Hierna ga ik nader in op wat dit voorstel voor de praktijk betekent en waarom een grotere groep werknemers met hogere inkomstenbelastingheffing te maken zal krijgen.
Kernpunten lucratief belangregeling:
- De lucratiefbelangregeling is geïntroduceerd om voordelen uit aandelenparticipaties met hefboomwerking in box 1 of 2 te belasten.
- Van oorsprong was de regeling bedoeld om private equity-managers zwaarder te belasten, maar door de ruime werking van de regelgeving, wordt een veel grotere groep aandeelhouders die aandelen houdt in de werkgever geraakt.
- Bij een werknemersparticipatie kan deze regeling bedoeld of onbedoeld van toepassing zijn. Onbedoeld als de financieringsstructuur niet juist is opgezet en soms bedoeld om zekerheid te krijgen over de fiscale afwerking van de participatie. In die situatie is zekerheid verkregen door afstemming met de Belastingdienst.
- Door de ruime werking van de aanvulling op de lucratief belangregeling per 1 januari 2024 om bepaalde financieringsstructuren ook onder de lucratief belangregeling te brengen, hebben een grotere groep aandeelhouders met de lucratief belangregeling te maken gekregen en zal een grotere groep ermee te maken krijgen. Voor de bestaande aandelenparticipaties is geen overgangsregeling getroffen die ze uitzondert van de regelgeving.
Op dit moment is een voordeel uit een via een holding wordt gehouden lucratief belang belast tegen 24,5% of 31%, afhankelijk van de omvang van het voordeel. De bedoeling is om dat te verhogen naar verwachting 36%. Zo was de wens van het NSC, zodat private equity-managers zwaarder worden belast. Het wijzigen van de wet op dit onderdeel raakt een veel grotere groep werknemers dan alleen de private equity-managers. Anderen dan de private equity-managers worden hiervan niet uitgezonderd. De vraag is of de politici zich hiervan bewust zijn in Den Haag.
Bij personeelsparticipatie wordt soms bewust gekozen om het als een lucratief belang te structureren, zodat er met de Belastingdienst afspraken gemaakt kunnen worden en er zekerheid wordt verkregen over de inkomstenbelastingheffing over de participatie. Met het verhogen van de belastingdruk op via een persoonlijke holding gehouden lucratieve belangen, wordt het minder aantrekkelijk om een belang op een zodanige wijze te structureren dat sprake is van een lucratief belang zo verwacht ik. Dat kan betekenen dat er minder snel voor een lucratief belang gekozen zal worden. Voor een vooroverleg met de Belastingdienst zal dan ook minder snel gekozen wordt. Dit omdat men dan de discussie over de waarde van de aandelen op het moment van participeren niet wil voeren. Men zal willen vertrouwen op een waarderingsrapport wat de waarde van de verkregen participatie onderbouwt. De Belastingdienst zal dan slechts achteraf nog de waardering van de gekochte aandelen in de werkgever ter discussie kunnen stellen.
De belangen worden dan zo gestructureerd dat ze of in box 2 of box 3 vallen. Al verwacht ik dat met de wijziging van de box 3 wetgeving per 1 januari 2028 waarbij uiteindelijk afgerekend moet worden over het daadwerkelijk gerealiseerde rendement box 2 vaker de voorkeur gaat genieten. Box 3 zal minder snel gekozen worden omdat er vanaf 1 januari 2028 voor aandelen een vermogensaanwasbelasting geldt, dat betekent dat de aandelen jaarlijks gewaardeerd moeten worden, waarbij over de tussentijdse waardestijging moet worden afgerekend. Aandelen in familiebedrijven en startende innovatieve bedrijven zijn van deze regel uitgezonderd, daar hoeft pas fiscaal afgerekend te worden als de winst via een verkoop daadwerkelijk is gerealiseerd.
Met het structureren van aandelenparticipaties via zogenaamde soortaandelen (die leveren sneller een box 2 belang op) moet ook voorzichtig omgegaan worden om te voorkomen dat men onbedoeld in een lucratief belang loopt met de zwaardere inkomstenbelastingheffing tot gevolg.
Door de voorgestelde verzwaring van de belastingheffing over lucratieve belangen worden een grotere groep werknemers dan de private equity-manager geraakt. De vraag is of dat wenselijk is. In de toekomst zal minder snel gekozen worden voor een lucratief belang maar zal eerder gekozen worden voor een belang dat in box 2 gehouden wordt met uitstel van inkomstenbelastingheffing tot het moment dat het voordeel als dividend naar privé wordt uitgekeerd. Vooroverleg met de Belastingdienst zal mogelijk minder snel plaatsvinden. De vraag is dan ook of met de voorgestelde belastingverhoging het paard niet achter de wagen wordt gespannen.
mr. Ewoud de Ruiter is belastingadviseur bij 3RRR Belastingadviseurs en verbonden aan Publiq belastingadviseurs.
Werknemersparticipatie biedt kansen, maar vereist fiscale finesse. Door de structuur goed te ontwerpen en de regelgeving te kennen, voorkomt u onaangename verrassingen. Wilt u meer weten? Volg dan de cursus over werknemersparticipatie en lucratief belang op 1 oktober 2025 daarover bij Fiscaal Vanmorgen.


Geef een reactie