De slaap heeft haar geen antwoorden gebracht, wel zweet en verwarring. Wanneer het eerste ochtendlicht zich door de kier van het gordijn meldt met een zonnestraal die haar oog prikt, voelt ze een soort opluchting. Gelukkig, het regent niet meer. Een nieuwe dag. Misschien brengt die helderheid.
Marga stapt uit bed, doucht lang, trekt een comfortabele broek aan met een lichtblauwe blouse. Het ontbijt beperkt ze tot een boterham en een glas sinaasappelsap. Daarna pakt ze haar fiets en rijdt in een stevig tempo naar kantoor. De frisse lucht doet haar goed. Ze is vroeg. Vroeger dan normaal.
De stilte op kantoor voelt weldadig. Geen telefoons, geen geroezemoes bij het koffiezetapparaat, alleen haar vingers die over het toetsenbord tikken terwijl ze de laatste posten van een jaarrekening controleert. Een dossier van een klant die altijd keurig op tijd zijn stukken aanlevert. Ze geniet van de rust en de helderheid van cijfers die kloppen.
Als ze bijna klaar is, gaat de deur open: Jeroen.
Zoals altijd straalt hij de energie uit van een magneet.
“Goedemorgen! Hoe gaat het? Zal ik koffie voor je halen?”
Ze glimlachte. “Dat klinkt heerlijk.” Enkele minuten later staat hij met twee bekers in zijn hand.
“Zo. En? Ben je er al over uit of je een tattoo gaat nemen of niet?” Marga lachte, ze had niet verwacht dat Jeroen hieruit zichzelf op zou terugkomen.
“Ik weet het nog niet,” zei ze, terwijl ze een slok neemt. “En jij dan? Als jij een tattoo zou nemen, wat voor een zou dat zijn?”
Jeroen trekt een bedenkelijk gezicht. “Je overvalt me,” zei hij. Hij keek naar het plafond, alsof daar het antwoord geschreven staat. Dan ineens schiet hij uit zijn stoel naar voren, “Ik denk… een draak met een paardenhoofd.”
Ze kijkt hem vragend aan. “Een draak met een paardenhoofd? Waarom in hemelsnaam?”
Hij haalt zijn schouders op. “Omdat het een krachtig symbool is. De draak staat voor vuur en kracht, het paardenhoofd voor vrijheid en snelheid. En samen? Geen idee, het lijkt mij gewoon wel goed bij mij passen.”
Ze moeten allebei lachen. Het voelt luchtig, voor Marga voelt het of deze vraag van Jeroen het stof van de nacht wegblaast. Een paar minuten later gaat de deur open. Carla, de vennoot aan wie Marga en Jeroen rapporteren, steekt haar hoofd om de hoek.
“Marga, zou ik je straks even kunnen spreken?”
“Ik ben bijna klaar met een jaarrekening,” antwoordt Marga. “Over een uurtje?”
“Perfect,” zei Carla, en ze is weer weg. Een uur later klopt Marga op de deur van Carla’s kamer. Ze voelt zich iets gespannener dan ze wil toegeven. Carla nodigt haar uit om te gaan zitten.
“Hoe gaat het met je, Marga?”
“Eigenlijk best goed,” zegt ze eerlijk. “Veel beter dan een half jaar geleden.”
Carla knikt. “Dat zie ik ook. Je lacht meer. Je bent weer aanwezig.” Er valt een stilte, maar geen ongemakkelijke. Eerder een bedachtzame.
“We hebben vorige week een strategiedag gehad met de vennoten,” vervolgt Carla. “Daarbij hebben we onder andere stilgestaan bij het thema veiligheid en integriteit voor medewerkers.” Marga knikt langzaam.
“We hebben besloten dat we een vertrouwenspersoon willen aanstellen. Iemand intern. Iemand die betrouwbaar is, empathisch, en stevig in de schoenen staat. We hebben allemaal jouw naam genoemd.”
Marga kijkt haar aan, beduusd. Een stortvloed van gevoelens kwam op. Trots. Verwarring. Twijfel.
“Ik weet niet wat ik moet zeggen,” zegt ze zacht.
“Je hoeft nu niets te zeggen,” antwoordde Carla. “Denk erover na. Als je ja zegt, krijg je natuurlijk ondersteuning. Opleidingen, intervisie, alles wat nodig is om die rol goed te kunnen vervullen.” Marga vouwde haar vingers ineen.
“Mag ik je er volgende week weer over spreken?” vraagt Carla vriendelijk.
“Graag,” zegt Marga. “Ik wil er echt even goed over nadenken.”
Als ze terugloopt naar haar eigen kamer, voelt ze de spanning in haar schouders. Het verzoek van Carla heeft haar overvallen. De woorden galmen na. Vertrouwenspersoon. Iemand die aanspreekbaar is bij grensoverschrijdend gedrag, bij integriteitskwesties. Iemand met wie collega’s hun diepste twijfels en angsten durven te delen.
Waarom zij? Zij die zelf nog herstellende is van wat haar is overkomen? Die ’s nachts wakker ligt, twijfelt, zich klein en onzeker voelt. Ze denkt terug aan de maanden therapie. Aan de sessies met Carolien, waarin ze leerde haar lichaam opnieuw te vertrouwen, haar grenzen te voelen. Ze is op de helft van het proces. Misschien nog niet eens. En nu vragen ze haar om een rolmodel te zijn. Een aanspreekpunt. Een veilige haven.
Ze zucht. Ze voelt zich zowel vereerd als overvraagd. Tegelijkertijd is er ook iets anders. Een vonkje. Een gevoel van betekenis. Zou ze, juist doordat ze weet hoe het voelt om je onveilig te voelen, beter in staat zijn anderen te helpen? Zou deze rol haar kunnen helpen om persoonlijke integriteit op de agenda te krijgen en te houden, niet alleen voor haarzelf, maar voor het hele kantoor? Ze opent haar notitieboek en schrijft:
Twijfel is niet hetzelfde als ongeschiktheid.
Misschien is mijn eigen breekbaarheid ook mijn kracht.
Als ze terugkomt op haar kamer, vraagt Jeroen hoe het gesprek ging.
“Prima”, antwoordt Marga. Ze kijkt uit het raam. De lucht is helder. Nog meer dingen om over na te denken.
“Je maakt me wel nieuwsgierig”, zegt Jeroen.


Geef een reactie