FIOD
De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) nam het contante geld in april 2018 in beslag op luchthaven Schiphol vanwege een verdenking van witwassen. Het geld was enkele dagen eerder per vliegtuig vanuit Suriname naar Nederland vervoerd. Het bedrag is eigendom van drie Surinaamse handelsbanken; de Centrale Bank van Suriname (CBvS) trad op als verzender van de zending.
Geen immuniteit
De handelsbanken en de CBvS verzetten zich tegen het beslag via een klaagschrift. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in augustus 2024 echter dat het beslag gehandhaafd moest blijven. Volgens het hof kon de CBvS geen beroep doen op immuniteit, omdat het geld niet haar eigendom was maar dat van de handelsbanken. De rol van de centrale bank bij het transport was volgens het hof slechts faciliterend. Ook achtte het hof het niet hoogst onwaarschijnlijk dat een strafrechter het geld later verbeurd zal verklaren.
Hoge Raad
De CBvS en de drie banken gingen vervolgens in cassatie. Zij voerden onder meer aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de centrale bank geen immuniteit geniet en dat een onjuist juridisch criterium was toegepast.
De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad in december 2025 om de beslissing van het hof in stand te laten. De Hoge Raad volgt dat advies en verwerpt de cassatieklachten. Volgens de hoogste rechter leiden de bezwaren niet tot vernietiging van de hofuitspraak en roepen ze geen nieuwe rechtsvragen op die beantwoording vereisen.
Met het arrest komt definitief een einde aan de beslagprocedure rond de Surinaamse geldzending.


Geef een reactie