In het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2026, nr. 23/00291, ECLI:NL:HR:2026:959 gaat het om een stichting die de organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak voor advocaten verzorgt.
De stichting stelt personeel beschikbaar, vooral griffiers, en zorgt voor werkplekken en faciliteiten. Daarnaast verricht de stichting ondersteunende werkzaamheden op het gebied van administratie en organisatie.
De stichting brengt geen vergoeding in rekening aan de tuchtcolleges. Zij ontvangen een jaarlijkse kostendekkende subsidie van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), gebaseerd op een begroting die samenhangt met het aantal te behandelen tuchtzaken.
De vraag is of deze subsidie van de NOvA kwalificeert als vergoeding voor een prestatie en daarmee belast is met btw.
Beoordeling door de Hoge Raad
De Hoge Raad volgt het oordeel van Hof Den Haag en oordeelt dat de subsidie van de NOvA een btw-belaste vergoeding is voor diensten van de stichting.
Zelfstandige economische activiteit
De belanghebbende had aangevoerd dat zij zodanig was verweven met de tuchtcolleges dat geen sprake zou zijn van een zelfstandige economische activiteit. De Hoge Raad gaat daar niet in mee. De stichting sluit contracten in eigen naam, heeft eigen personeel in dienst en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee handelen zij voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid en dragen zij het bijbehorende risico.
Werkzaamheid op een markt
De stichting stelde dat de werkzaamheden zo specifiek en wettelijk gereguleerd zijn dat geen sprake kan zijn van optreden op een markt. Die redenering wordt niet gevolgd.
De Hoge Raad kijkt naar de feitelijke aard van de activiteiten. De dienstverlening van de stichting gaat verder dan de wettelijk geregelde griffierswerkzaamheden en omvat een breder pakket aan ondersteunende en organisatorische diensten. Deze diensten kunnen in beginsel ook door andere partijen worden verricht.
Dat de stichting feitelijk slechts één afnemer heeft en op grond van de statuten niet voor derden kan werken, maakt dit niet anders. Ook in die situatie kunnen de activiteiten worden aangemerkt als werkzaamheden op een markt.
Rechtstreeks verband en verbruik
De subsidie van de NOvA hangt rechtstreeks samen met de door de stichting verrichte prestaties. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op de kosten van de dienstverlening en wordt mede bepaald door het geschatte aantal te behandelen tuchtzaken. Daarmee bestaat een voldoende direct verband tussen prestatie en vergoeding.
Daarnaast is sprake van verbruik voor btw-doeleinden. De diensten worden verricht ten behoeve van de tuchtcolleges, die als aanwijsbare afnemers gelden. Dat de werkzaamheden mede het algemene belang dienen, doet daar niet aan af. Zolang een concrete partij de diensten afneemt en gebruikt, is sprake van verbruik voor btw-doeleinden.
Belang voor de mkb-adviespraktijk
Van subsidies wordt wel eens gedacht dat deze niet belast zijn met btw. Dat klopt niet (altijd).
Per subsidie moet worden vastgesteld of deze kwalificeert als vergoeding voor een prestatie en dus (mogelijk) belast is met btw. Dat is altijd maatwerk en afhankelijk van de concrete omstandigheden per geval.
Als vuistregel kan uit de jurisprudentie grofweg worden afgeleid dat hoe meer een subsidiegever zich gedraagt als een opdrachtgever, hoe eerder de subsidie kwalificeert als vergoeding en dus ‘in de btw’ zit.
Daartegenover staat de situatie dat een subsidiegever niet meer dan een adequate financiële verantwoording eist ten aanzien van bijvoorbeeld een project. In deze gevallen is mogelijk sprake van een onbelastbare subsidie/bijdrage.1
Verder is van belang rekening te houden met de mogelijke gevolgen van een subsidie voor de btw-vooraftrek. Een onbelastbare subsidie kan namelijk leiden tot een zogenoemde ‘pre pro-rata’-aftrekbeperking. Tegelijk zijn er situaties waarin een onbelastbare subsidie niet leidt tot een aftrekbeperking. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij subsidies ter uitbreiding van (btw-belaste) economische activiteiten.2
Auteur: mr Wessel Havelaar, btw-specialist bij Auxilium Adviesgroep
Wessel verzorgt elk kwartaal een webinar over btw-actualiteiten
- Zie in dit verband bijvoorbeeld Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019, nrs. 17/00898 t/m 17/00903 en 17/00957, ECLI:NL:GHARL:2019:901 over subsidies in verband met ontwikkelingssamenwerking in het buitenland, vgl. ook Rechtbank ’s‑Gravenhage 22 februari 2012, nr. AWB 10/4278, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9696, over ‘open call’ subsidies. ↩︎
- Vgl. Hof van Justitie van de Europese Unie 23 april 2009, C-74/08 (Parat Automotive Cabrio), ECLI:EU:C:2009:261. ↩︎


Geef een reactie