Zij stellen in een onderzoek dat Nederland het risico loopt zo’n € 150 miljard van het bbp te verliezen als het zich niet beter voorbereidt op de energietransitie.
Gevolgen al over vijf jaar
De kwetsbaarheid van het bbp hangt af van hoeveel industrie een land heeft en hoe CO2-intensief die is. Afhankelijk daarvan kan een land al over vijf jaar de economische gevolgen gaan merken. Dat komt doordat de vraag naar fossiele energie terugloopt en consumenten minder vervuilende producten kopen. “Als je je niet voorbereidt, mis je de boot. Kijk maar naar de auto-industrie. Bedrijven die enkel nog benzineauto’s maken, komen uiteindelijk in de problemen”, zegt onderzoeker Dirk Schoenmaker in het FD.
Polen en Denen kwetsbaar
Polen loopt in Europees verband het grootste risico: ruim 40% van het Poolse bbp is kwetsbaar als het land geen veranderingen in zijn industrie- en energiemix doorvoert. Het Europees gemiddelde is 16; Zweden is het minst kwetsbaar met een mogelijk bbp-verlies van 8%. Denemarken scoort met 23% slecht vanwege transporteur Maersk. “Het land zou er goed aan doen veel onderzoeksgeld te investeren in het ontwikkelen van schonere motoren en brandstof. Daarmee stelt het zijn eigen bbp veilig.”
Nederland heeft relatief veel basisindustrie die ook nog vrij vervuilend is en moet daarom keuzes durven maken, aldus Schoenmaker. “Wij proberen alles te behouden. Maar gezien de stikstofcrisis moet de kunstmestproductie omlaag, dus is het echt zo erg als Yara vertrekt? En kan groen staal niet veel beter gemaakt worden in landen met meer zonne-energie, zoals Spanje?”
Bron: FD


Geef een reactie