Uit de geanonimiseerde uitspraak wordt duidelijk dat het gaat om Wouter van Gelderen, die in 2018 bij EY een partner aansprak op het lekken van informatie naar adviesbureau Accenture. Uiteindelijk kostte dat hem zijn baan: eind 2020 werd zijn contract opgezegd, nadat zijn salaris al enkele malen was verlaagd.
Dat voelde onrechtvaardig en Van Gelderen stapte naar de rechter om erkenning te krijgen voor zijn rol als klokkenluider en om zijn verhouding met EY – via een persoonlijke BV – als arbeidsrelatie te laten kwalificeren. Want die constructie is wat hem betreft een verkapt arbeidscontract met een fiscale schil eromheen, stelde hij eerder. Mocht de rechter het met hem eens zijn, dan zou de big four alsnog voor vele miljoenen aan inkomstenbelasting moeten afdragen.
Maar in alle rechtszaken die er tot nu toe zijn geweest, was de rechter het niet met hem eens. Struikelblok is keer op keer de bepaling in het contract met EY dat geschillen tussen beide partijen worden voorgelegd aan het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI). Zulke arbitrage-uitspraken worden niet openbaar gemaakt en dat is nu juist wat Van Gelderen wél wil.
Twaalfde keer
Het arbitragebeding zit hem ook bij deze laatste uitspraak weg. Van Gelderen eiste een verklaring dat hij tussen 2019 en 2021 een arbeidsovereenkomst had, dat hij niet gelijke behandeld is en dat hij een klokkenluider is. EY stelde daar tegenover dat het de twaalfde keer was dat Van Gelderen een procedure bij de rechter was gestart, terwijl is overeengekomen dat alle geschillen zullen worden beslecht door het arbitrage-instituut. In voorgaande zaken hebben rechters zich steeds onbevoegd verklaard.
Misbruik van procesrecht
Van Gelderens stelling dat er geen arbitragebeding is overeengekomen – omdat de afgegeven volmacht is verstrekt aan een verkeerde partij – wordt ook deze keer verworpen. En omdat ook deze rechter dus onbevoegd is, vangt hij weer bot. Van Gelderen moet de volledige proceskosten van EY betalen, omdat hij misbruik heeft gemaakt van procesrecht, zo is de rechter het met EY eens: “De vorderingen die [Van Gelderen] heeft ingesteld zijn in eerdere procedures aan de orde geweest en steeds heeft een overheidsrechter zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van die vorderingen. Het wordt tijd dat (de advocaat van) [Van Gelderen] inziet dat hij bij de overheidsrechter aan het verkeerde adres is en dat hij – als hij zijn vorderingen inhoudelijk wil laten beoordelen – een arbitrageprocedure moet beginnen.”
Van Gelderen moet een kleine € 40.000 aan proceskosten vergoeden.


Geef een reactie