
“Papa mag ik een suikerspin?” Gijs kijkt naar zijn dochter. De blik in haar ogen doet hem twijfelen. Hij zou moeten weigeren. Al die zoetigheid is niet goed voor haar. “Nou vooruit dan maar.” Jamie glundert. “Yes, heel erg bedankt.” “Het is wel goed.”
Als Gijs naar de suikerspinkraam loopt, bedenkt hij hoe hij dit aan zijn ex zal uitleggen. Die gaat vast weer zeggen: “Je bent gezwicht. Het is maar goed dat ze veel bij mij is.” Om van het gezeur af te zijn, weet Gijs al dat hij gaat zeggen: “Goed dat jij het zo doet.” Daarna zou het incidentje weer voorbij zijn.
Een paar uur later is Gijs weer alleen. Toen zijn ex Jamie kwam halen, vertelde Jamie enthousiast over de suikerspin die ze had gekregen. Nadat zijn ex hem een “kon je het weer niet laten..” had toegeworpen, wenste ze hem een fijne avond en maande ze haar dochter om op te schieten. “Oh ja, je bent toch bezig met zo’n onderzoek naar accountants? Ik heb nog een tip voor je. Je moet eens met Nicole afspreken. Die spreekt volgens mij heel veel accountants en zo, die in de knel zitten.”
“Wat heeft Nicole nu met accountants? Zij is psycholoog.”
“Nou ja, ik vertelde haar dat je een nieuwe opdracht had. En toen zei ze “Nou dan moet hij eens met mij praten. Want ik heb er regelmatig een op de bank liggen.”
“Nou bedankt voor de tip. Ik zal eens kijken.”
Nu scrolde Gijs op zijn Ipad op zoek naar informatie over Nicole. Nicole is een kennis van zijn ex. Hij heeft haar een of twee keer ontmoet op een feestje. Niet echt met haar gesproken. Het verbaasde hem wel dat zijn ex over zijn onderzoek had verteld. Zou ze toch nog een beetje trots op hem zijn? Ergens mist hij het wel dat hij niet iemand had, bij wie hij af en toe zijn verhaal kwijt kon. Maar een vaste relatie? Daar zat hij ook niet op te wachten.
Twee dagen later loopt Gijs binnen bij Meet and Greet. Een hippe horecagelegenheid, waar veel zzp’ers werken. Een jongeman met opgestoken haar loopt op hem toe. “Can I help you?” Gijs neemt de jongen op. Een kleurrijk t-shirt met woorden die hij niet meteen kan thuisbrengen. “I have a meeting with Nicole.” De jongeman laat hem niet verder uitpraten. “Follow me…” Een paar seconden later zit Gijs aan een tafel diep weggestopt in een hoek van het pand. Even later ziet hij Nicole naar hem toelopen. “He, hoe gaat het? Laten we maar niet kussen he. Dat is helemaal uit sinds corona.”
“Do you like something to drink?” De jongeman die hem naar de tafel begeleidde, kijkt hen beiden aan. “Natuurlijk Pascal. Doe maar een latté met havermelk.”
“Doe mij maar gewoon een koffie, zwart.”
“Komt voor elkaar.”
“Ik dacht dat die gast alleen maar Engels sprak”
“Er komen hier veel expats. Vandaar. “
“Dus jij bent bezig met een onderzoek naar accountants. Spannend.”
“Nou zo spannend is het allemaal nog niet. Maar ik ben wel benieuwd naar je verhaal.” Gijs nam een slok van zijn koffie. Bijzondere maling.
“Nou, ik heb natuurlijk wel beroepsgeheim. En het zijn natuurlijk niet alleen maar accountants die bij mij langskomen. Het overkomt meer professionals, maar aangezien jij je vooral richt op accountants.”
“Wat overkomt meer professionals of die nu wel of geen accountant zijn?”, vraagt Gijs.
In de keuken klinkt gerinkel alsof iemand een glas van een dienblad laat vallen.
“Ik zie vooral bij de jonge professionals veel verschijnselen die wijzen op een burn-out of een dreigende burn-out. Daar maak ik me best wel zorgen over.”
“Het zijn dus vooral jonge professionals?”
“Ja, professionals van 45 plus zie ik niet veel. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat ze wel klachten hebben, maar zich niet melden. Ze ontkennen het, denk ik vaak. Bij jongeren is dat wel anders. Die hebben er minder moeite mee om uiteindelijk hulp te zoeken.”
“Maar die melden zich dus ook vaak laat?”
“Ja, veel jongeren die ik spreek zitten er doorheen. Ze stellen zichzelf hoge eisen. De omgeving stelt hoge eisen. Relaties stellen hoge eisen. Ze willen niets missen, vinden dat ze overal aanwezig moeten zijn en over alles moeten kunnen meepraten. Als ik met hen spreek dan denk ik vaak: hoe heb je het zolang volgehouden?”
“Dat is regelmatig in het nieuws. Maar, zijn jonge accountants vatbaarder dan andere professionals?”
“Wat mij opvalt bij jonge accountants die ik spreek, is de lange duur van de opleiding. Het duurt weet ik niet hoelang voordat je die hebt afgerond en dat je je dan pas accountant mag noemen. En die opleiding is ook een soort gouden ketting, want de werkgever betaalt de opleiding. Dus stelt die werkgever ook hoge eisen aan het aantal uren dat je maakt. Ik hoorde laatst van iemand dat hij onder werktijd nauwelijks tijd heeft om met collega’s te praten. Ieder uur moet iedere dag weer verantwoord worden. Dat levert veel stress op.”
“Hard werken moet toch iedereen? Daarin zijn accountants toch niet bijzonder?”
“Voor een deel wel en voor een deel niet. Er zijn inderdaad veel meer beroepen waar de werkdruk hoog is. Maar die werkdruk is niet het probleem. Het is juist het niet kunnen ontsnappen uit het systeem dat je altijd acht uur productief moet werken en dat het erop lijkt dat collega’s die norm van acht uur geen probleem vinden. De mentale bom barst als je het idee hebt dat je je moet verantwoorden als het een keer zeven of vier uur is dat je declarabel schrijft. Omdat je je dag niet hebt. En dat niet bespreekbaar lijkt in de organisatie waar je werkt. En ja, dat komt op accountantskantoren vaak voor. Zeker bij de grotere.”
Jan Wietsma
Eerdere afleveringen:


Geef een reactie