De Hoge Raad heeft in de procedure rond het omstreden Nativa-resortproject in Costa Rica duidelijk gemaakt dat een verzoek om inzage in documenten op grond van artikel 843a Rv niet hoeft te worden beperkt tot stukken waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. Ook hoeft het gevraagde inzagerecht niet per se in het verlengde te liggen van de grondslag van dat beslag. Dat volgt uit een beschikking van 13 maart 2026 in een procedure tussen investeringsmaatschappij Aprisco en een voormalige projectbestuurder. Aprisco werd opgericht door Bert Ziengs, nadat hij zijn aandeel in de bekende keten Scapino verkocht aan zijn broer.
De zaak hangt samen met een langdurig conflict rond het Nativa-project, een grootschalige resortontwikkeling op ruim honderd hectare grond in Costa Rica. Volgens Aprisco heeft de bestuurder die het project jarenlang beheerde miljoenen dollars aan het project onttrokken en zich aandelen van een projectvennootschap toegeëigend.
Tuchtrechtelijke veroordeling accountant
In een tuchtprocedure oordeelde de Accountantskamer vorig jaar dat de RA die jarenlang de boeken van het bedrijf controleerde, ernstig tekort is geschoten. Hij werd in juli 2025 voor de duur van zes maanden doorgehaald in het register. De accountant had volgens de tuchtrechter onvoldoende controlewerkzaamheden verricht rond de waardering van het Costa Ricaanse project en een recreatiecentrum in Nederland.
De Accountantskamer oordeelde onder andere dat de RA frauderisicofactoren niet heeft onderkend: “Wat wel vaststaat is dat de controlewerkzaamheden ontoereikend zijn geweest over meerdere boekjaren. In die jaren heeft betrokkene geen zichtbare invulling gegeven aan het kritisch bevragen van het management van [X1c.s.] en heeft hij genoegen genomen met ontoereikende of ontbrekende controle-informatie. Dat rekent de Accountantskamer betrokkene zwaar aan.”
Daarnaast werkte zijn beperkte verweer in de procedure, waarbij hij verwees naar de eventuele gevolgen voor een civiele aansprakelijkheidsprocedure, niet in zijn voordeel.
Hof beperkte inzage na bewijsbeslag
Of de accountant nog steeds civiel aansprakelijk wordt gesteld is vooralsnog onduidelijk. Wel blijkt uit het arrest van de Hoge Raad dat de Ziengs-telg nog altijd procedeert tegen de in Argentinië woonachtige voormalige projectbestuurder die zou hebben gefraudeerd:
“Aprisco c.s. leggen aan hun verzoek ten grondslag dat [verweerder] fraude heeft gepleegd door miljoenen dollars aan het Nativa-project te onttrekken en zich de aandelen toe te eigenen van Nativa D&C, dat [verweerder] als opdrachtnemer van Aprisco verplicht is tot het afleggen van rekening en verantwoording en dat Missy recht heeft op inzage in haar eigen administratie.”
In 2022 liet Aprisco bewijsbeslag leggen en vroeg zij de rechter om op grond van artikel 843a Rv inzage in omvangrijke correspondentie, en onder anderen ook de administratie van EY. Bij dat accountantskantoor werkte de tuchtrechtelijk veroordeelde RA tot 2007. Toen hij daarna overstapte naar een ander accountantskantoor verhuisde de klant mee.
De rechtbank kende het verzoek grotendeels toe, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beperkte het inzagerecht aanzienlijk. Volgens het hof moest het verzoek aansluiten bij het gelegde bewijsbeslag en bij de concrete grondslag daarvan. Ook stelde het hof grenzen aan de periode waarover documenten moesten worden verstrekt: alleen stukken vanaf 2010 kwamen nog voor inzage in aanmerking.
Daarnaast wees het hof een ruimer verzoek om inzage in de volledige administratie van een van de betrokken vennootschappen af. Het hof oordeelde dat het verzoek in hoger beroep te laat was uitgebreid en daarmee in strijd kwam met de zogenoemde tweeconclusieregel.
Hoge Raad corrigeert uitgangspunt
De Hoge Raad corrigeert nu een belangrijk uitgangspunt van het hof. Volgens het hoogste rechtscollege volgt uit artikel 843a Rv niet dat een inzageverzoek na bewijsbeslag moet aansluiten bij de grondslag van dat beslag. Het bewijsbeslag heeft slechts een bewarende functie en begrenst het inzagerecht niet.
Daaruit volgt ook dat een inzageverzoek zich kan uitstrekken tot andere stukken dan waarop het bewijsbeslag rust. Het beslag dient alleen om te voorkomen dat bewijs verloren gaat voordat de rechter over inzage beslist.
De Hoge Raad benadrukt bovendien dat wanneer een rechtspersoon inzage vraagt in zijn eigen administratie, het rechtmatig belang en de voldoende bepaaldheid van zo’n verzoek in beginsel al gegeven zijn. Dat sluit aan bij het eerdere Belba-arrest uit 2024.
Tijdsbeperking onvoldoende gemotiveerd
Ook de beperking van het hof tot documenten vanaf 2010 houdt geen stand. Het hof had zelf vastgesteld dat er aanwijzingen waren voor dubieuze financiële transacties tussen de bestuurder en een zakenpartner in 2009. Daarmee is volgens de Hoge Raad moeilijk te rijmen dat er geen rechtmatig belang zou bestaan bij inzage in stukken van vóór 2010.
Omdat dat oordeel een belangrijke grond vormde voor de afwijzing van een deel van het verzoek, kan de beslissing van het hof niet in stand blijven.
Procedure moet over
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikkingen van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Dat hof zal opnieuw moeten beoordelen hoe ver het inzagerecht van Aprisco en de betrokken vennootschappen reikt. Daarmee zal de civielrechtelijke afwikkeling van de zaak rond de verdwenen Ziengs-miljoenen nog wel even voort blijven duren.
Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2026:413


Geef een reactie