De invoering van de Vpb voor overheidsondernemingen heeft ingrijpende gevolgen voor lokale overheden en hun verbonden partijen op het gebied van administratie, automatisering en het financieel beleid en beheer. De koepelorganisaties van de lokale overheden hebben met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst een raamovereenkomst gesloten. De recente publicatie van de ‘Handreiking ten behoeve van de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb)’ is hiervan een nadere concrete invulling. In de handreiking zijn belangrijke aandachtspunten en voorbeelden opgenomen.
De implementatie van de invoering van de Vpb per 1 januari 2016 is belangrijk en vraagt tijd. De betrokken partijen moeten tijdig voorbereidingen treffen. Het beoordelen van de belastingplicht, het opstellen van een openingsbalans, het bepalen van de prijsstelling en de fiscale verlies- en winstrekening zijn voor de betrokken partijen ingewikkelde en nieuwe thema’s. Daarom is in het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen van 10 september 2014 tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en het Ministerie van Financiën/de Belastingdienst een raamovereenkomst gesloten. Daarin is afgesproken om samen te gaan werken aan de voorbereidingen van de invoering van de vennootschapsbelastingplicht en het vervolg van het implementatietraject. De bedoeling is om hiermee de administratieve lasten van de lokale overheden en de uitvoeringskosten van de Belastingdienst te beperken. De handreiking is een concrete invulling daarvan. Door het gebruik van de handreiking worden organisaties ondersteund bij het plannen en uitvoeren van de werkzaamheden met betrekking tot de invoering van de Vpb voor overheidsondernemingen. In de handreiking zijn belangrijke aandachtspunten en voorbeelden opgenomen.
Hier vindt u de handreiking.


Geef een reactie