Hisla voerde een administratiekantoor in IJsselmuiden en verkocht in 2020 het klanten- en personeelsbestand, klantendossiers en archief aan het in Kampen gevestigde Landsman en Teune (L&T), in verband met het pensioen van de directeur van Hisla.
De partijen kwamen in de koopovereenkomst een constructie overeen die tot nogal wat juridisch getouwtrek heeft geleid. Vorige week nog deed de kantonrechter bij de rechtbank Overijssel uitspraak, nadat eerder deze zomer een kort geding diende tussen de kemphanen en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich eind vorig jaar uitsprak.
Koopovereenkomst
Wat leidde tot de problemen? In de koopovereenkomst kwamen Hisla en financieel adviesbedrijf L&T overeen dat Hisla vooralsnog aan de klanten bleef factureren voor het werk dat (inmiddels) door L&T voor die klanten werd verricht. Het administratiekantoor had aan L&T af te dragen wat de klanten aan Hisla betaalden voor dat door L&T verrichte, maar door Hisla berekende werk.
Hof
Dat zorgde al snel voor onenigheid, bleek eind vorig jaar uit een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil bij het hof draaide om de vraag of Hisla teveel aan L&T had afgedragen, zoals het administratiekantoor stelde. De vordering was echter onvoldoende onderbouwd, oordeelde het hof net als de rechtbank eerder. Het is niet aan de rechter om zelf in een 42 pagina’s tellend overzicht met betalingen op zoek te gaan wat wel of niet relevant is voor de vordering, sprak het hof uit.
Kort geding
Daar bleef het niet bij, want deze zomer diende een kort geding vanwege vermeende onrechtmatige uitlatingen aan de zijde van Hisla. Na de uitspraak van de rechtbank bleek de voormalige directeur van Hisla namelijk verschillende mails te hebben gestuurd aan voormalige klanten, waarin hij beweerde dat de rechter had geoordeeld dat L&T fout zat. De overnemende partij zou volgens de rechtbank onrechtmatig hebben gehandeld door geld achterover te drukken. De voorzieningenrechter oordeelde in het kort geding echter dat dat vonnis helemaal geen grondslag – en daarmee rechtvaardiging – biedt voor de uitlatingen van Hisla. ‘Ditzelfde geldt voor het arrest van het hof. Ook daarin is geen enkel aanknopingspunt te vinden voor het standpunt van Hisla’, sprak de rechtbank uit. Hisla werd dan ook veroordeeld om een rectificatie rond t sturen.
Nieuwe rechtszaak
Ook dat oordeel leidde niet tot een andere opstelling bij Hisla. Bij de rechtbank Overijssel vorderde L&T onlangs veroordeling van Hisla tot betaling van € 3.686,01. Hisla had dat bedrag namelijk geïncasseerd en niet aan L&T afgedragen, waartoe Hisla op grond van die overeenkomst wel gehouden was. Hisla erkent dit weliswaar, maar stelde een tegenvordering te hebben waarmee zij wenste te verrekenen. Daarbij beriep het zich doodleuk op de vordering die door rechtbank en hof eerder waren afgewezen.
Geen verrekening
De kantonrechter oordeelde dan ook opnieuw in het nadeel van Hisla: ‘De vraag is of Hisla een beroep toekomt op verrekening als verweer. De kantonrechter vindt van niet. Artikel 6:127 BW bepaalt onder welke voorwaarden tot verrekening kan worden overgegaan. Een van de voorwaarden is dat de debiteur bevoegd is om betaling van zijn vordering af te dwingen. Dat is in deze zaak niet het geval. De vordering waarmee Hisla wil verrekenen is eerder onderwerp van een juridische procedure geweest. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof hebben geoordeeld dat de vordering van Hisla (die zag op de onverschuldigde betaling van een bedrag van € 5.220,76) moet worden afgewezen. Tegen deze beslissing van het gerechtshof is geen cassatie ingesteld. Deze beslissing is daarom onherroepelijk (“kracht van gewijsde”). Op grond van artikel 236 Rv heeft de beslissing van het gerechtshof in deze procedure bindende kracht (“gezag van gewijsde”). De kantonrechter is aan die beslissing gebonden en kan de beweerdelijke vordering van Hisla op [L&T, red.] niet opnieuw beoordelen. De ratio achter het leerstuk van gezag van gewijsde is dat het ongewenst is dat een eenmaal beslecht geschilpunt in een volgende procedure tussen dezelfde partijen opnieuw ter discussie wordt gesteld. Daarmee wordt niet voldaan aan de vereisten voor verrekening die in artikel 6:127 BW zijn gegeven. Deze vereisten gelden ook wanneer een beroep op verrekening als verweer, in de zin van artikel 6:136 BW, wordt gedaan. Dat betekent dat het verweer van Hisla dat zij de vordering van [L&T, red.] wil verrekenen met haar vordering uit onverschuldigde betaling in deze procedure niet (opnieuw) kan worden gevoerd. Het verweer van Hisla wordt daarom door de kantonrechter verworpen.’
Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2023:3841


Geef een reactie