De Tweede Kamer was in oktober akkoord gegaan met een motie van toenmalig Kamerlid Ilse Saris (NSC) om wetsvoorstel te maken waarin de 30%-regeling wordt versoberd. De fiscale voordelen voor bovenmodaal verdienende arbeidsmigranten moet in het voorstel worden afgebouwd in maximaal drie jaar en worden beperkt tot erkende jaarlijks te actualiseren tekortberoepen. Bovendien zou de korting alleen gelden als iemand zich heeft laten inschrijven, een eigen adres heeft en in de regio aantoonbaar een tekort aan capaciteit is.
Niet passend
Maar BBB-staatssecretaris Heijnen (Fiscaliteit) wil de motie die belastingvoordelen beperkt niet uitvoeren. “Het kabinet acht het, gegeven de beleidsmatige en uitvoeringstechnisch overwegingen die in deze brief worden toegelicht, binnen zijn demissionaire status niet passend en wenselijk om nu met een wetsvoorstel te komen.” Hij vindt stabiel fiscaal beleid belangrijker en wijst erop dat de expatregeling de laatste jaren meerdere malen is aangepast.
Het rompkabinet van VVD en BBB werkt ondanks zijn demissionaire status wel aan het tegengaan van laagbetaalde arbeidsmigratie en een verschuiving naar hoogproductieve (hoogbetaalde) arbeid. “Kenniswerkers kunnen een belangrijke rol vervullen voor de Nederlandse kenniseconomie en het oplossen van maatschappelijke uitdagingen in Nederland, bijvoorbeeld in de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie.”
Angst voor gebrek aan kennismigranten
Heijnen is bang dat Nederlandse werkgevers zonder de expatregeling geen kennismigranten meer uit het buitenland aan kunnen trekken. “Tegenwoordig hebben vrijwel alle ons omringende landen een vorm van een expatregeling die in veel gevallen een hoger belastingvrij loonpercentage toekent aan kenniswerkers dan de Nederlandse regeling.” Heijnen stipt aan dat de expatregeling per saldo meer oplevert dan dat hij kost.
Niet uitvoerbaar
Bovendien zijn de aanpassingen in de expatregeling die worden voorgesteld niet uitvoerbaar, vindt de staatssecretaris. “Zo is er momenteel geen uniforme lijst van erkende tekortberoepen; bestaande bronnen lopen uiteen qua detailniveau en tijdshorizon. Ook komt het jaarlijks actualiseren van de lijst de voorspelbaarheid en consistentie van het overheidsbeleid niet ten goede.” Het is volgens hem onrealistisch om te verwachten dat de Belastingdienst kan beoordelen welke werkzaamheden een werknemer in de praktijk daadwerkelijk verricht en of de werknemer daarom onder het tekortberoep valt.



Geef een reactie