de klant geblokkeerd, waardoor hij niet bij zijn eigen geld kon. Ook liet ASN Bank gelijktijdig met de opzegging een negatieve BKR-registratie opnemen, wat het oversluiten van de hypotheek nog verder bemoeilijkte. De klant heeft met een verklaring van een hypotheekadviseur overtuigend onderbouwd dat hij met een dergelijke registratie geen nieuwe hypotheek kan krijgen. ASN Bank heeft haar stelling dat dit niet aan de BKR-registratie ligt, maar aan het feit dat de klant zzp’er is, niet onderbouwd; daarom wordt daaraan voorbijgegaan.
Conclusie
Dit alles betekent niet dat ASN Bank de woninghypotheek helemaal niet mocht opzeggen. Integendeel, in het kort geding wordt aangenomen dat de bank daartoe verplicht was op grond van de Wwft. Maar ASN Bank had de hypotheek niet mogen opzeggen onder deze omstandigheden, omdat de klant daardoor niet in staat was de schuld te betalen of de hypotheek over te sluiten, terwijl voor hem juist een zwaarwegend belang bestond om in de woning te blijven en ASN Bank daarmee op grond van haar zorgplicht rekening had moeten houden. De bank had een redelijke termijn moeten geven voordat zij tot opzegging en opeising kon overgaan, en had gedurende die periode geen BKR-registratie mogen laten plaatsen. Dit volgt uit de zorgplicht, en wordt niet verhinderd door de Wwft.
Daarbij wordt meegewogen dat het klantonderzoek geen enkel verband hield met de woninghypotheek. Het onderzoek richtte zich op betalingen van de klant aan derden en een aantal contante opnames. Er is geen onderzoek gedaan naar de herkomst van de gelden waarmee de hypotheek werd betaald, en ASN Bank heeft hierover ook niets gesteld. Uit de stukken blijkt bovendien dat de klant als ZZP’er veel overheidsopdrachten heeft, waardoor de herkomst van de hypotheekbetalingen niet ter discussie staat.
De conclusie is dat aannemelijk is dat de opzegging van de woninghypotheek door ASN Bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat betekent dat de opzegging niet rechtsgeldig is, en dat de woninghypotheek nog steeds voortduurt.
De rechter verbiedt de bank de woning te verkopen, gelast ASN mee te werken aan oversluiting, beveelt de BKR-registratie uiterlijk 12 november 2025 te verwijderen en verbiedt het in rekening brengen van andere dan de normale oversluitkosten. De ASN Bank is tevens veroordeeld in de proceskosten.



Het bankwezen presenteert zich hier weer in vol ornaat…..schandelijk dus.