Een praktijk voor spoedoplossingen voor protheses die in 2022 ook eigenaar is geworden van een tandtechnisch laboratorium en een tandartsenpraktijk, stapt in 2023 van een salarisadministrateur over naar het kantoor van de AA. Die gaat vanaf boekjaar 2023 de jaarrekening samenstellen en diverse andere fiscale diensten verlenen.
Veel klachten, weinig concreet
Maar de klant is helemaal niet tevreden met de dienstverlening en legt een klacht neer bij de Accountantskamer. Zo zijn de loonaangiftes niet correct verzorgd en heeft de AA nagelaten advies te geven over de inkomensschade die een van de eigenaren heeft geleden door een verkeersongeluk in februari 2024. Bovendien kwam de AA met drie facturen voor de jaarrekening 2023, terwijl die niet is samengesteld, klaagt de praktijk. Beloofde kwartaalgesprekken zijn er ook niet geweest en tot slot zijn de facturen te hoog en niet gespecificeerd.
De tuchtrechter komt bij de behandeling echter weinig concrete aanknopingspunten tegen. Verwijten zijn niet duidelijk omschreven met feitelijke details. “De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is.”
Accountant niet louter doorgeefluik
De AA verweerde zich onder meer door te stellen dat de werkzaamheden werden verricht door twee verschillende BV’s die onderdeel zijn van het bedrijf en dat hij hooguit het doorgeefluik was. Daarover meldt de Accountantskamer dat een accountant als eerste aanspreekpunt ook op de hoogte is van de bijzonderheden die spelen bij de relatie met anderen binnen zijn organisatie. “Er kunnen zich omstandigheden voordoen die vereisen dat de accountant actie onderneemt, ook al gaat het om een opdracht die niet onder zijn verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd.”
Klachten allemaal gepareerd
De praktijk kreeg te maken met een boete van ruim € 13.000 omdat er geen loonbelasting was afgedragen – er zijn geen afschriften van de loonaangiftes ontvangen. Maar de AA weet met stukken aan te tonen dat de aangiftes wel degelijk zijn gedaan. De praktijk moest zelf de heffingen betalen, maar kampte al vanaf het begin van de samenwerking met een betalingsachterstand bij de Belastingdienst.
Ook het achterwege blijven van advies kan de AA niet worden verweten omdat hij heeft aangegeven dat de administratie nog niet volledig genoeg was om een accountantsverklaring af te leggen over de omzetderving.
Werk gepauzeerd
De drie facturen die zijn genoemd, hebben betrekking op het samenstellen van de jaarrekening 2022. Voor de jaarrekening 2023 is één nota gestuurd en het klopt dat er geen jaarrekening 2023 is aangeleverd, zo betoogt de AA, omdat de praktijk financieel in zwaar weer zat. Er was sprake van een betalingsregeling met de Belastingdienst en een herstelplan om een faillissement te voorkomen. Ook de nota’s van het kantoor van de AA bleven grotendeels onbetaald. In overleg zijn de werkzaamheden aan de jaarrekening 2023 gepauzeerd. Ook deze klacht is daarom ongegrond.
Er zijn formeel geen kwartaalgesprekken geweest, erkent de AA, maar er is veel intensief contact geweest. Aan het doel met elkaar in contact te blijven en de klant te ontzorgen is daarom ruimschoots voldaan. De tuchtrechter is het daarmee eens, verwijzend naar de offerte waarin wordt gesproken over periodiek overleg.
De facturen en tarieven zijn daarnaast voldoende toegelicht, oordeelt de Accountantskamer. Dat de tarieven zouden worden geïndexeerd, is ook in de offerte vermeld. Waar er een vast bedrag voor bepaalde werkzaamheden is afgesproken, hoeft dat bedrag bovendien niet uitputtend te worden gespecificeerd.
De klacht is kortom volledig ongegrond. “De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.”


Geef een reactie