Zaaknr: 25/1784 Wtra AK
Een internationaal actief bedrijf gericht op het werven en detacheren van ICT’ers neemt begin 2024 van de twee dga’s twee bedrijven over die gespecialiseerd zijn in de bemiddeling van hoogopgeleide professionals in ICT, Finance en HR. Afgesproken wordt dat de jaarrekeningen voor boekjaar 2023 nog door de huidige accountant van de overgenomen vennootschappen worden samengesteld.
Er is een earn-outregeling afgesproken. Er wordt eenmalig € 400.000 extra betaald als de gezamenlijke Ebitda van de vennootschappen in 2024 minimaal € 1 miljoen bedraagt. Met het oog op die regeling blijft een van de twee verkopende dga’s werken bij het bedrijf.
Toerekening omzet struikelblok
De RA die de jaarrekening 2023 heeft samengesteld, zal ook 2024 voor zijn rekening nemen. Maar op 1 mei 2025 is er nog geen jaarrekening en dus ook geen bijbehorend earn-outbericht. Dus het detacheringsbedrijf wordt door de verkoper in gebreke gesteld.
Er ontstaat vervolgens discussie over het verwerken van € 89.000 omzet. De RA vindt dat die aan 2024 moet worden toegerekend en dat is belangrijk, want dan wordt de earn-outdrempel van een miljoen gehaald. Het detacheringsbedrijf vindt dat de omzet bij 2025 hoort, waardoor de Ebitda-drempel niet wordt gehaald en duw de vier ton vergoeding op zak kan worden gehouden.
Uiteindelijk maakt de RA de samenstelopdracht met betrekking tot de jaarrekening 2024 niet af. De opdracht wordt teruggegeven wegens het niet aanleveren van aanvullende informatie over aansluitingen van omzet en inkoop van detacheringen en “het bij het continueren van de opdracht niet langer kunnen naleven van het fundamentele beginsel van objectiviteit”.
Tegengesteld belang was evident
De detacheerder stapt naar de Accountantskamer. De RA heeft namelijk zijn rol na de overname onvoldoende bewaakt door te blijven communiceren met de voormalige directie van de overgenomen bedrijven. Hij heeft zich op ongepaste wijze laten beïnvloeden, is verder de klacht.
De Accountantskamer overweegt dat de RA de afspraak heeft gemaakt om over de afronding van de jaarrekening 2023 rechtstreeks met de verkoper te communiceren: met betrekking tot die jaarrekening was hij dus van zijn geheimhoudingsverplichting ontheven. Maar hij mocht er niet van uitgaan dat die afspraak ook onverkort voor 2024 van toepassing was, oordeelt de tuchtrechter. “Dat geldt teminder omdat betrokkene kort na het einde van het boekjaar 2024 door [de bestuurder van de koper] op de hoogte werd gebracht van de discussie over de omzet en andere geschillen tussen partijen waaruit betrokkene kon afleiden dat er een evident tegengesteld belang was tussen klaagster als zijn opdrachtgever en de verkoper van de aandelen.”
Vertrouwelijke informatie niet zomaar delen
De RA is de fout ingegaan met een e-mailwisseling over de omzettoerekening, met name in een mail waarin hij zijn standpunt daaroverkenbaar heeft gemaakt. Die heeft hij gelijktijdig aan de bestuurder van de detacheerder en de beide aandeelhouders van de verkoper gestuurd. “Betrokkene had moeten beseffen dat informatie over de omzettoerekening die mede van belang was voor de standpuntbepaling van zijn opdrachtgever vertrouwelijk was en dat het hem niet vrij stond deze te delen met (de aandeelhouders van) de verkoper, tevens wederpartij van klaagster.”
Voor de jaarrekeningen 2024 mocht de RA alleen nog aan de koper vertrouwelijke gegevens en inlichtingen verstrekken. “Dat zou slechts anders zijn indien betrokkene van klaagster in het kader van een specifiek doel schriftelijke toestemming tot het verstrekken van de gegevens of inlichtingen heeft verkregen en dit doel wordt vastgelegd. Die toestemming had betrokkene echter niet.”
Maatregel teniet gedaan
De RA heeft daarom gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid. Hij heeft ook het objectiviteitsbeginsel geschonden, vindt de Accountantskamer. Het kantoor bleef weliswaar banden onderhouden met de verkopende partij, maar afgesproken werd dat de RA zich uitsluitend nog zou bezighouden met de samensteldossiers van de verkopende partijen en op geen enkele manier meer betrokken zou zijn bij de behandeling van andere dossiers van de verkoper en gelieerde partijen. “De vraag of deze maatregel toereikend was kan in het midden blijven vanwege het feit dat deze teniet werd gedaan doordat betrokkene in het kader van de samenstellingsopdracht verkoper in de inhoudelijke discussie over de omzettoerekening van circa € 89.000 heeft betrokken.” Want daarmee heeft hij al het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid geschonden. “Betrokkene is daarmee echter ook – in weerwil van de door hem getroffen maatregel ter waarborging van zijn objectiviteit – betrokken geraakt dan wel gebleven bij de behartiging van de belangen van de verkoper.” Hij had zich nu juist afzijdig moeten houden van de discussie.
Oordeel is aan de accountant
De tuchtrechter merkt nog op dat de RA kennelijk zijn verantwoordelijkheid niet begrijpt omdat hij stelt dat juist de koper de opdracht gaf om ook de jaarrekening 2024 samen te stellen. “Het is immers betrokkene die moet beoordelen of het aanvaarden of continueren van een opdracht tot een bedreiging van de fundamentele beginselen leidt en, indien dat het geval is, toereikende maatregelen moet treffen om te zorgen dat hij zich houdt aan de fundamentele beginselen. Als dat niet mogelijk is, moet betrokkene de opdracht weigeren of beëindigen.” De klacht dat de RA zich “op ongepaste wijze” heeft laten beïnvloeden door de verkoper en haar bestuurders wordt afgewezen. Daarvoor zijn geen bewijzen.
Tot slot komt nog het professionele en integere handelen van de RA aan de orde. Vast staat dat hij vragen van de detacheerder steeds voldoende heeft beantwoord. “Dat klaagster met deze antwoorden niet altijd tevreden was maakt dat niet anders.”
Wel zat de RA fout met de conclusie dat een toetsing van de verslaggeving aan de wet en de Richtlijnen Jaarverslaggeving achterwege kan blijven. “Naar het oordeel van de Accountantskamer is dit standpunt van betrokkene onbegrijpelijk. Bovendien is dit standpunt in tegenspraak met de door betrokkene samengestelde jaarrekeningen 2023 waaruit in het geheel niet blijkt dat van de voorschriften van Boek 2 Titel 9 BW is afgeweken.”
Zelfinzicht leidt tot lichtere maatregel
De Accountantskamer legt de RA de maatregel van berisping op omdat sprake is van meerdere verwijtbare gedragingen, waarmee de RA gehandeld heeft in strijd met de fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid. “In beginsel is de geëigende maatregel voor dit samenstel van gedragingen een tijdelijke doorhaling. In het voordeel van betrokkene heeft de Accountantskamer echter meegewogen dat hij ter zitting zelfinzicht heeft getoond en zich bewust is geworden van het tekortschieten van zijn handelen. Betrokkene heeft daarvoor ook ter zitting zijn excuses aan klaagster aangeboden. Voorts heeft de Accountantskamer meegewogen dat betrokkene in verband met deze tuchtklacht eerder dan gepland zal uittreden als partner en nog slechts lopende dossiers zal afhandelen.”


Geef een reactie