Het uitstel heeft gevolgen voor de rijksbegroting. Doordat de belastingopbrengsten uit eenmalige opnames later binnenkomen, loopt de schatkist volgens de voorjaarsnota circa 65 miljoen euro mis in de periode 2026–2028.
De maatregel moet pensioendeelnemers de mogelijkheid geven om bij pensionering maximaal 10% van het opgebouwde pensioenvermogen in één keer op te nemen. Het gaat daarbij vaak om bedragen van duizenden tot tienduizenden euro’s. Anders dan in veel andere landen is het in Nederland momenteel niet toegestaan om fiscaal gefaciliteerd pensioenvermogen tussentijds vrij op te nemen.
Uitstel
De regeling werd oorspronkelijk voorzien voor pensioneringen na 2021, maar is sindsdien herhaaldelijk uitgesteld vanwege de complexiteit van het wetsvoorstel en uitvoeringsproblemen. Door het nieuwe uitstel missen tienduizenden aankomende pensionado’s definitief de mogelijkheid om van de regeling gebruik te maken, omdat opname alleen is toegestaan op het moment van pensionering. Een voorstel om deze groep alsnog later toegang te geven tot het bedrag ineens lijkt volgens het kabinet praktisch onuitvoerbaar.
Uitvoeringsdruk en pensioentransitie
Pensioenfondsen hebben sterk aangedrongen op uitstel. Zij wijzen op de samenloop met de ingrijpende transitie naar het nieuwe pensioenstelsel, die naar verwachting pas in 2028 wordt afgerond. In dat stelsel worden collectieve pensioenvermogens omgezet in individuele aanspraken en gaan uitkeringen meer meebewegen met economische ontwikkelingen.
Volgens de Pensioenfederatie zou invoering van het bedrag ineens tijdens deze overgang leiden tot aanzienlijke uitvoeringsrisico’s en administratieve complexiteit. “Zorgvuldigheid gaat ook hier voor snelheid,” aldus de koepelorganisatie.
Fiscale en inkomenseffecten
Naast uitvoeringskwesties spelen fiscale onzekerheden een belangrijke rol. Over het opgenomen bedrag is inkomstenbelasting verschuldigd, waardoor gepensioneerden in een hogere belastingschijf kunnen vallen. Ook kan de eenmalige inkomenspiek leiden tot verlies van inkomensafhankelijke regelingen, zoals zorg- en huurtoeslag.
Met name voor lagere en middeninkomens kan het netto voordeel daardoor beperkt zijn, terwijl de maandelijkse pensioenuitkering structureel lager wordt. Pensioenfondsen en budgetvoorlichters benadrukken daarom het belang van zorgvuldige keuzebegeleiding om onaangename verrassingen te voorkomen.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de Tweede Kamer nog nader informeren over het uitstel en het verdere wetgevingstraject.
(NOS/FD/Rijksoverheid)


Geef een reactie