De man was sinds 2019 in dienst als financieel manager bij Hydromaster, dat aandrijvingen van motorboten maakt. Hij liep in 2022 tegen de lamp na een tip van de bank, maar toen had de financial al zo’n 800.000 euro van bedrijfsrekeningen weggesluisd naar zijn eigen bv’s. Dat lukte hem door steeds kleine bedragen over te boeken (onder de 250 euro per keer). Daarnaast had hij 89.000 euro opgenomen met de bedrijfscreditcard.
In de tegenaanval
Hydromaster ontsloeg de financieel manager en eiste het geld terug, plus de 18.000 euro die het interne onderzoek naar zijn misdragingen had gekost plus een schadevergoeding van 6.000 euro. De financieel manager ging echter in de tegenaanval en eiste zijn resterend loon, vakantiegeld en betaling van een transitievergoeding. Hij vond namelijk dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de fraude, vanwege zijn ernstige gokverslaving. Ook vond hij dat Hydromaster als werkgever tekort had geschoten aangezien hij ongemerkt zoveel geld naar zichzelf had kunnen overmaken.
Gewiekst
De kantonrechter stelde manager in 2022 in het ongelijk. Hij noemde de manier waarop de man de betalingen heeft verricht ‘zeer gewiekst’. Hij vervalste facturen, deed dubbele betalingen, gebruikte valse tenaamstellingen en betalingsomschrijvingen en manipuleerde facturen. Gokverslaving, clusterhoofdpijn, hypersensitiviteit en autisme golden voor de rechtbank niet als excuus. Ook eigen schuld van Hydromaster, vanwege een tekortschietend controlemechanisme, veegde de kantonrechter van tafel. “Dat is de wereld op zijn kop. Hydromaster mag zijn werknemers in principe vertrouwen”, aldus de uitspraak van vier jaar geleden.
Andere juridische grondslag
Onlangs diende het hoger beroep in deze zaak. Waar de kantonrechter een deel van de vordering had toegewezen op basis van onverschuldigde betaling, plaatst het hof de aansprakelijkheid nadrukkelijker in het kader van werkgeversaansprakelijkheid en onrechtmatige daad. De oud-financieel manager is volgens het hof aansprakelijk op grond van artikel 7:661 BW, dat ziet op schade veroorzaakt door werknemers, en artikel 6:162 BW, de algemene norm voor onrechtmatig handelen. Concreet betekent dit dat het hof de vennootschappen van de financieel manager niet aanspreekt wegens onverschuldigde betaling, maar wegens ongerechtvaardigde verrijking. Het hof stelt vast dat deze bedrijven bedragen ontvingen die afkomstig waren van bedrijfsrekeningen en dat deze gelden niet zijn teruggestort. Daarmee zijn zij verrijkt ten koste van Hydromaster en gelieerde ondernemingen.
Doorslaggevend
Een belangrijk element in het arrest is de rol van de verklaringen die de oud-medewerker in eerste aanleg heeft afgelegd. Hij had destijds zelf een overzicht overgelegd van ontvangen bedragen en daarbij erkend dat een aanzienlijk deel wederrechtelijk was verkregen. Volgens het hof is sprake van een gerechtelijke erkentenis. Zo’n erkenning heeft in een procedure zwaarwegende betekenis en kan slechts onder uitzonderlijke omstandigheden worden herroepen. Het hof ziet geen reden om de erkenning terzijde te schuiven. Dat de oud-medewerker later stelde ontevreden te zijn over zijn juridische bijstand, acht het hof onvoldoende om terug te komen op eerdere processtukken. Bovendien waren de erkende bedragen onderbouwd met een door hemzelf opgesteld financieel overzicht.
Omvang van de schade
Over de precieze omvang van de schade bestond verschil van inzicht. De gedaagde betoogde dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en plaatste vraagtekens bij rapportages en financiële overzichten. Het hof verwerpt deze bezwaren grotendeels. De onderneming had haar schade volgens het hof niet alleen gebaseerd op een onderzoeksrapport, maar ook op bankafschriften en digitale transactiebestanden van de bank. Daaruit blijkt volgens het hof een consistent patroon van overboekingen naar rekeningen die direct of indirect aan de oud-financieel manager konden worden gekoppeld. De enkele suggestie dat dergelijke overzichten eenvoudig te manipuleren zouden zijn, volstaat niet als inhoudelijk verweer, aldus het hof. Van de oud-medewerker had een concretere en beter onderbouwde betwisting mogen worden verwacht.
Het hof merkt daarbij op dat eventuele onzekerheden in de schadebegroting mede voortvloeien uit de handelwijze van de oud-medewerker. Wanneer door die handelwijze een volledig sluitende reconstructie wordt bemoeilijkt, komt dat risico volgens vaste rechtspraak voor rekening van degene die voor die onduidelijkheid verantwoordelijk is.
Gokverslaving geen excuus
In de procedure beriep de oud-medewerker zich op persoonlijke omstandigheden, waaronder een gokverslaving en medische klachten. Volgens hem beïnvloedden deze factoren zijn handelen in overwegende mate. Het hof erkent dat uit medische stukken blijkt van gezondheidsproblemen, maar ziet daarin geen grond om opzet of bewuste roekeloosheid uit te sluiten. Het hof benadrukt dat het verwijtbare handelen niet het gokken zelf betreft, maar het onterecht overmaken van gelden van bedrijfsrekeningen. De transacties vertoonden volgens het hof geen kenmerken van vergissingen of administratieve fouten, maar van bewuste overboekingen. Dat een verslaving een verklaring kan bieden voor gedrag, betekent nog niet dat de juridische verwijtbaarheid vervalt.
Geen schuld werkgever
Een ander twistpunt was de vraag of Hydromaster zelf mede verantwoordelijkheid droeg voor de ontstane schade. De oud-medewerker stelde dat de onderneming onvoldoende interne controlemechanismen had, onder meer door het ontbreken van een tweehandtekeningenbeleid. Het hof volgt dit standpunt niet. Volgens het hof mag een werkgever in beginsel vertrouwen op een financieel manager, zeker wanneer het uitvoeren van betalingen tot diens kerntaken behoort. Bovendien blijkt uit het dossier dat de oud-medewerker controlemechanismen wist te omzeilen. Het hof verwijst onder meer naar stellingen dat vervalste rekeningoverzichten aan externe accountants zijn verstrekt. Onder die omstandigheden is geen sprake van eigen schuld aan de zijde van de werkgever.
Lees hier de uitspraak van het hof.


Geef een reactie