Dat meldt de Financial Times. Volgens bronnen die de krant heeft gesproken hebben zowel KPMG als EY in het Verenigd Koninkrijk de afgelopen jaren een klein aantal partners uit de equity-structuur gehaald en hen een rol als ‘salaried partner’ aangeboden. Daarmee behouden zij de partnertitel, maar verliezen zij toegang tot de winstpool van de equity-partners.
Van anciënniteit naar prestaties
De ontwikkeling past binnen een bredere trend waarin accountancyorganisaties kritischer kijken naar de bijdrage van individuele partners. Waar eerder anciënniteit en interne positie een belangrijke rol speelden, verschuift de focus naar commerciële prestaties en het binnenhalen van opdrachten.
Bij KPMG in het Verenigd Koninkrijk wordt de winstverdeling onder equity partners bepaald aan de hand van zogeheten ‘units’. Volgens de Financial Times zijn deze de afgelopen jaren anders verdeeld, met minder nadruk op dienstjaren en meer op partners die daadwerkelijk nieuwe business genereren. Partners die daar minder aan bijdragen, kunnen daardoor minder gunstig uitkomen bij de verdeling van die units.
‘Salaried partner’ als instrument
De rol van ‘salaried partner’ wordt daarbij steeds belangrijker. Deze positie biedt senior professionals de status van partner, maar zonder deelname aan de winstverdeling van de equity-groep. Het model werd oorspronkelijk ingezet om talent te behouden, maar fungeert nu ook als instrument om het aantal equity partners te beheersen.
Daarmee ontstaat een duidelijker onderscheid binnen het partnerschap. De titel ‘partner’ dekt niet langer automatisch mede-eigenaarschap, wat volgens critici leidt tot inflatie van de titel.
Druk op winstgevendheid
De aanpassingen hangen samen met druk op de winstgevendheid. De grote kantoren hebben te maken met afzwakkende groei in delen van de adviespraktijk en sturen scherper op winst per partner.
Bij KPMG in het Verenigd Koninkrijk lag de gemiddelde winstuitkering per equity partner vorig jaar rond de 880.000 Britse pond, omgerekend volgens de huidige wisselkoersen komt dat neer op ongeveer 1.016.400 euro. Sinds de benoeming van topman Jon Holt in 2021 is die winst per partner gestegen, onder meer door terughoudendheid bij promoties en herverdeling van winstrechten.
Het aantal promoties naar equity partner bij de Big Four bereikte in 2025 volgens de Financial Times het laagste niveau in vijf jaar.
Actiever sturen op samenstelling
Volgens betrokkenen is er sprake van een zekere ‘opschoning’, waarbij het aantal equity partners actiever wordt teruggebracht en scherper wordt gekeken naar hun bijdrage aan de omzet. Binnen KPMG wordt volgens de krant intern gesproken over zogeheten ‘HUNCs’ (high-units-no-clients): partners met relatief veel winstrechten, maar die weinig tot geen omzet genereren.
Dat soort posities komt nadrukkelijker onder druk te staan. Het partnerschap wordt daarmee minder vanzelfsprekend een eindstation en meer een positie die continu wordt getoetst op prestaties.
Breder dan accountancy
De ontwikkeling staat niet op zichzelf. Ook in andere sectoren met een partnershipmodel, zoals de advocatuur en investment banking, wordt al langer gestuurd op winst per partner en actieve doorstroom. Met de recente stappen van KPMG en EY in het Verenigd Koninkrijk lijkt die beweging zich nu ook binnen de accountancysector nadrukkelijker door te zetten.
EY was volgens the Financial Times niet bereikbaar voor commentaar.


Geef een reactie