Dit blijkt uit het onderzoek ‘Private equity in accountancy: op zoek naar balans tussen waarde en waarden’ dat Wolters Kluwer recent onder accountants in Nederland uitvoerde. Ook de AFM ziet hier risico’s en signaleert zorgen in de sector. Wat zeggen accountants zelf over deze spanningsvelden?
Aandeelhouderswaarde versus klantbelang: voor wie werk je?
Aandeelhouderswaarde versus klantbelang is het meest genoemde spanningsveld in het onderzoek: 35 procent van de accountants maakt zich zorgen over deze balans. Over het algemeen zien accountants zichzelf als onafhankelijke adviseurs met langdurige klantrelaties. Zodra externe aandeelhouders instappen, verschuift dat perspectief. Ruim 8 op de 10 accountants zegt dat private equity invloed heeft op managementkeuzes. Besluiten worden formeler en investeringen krijgen een scherpere financiële onderbouwing.
Samen met de managementkeuzes veranderen ook de KPI’s. Welke blijven op de agenda staan en welke verdwijnen naar de achtergrond? Gaat het gesprek vooral over EBITDA en groei, of blijft er ruimte voor klanttevredenheid en vaktechnische zorgvuldigheid? “Respondenten verwachten dat financiële groei 92 procent van de focus krijgt, terwijl klanttevredenheid met slechts 2 procent nauwelijks meetelt als KPI, wanneer private equity instapt”, concludeert Jeffrey Smit, managing director tax & accounting Europe region West bij Wolters Kluwer Tax & Accounting, op basis van het onderzoek.
Een accountant vat het treffend samen: “Voor wie werk je nu eigenlijk, als private equity instapt? Dat is steeds de vraag.” De respondenten merken dat dit effect ook bij klanten voelbaar is. Het zorgt voor meer financiële druk, minder rust, snellere processen en dashboards die persoonlijke aandacht vervangen. De effecten zijn dus niet alleen intern merkbaar; ook klanten voelen de veranderingen. Wanneer financiële targets zwaarder wegen dan professionele afwegingen, verschuift de dynamiek automatisch en dat voelt iedereen, intern én bij de klant.
Groei versus kwaliteit: wie zit er aan het stuur?
Wat doet groeidruk met de kwaliteit van je werk? Dat is een vraag die veel accountants zichzelf stellen, en bijna 30 procent ziet hier het grootste spanningsveld. Het gaat veel verder dan KPI’s: ook autonomie en werkcultuur verschuiven. Twee derde van de respondenten verwacht een verschuiving van het traditionele familiegevoel naar een prestatiegerichte cultuur, met meer dashboards, strakkere targets en een grotere focus op cijfers. Voor sommigen voelt dit als druk op vaktechnische zorgvuldigheid.
Groei an sich is voor accountants het probleem niet, iedereen wil vooruitgaan. De vermindering van autonomie is met name de bottle neck. Blijft de vakinhoud leidend of gaat het vooral om snelle groei? “Waar vroeger de partner de koers bepaalde, sturen nu investeerders mee. De uitdaging: groeien zonder het karakter van het kantoor te verliezen”, zegt Jeffrey.
Een van de respondenten benadrukt dan ook dat niet de prijs doorslaggevend was in gesprekken met investeerders, maar “de mate waarin we zelf de koers konden blijven bepalen”. Een andere respondent spreekt over een “slecht gevoel over te leveren kwaliteit die onder druk wordt gezet door rendementseisen”.
Hoe houd je groei ambitieus, zonder dat kwaliteit het tempo moet bijbenen? En wat betekent succes eigenlijk: sneller groeien, of duurzaam goed werk leveren? Als het zover komt dat de drang om te groeien het vak inhoudelijk raakt, is het tijd om opnieuw te bepalen wat écht leidend moet zijn. Alleen zo blijft het karakter van het kantoor behouden en de professional trots op het werk dat hij of zij levert.
Rendement versus professionele integriteit: wat mag nooit schuiven?
25 procent ziet de grootste spanning in de balans tussen rendement en professionele integriteit. Accountancy draait om vertrouwen, onafhankelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als financiële doelstellingen botsen met die kernwaarden, raakt dat de identiteit van het beroep. Respondenten waarschuwen voor risico’s in objectiviteit en voor te sterke focus op korte termijn. Slechts 4 procent denkt dat sociale en duurzame doelen altijd voldoende aandacht houden.
Ook op de arbeidsmarkt speelt dit mee. Bijna de helft verwacht dat het moeilijker wordt om talent aan te trekken. Een derde vreest reputatieschade. Daarom zoeken kantoren slimme oplossingen, zoals modellen waarbij medewerkers mede-eigenaar blijven naast private equity. Op deze manier blijft kapitaal binnenkomen zonder dat de identiteit van het kantoor verloren gaat. Zo stelt een respondent: “Een combinatie van overname deels door werknemers en deels door private equity lijkt ons de beste oplossing.”
Meerdere reacties laten zien dat kantoren zoeken naar manieren om de voordelen van kapitaal te combineren met behoud van kernwaarden. Jeffrey Smit: “Het draait uiteindelijk om één vraag: kun je kapitaal inzetten zonder je kernwaarden te verliezen? Dat vraagt leiderschap en duidelijke grenzen.”
Wat betekent dit voor jouw kantoor?
Private equity blijft. Consolidatie zet door. De sector wordt groter, kapitaalkrachtiger en zakelijker. De voordelen zijn concreet: kapitaal voor innovatie en technologie, oplossing voor opvolging, professionalisering en meer strategische slagkracht. De risico’s en spanningsvelden staan op de radar.
Wie instapt zonder scherpe kaders, verandert niet alleen het eigenaarschap, maar mogelijk ook de identiteit van het kantoor. Heldere afspraken maken over zeggenschap, strategie en KPI’s is daarom essentieel. Niet alleen praten over waardering, maar over koers. Jeffrey Smit: “Private equity verschuift niet zozeer het financiële plaatje maar vooral de cultuur, het tempo en de manier waarop beslissingen worden genomen.”
Succesvolle kantoren kiezen niet blind voor of tegen investeerders. Ze sturen bewust en houden de balans tussen rendement en kernwaarden scherp in het vizier. Voor een optimale balans tussen waarde en waarden.
Meer weten? Lees het hele rapport hier.


Geef een reactie