Een RA treedt in 2017 toe tot een maatschap. In 2020 meldt hij zich ziek en zijn twee compagnons zeggen later dat jaar de maatschapsovereenkomst op. Het klantenbestand wordt overgedragen aan een ander kantoor. De drie treffen elkaar later voor de tuchtrechter, onder meer omdat de uitgetreden maat tijdens zijn ziekte cliënten zou hebben benaderd om te laten weten niet ziek te zijn, maar een conflict binnen het kantoor te hebben. Zowel de Accountantskamer als het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vindt echter dat de RA niets valt te verwijten.
Er moet nog wel worden afgerekend met de vertrokken partner, maar ze worden het onderling niet eens over de jaarrekening en de vergoeding die daar tegenover moet staan. In de maatschapsovereenkomst is vastgelegd dat bij het uittreden van één maat er recht is op “het bedrag van zijn kapitaalrekening vermeerderd of verminderd met zijn aandeel in de winst of in het verlies, gemaakt of geleden blijkens de balans en de winst- en verliesrekening die overeenkomstig artikel 7 wordt opgemaakt, waarbij worden de activa opgenomen tegen de werkelijke waarde”.
Advies
Omdat de gewezen zakenpartners het niet eens worden over onder andere de winst- en verliesrekening, roepen ze de hulp in van een andere accountant. Die komt tot een uittredingsvergoeding van een kleine € 150.000. Maar de overige maten vinden dat te veel: bij de berekening is ten onrechte interne goodwill betrokken. In hun ogen heeft de voor de berekening ingeschakelde accountant een oordeel daarover overgelaten aan de rechter.
De gewezen partner stapt daarom naar diezelfde rechter om alsnog zijn vergoeding te claimen. En dat doet hij met succes, zo blijkt uit een recentelijk gepubliceerde uitspraak, want de rechter stelt vast dat de adviserend accountant zich in zijn berekening wel degelijk heeft uitgesproken over de bestaande goodwill en de goodwill die gedurende het lidmaatschap van de maatschap is opgebouwd. “Aldus heeft hij als bindend adviseur beslist en dit oordeel niet aan de rechter overgelaten.” Het bindend advies leidt tot een bedrag van € 149.146. Dat is niet achterhaald doordat pas later een andere jaarrekening is vastgesteld, vindt de rechtbank.
Geen schending relatiebeding
Het bedrag moet worden betaald door de BV waarmee de uitgetreden maat de overeenkomst heeft gesloten, en niet (ook) de twee maten die daar als persoon bij betrokken waren. De RA heeft niet voldoende onderbouwd dat zij contractspartij bij de maatschapsovereenkomst zijn geworden. Hij hoeft geen boete te betalen voor overtreding van het relatiebeding, zoals zijn voormalige compagnons eisen. Hij is namelijk werkzaam geworden buiten een straal van 30 kilometer van de onderneming en die grens geldt voor zowel het concurrentie- als het relatiebeding, besluit de rechter. In de maatschapsovereenkomst is wat dat betreft tussen die twee bedingen onvoldoende onderscheid gemaakt. De twee andere maten betogen verder onvoldoende onderbouwd dat de man vanuit zijn (dichterbij gelegen) woonplaats is gaan werken.
Geen schade
De rechter ziet daarnaast niet in hoe de twee maten schade hebben geleden door het blokkeren van en beslag laten leggen op bankrekeningen. Alleen ‘in de problemen komen’ en bedragen moeten voorschieten zijn daarvoor “nog geen begin van het aantonen van schade”. De uitgetreden maat krijgt anderzijds dan weer geen schadevergoeding voor een brief van zijn voormalige partners waarin zij hun klanten inlichten over “dreigen met een ziekmelding” wegens het conflict. Dat is niet onrechtmatig, oordeelt de rechter.



Geef een reactie