Dat schrijft het FD vandaag in een analyse over private equity in de accountancy. Volgens de krant is sinds de overname van De Jong & Laan door Waterland in september 2022 ruim drie miljard euro gestoken in het opkopen en samenvoegen van accountantskantoren. De sector was daarmee enkele jaren bijzonder aantrekkelijk door terugkerende omzet, loyale klanten en een versnipperde markt met ruimte voor schaalvergroting.
Maar verschillende aannames achter die investeringsgolf zijn inmiddels minder zeker geworden. Zo rekenden accountantskantoren en investeerders op extra werk uit duurzaamheidsrapportages. Door de afzwakking van Europese regels valt die markt kleiner uit dan eerder verwacht. Ongeveer 80 procent van de bedrijven die aanvankelijk onder de Europese rapportageplicht zou vallen, is daar inmiddels weer van uitgezonderd.
Verdienmodel accountants
Ook AI verandert de rekensom, door kunstmatige intelligentie wordt er druk gezet op het verdienmodel van accountantskantoren. Werkzaamheden die eerder uren kostten, kunnen daarmee steeds vaker sneller worden uitgevoerd. Dat raakt vooral kantoren die sterk leunen op het klassieke uurtje-factuurtje-model. Anderzijds is de veelgehoorde belofte ook dat AI kan helpen om processen efficiënter te maken en meer ruimte te creëren voor advieswerk.
En voor private equity maakt dat veel uit. De waarde van een kantoor zit namelijk niet alleen in omzet, medewerkers en klanten, maar ook steeds meer in technologie, data, specialisatie en het vermogen om het verdienmodel aan te passen.
Toezicht van AFM
Daar komt dan ook nog het toezicht bij. De AFM heeft deze maand de grenzen voor invloed van externe investeerders in accountantsorganisaties verduidelijkt. Externe partijen mogen deelnemen, maar de bepalende invloed mag niet bij hen komen te liggen. Accountants moeten een centrale positie houden en tegenwicht kunnen bieden aan financiële prikkels van investeerders.
Bovendien nadert het moment waarop de eerste investeerders hun belang mogelijk weer willen doorverkopen, en dan moet nog maar blijken of de waardecreatie achter de consolidatie echt is gerealiseerd. De consolidatie in de accountancy zal misschien niet meteen stilvallen. Maar de eenvoudige formule van kantoren kopen, samenvoegen en later met winst doorverkopen wordt kwetsbaarder.


De aanname dat schaalgrootte vanzelf leidt tot meer waarde, lijkt mij in de accountancy steeds minder houdbaar. Accountantskantoren zijn geen softwarebedrijven. Hun belangrijkste kapitaal zit niet in technologie of een platform, maar in de mensen. De oude uitspraak ‘de vent (of vrouw) bepaalt de tent’ is nog altijd verrassend actueel.
Juist kleinere kantoren hebben wat mij betreft de beste papieren voor de toekomst. Zij staan dicht bij de ondernemer, kennen hun klanten persoonlijk en creëren waarde door betrokkenheid, vertrouwen en continuïteit – niet door een volgende overname met het oog op een latere doorverkoop.
Private equity kan bijdragen aan professionalisering en investeringen, maar wanneer groei een doel op zichzelf wordt, dreigt de menselijke maat verloren te gaan. En juist die menselijke maat is de kern van een goed accountantskantoor.
Ik verwacht daarom dat over enkele jaren een deel van de huidige consolidatie weer zal worden teruggedraaid. Niet omdat de financiële logica ontbreekt, maar omdat ontevreden klanten en medewerkers uiteindelijk hun eigen keuzes maken. In de accountancy is duurzame waarde nog altijd gebaseerd op relaties, vakmanschap en vertrouwen en die laten zich niet eenvoudig consolideren.