Een ondernemer besloot per 1 januari 2025 over te stappen naar een andere boekhouder. De oorspronkelijke boekhouder had sinds 2023 de administratie verzorgd op basis van een pakketprijs van 800 euro per jaar exclusief btw.
Betaling betwist
Na het beëindigen van de samenwerking stuurde de boekhouder begin 2025 facturen voor in totaal ruim 1.900 euro. Daarin zat onder meer het honorarium voor 2024 en een bedrag voor 2025, omdat volgens hem de opzegtermijn niet correct was nageleefd. Ook bracht hij extra kosten voor meerwerk in rekening. De ondernemer betwistte een groot deel van de facturen. Volgens hem had de boekhouder slechts beperkte werkzaamheden uitgevoerd en waren de extra kosten niet vooraf afgesproken. Zo belandden beiden voor de kantonrechter met claims over en weer.
Geen meerwerk
De vordering voor werkzaamheden in 2025 wees de rechtbank af. Hoewel de ondernemer de contractuele opzegtermijn niet volledig had nageleefd, had de boekhouder in dat jaar geen werkzaamheden meer uitgevoerd. Daardoor kon hij volgens de rechter geen betaling verlangen. Ook de claim voor meerwerk werd afgewezen. Volgens de overeenkomst moest extra werk vooraf worden gemeld met een raming van de kosten. De boekhouder had dat niet gedaan en bovendien onvoldoende uitgelegd waarop de in rekening gebrachte bedragen waren gebaseerd.
Administratie achterhouden
De zaak kreeg wat extra venijn doordat de boekhouder weigerde de administratie aan het nieuwe administratiekantoor (Kubus) te geven. Dit had om de gegevens gevraagd (“Zoals gebruikelijk binnen de administratie / accountancy wereld verzoek ik ook uw medewerking hier in”), maar de oude boekhouder hield deze achter omdat facturen nog niet volledig waren betaald. Hiermee ging hij in de fout, oordeelde de kantonrechter. Het is gangbare praktijk dat administraties worden overgedragen, ook wanneer de werkzaamheden nog niet volledig zijn afgerond.
Retentierecht afgewezen
De boekhouder beriep zich op een zogenoemd retentierecht: hij wilde de administratie pas afgeven nadat de openstaande facturen waren betaald. De kantonrechter vond dat beroep in dit geval onaanvaardbaar. De ondernemer had al 500 euro betaald en zelfs aangeboden nog eens 300 euro te voldoen als de administratie werd overgedragen. Het bedrag waarvoor de boekhouder de administratie vasthield was daardoor relatief klein. Bovendien dreigde de ondernemer zonder administratie aanzienlijke in problemen te komen. Om dit af te wenden moest Kubus een deel van de boekhouding opnieuw verwerken. Het bracht daarvoor uiteraard kosten in rekening.
Schadevergoeding
De rechtbank oordeelde dat de ondernemer daardoor schade heeft geleden. Kubus moest de administratie alsnog verwerken en een jaarrapport samenstellen, wat leidde tot een factuur van 757,25 euro. Omdat deze kosten voorkomen hadden kunnen worden als de administratie tijdig was overgedragen, moet de oorspronkelijke boekhouder dit bedrag vergoeden.
Rekening
Per saldo moet de ondernemer nog een klein deel van de oorspronkelijke factuur betalen, maar krijgt hij tegelijkertijd een schadevergoeding toegekend. Omdat de boekhouder in de procedure grotendeels ongelijk kreeg, moet hij ook de proceskosten van de ondernemer betalen. Al met al een rekening van €795,05 waardoor hij in 2024 in feite niets aan zijn ex-klant heeft verdiend en ook nog zelf juridische kosten heeft moeten maken. Procederen is riskeren, heet dat dan.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie