Daarom hier tips voor het opstellen van zo’n verklaring.
Harde en zachte verklaringen
De patronaatsverklaring komt in vele gedaanten voor, als: letter of comfort, letter of awareness, Patronatserklärung, lettre de patronage, lettre de support of sterkmakingsverklaring. Achter al die termen schuilt een breed spectrum aan inhoud. Aan de “zachte” kant verklaart de moeder slechts dat zij kennis draagt van een aan de dochter verleend krediet, of dat zij dit goedkeurt. Zo’n verklaring biedt eigenlijk geen basis voor een continuïteitsveronderstelling. Alleen een verklaring die de moeder daadwerkelijk tot financiële steun verplicht, telt. Aan de “harde” kant kan de moeder zich verbinden om een storting te doen, krediet te verstrekken of een borgtocht te verschaffen. Tussenvormen (bijv. de toezegging een deelneming niet af te stoten of de kredietgever vooraf te waarschuwen) bieden weer minder houvast. De vraag voor de accountant is steeds: verplicht deze tekst de moeder tot iets afdwingbaars?
Inhoud is een kwestie van uitleg
Wat de inhoud van de verklaring is, hangt af van de uitleg van de tekst van de verklaring. Dat kan gaan om het bindende karakter, maar ook de wijze van steunverlening, de duur, de financiële omvang, opzegbaarheid of reikwijdte. De rechter bekijkt dit aan de hand van de subjectieve partijbedoeling, te achterhalen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden, gewaardeerd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (Rb. Rotterdam 17 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6744). Discussies achteraf geven onzekerheid. En dat is onwenselijk. De bewoordingen zijn niet allesbepalend, maar wél een belangrijk aanknopingspunt. Hoe duidelijker de tekst dus is, hoe minder ruimte voor verschillende vormen van uitleg. Het is zaak de onderwerpen duidelijk op te schrijven.
Let in het bijzonder op de looptijd
Veel verklaringen bevatten geen einddatum. Als hoofdregel geldt: een verklaring met een in duur beperkte looptijd zónder intrekkingsmogelijkheid is in beginsel niet tussentijds te beëindigen; een verklaring met onbeperkte looptijd in beginsel wél. Het ongewenste effect laat zich raden: steun die binnen het prognosejaar afloopt of eenzijdig kan worden ingetrokken, draagt het continuïteitsoordeel niet. Het heeft dus de voorkeur om een einddatum op te nemen. Maar dan ben je er nog niet. Want wat is de status na op en na die einddatum? Stel dat er op de einddatum 100.000 Euro aan schulden zijn. Kan de dochter zich dan beroepen op de verklaring voor die schuldpositie? Of eindigt iedere aanspraak? Ook dat is uitleg. Het is dus zaak om dit aspect ook expliciet te regelen.
De termijn die de accountant bij de continuïteitsbeoordeling moet hanteren is gelijk aan die van het bestuur, maar ten minste twaalf maanden na balansdatum (NV COS 570.12). Belangrijk en actueel: de nieuwe Standaard 570 bepaalt dat dit ten minste twaalf maanden na het opmaken van de jaarrekening moet zijn. En het is geen plafond: de accountant moet aanvullend inlichtingen inwinnen over relevante gebeurtenissen ná die twaalf maanden.
Kortom: lees de verklaring, stel vast of de moeder zich daadwerkelijk verbindt, beoordeel reikwijdte en looptijd, en toets of de moeder de toegezegde steun ook kán dragen. Pas dan biedt de patronaatsverklaring de zekerheid die een continuïteitsveronderstelling — en de accountant zelf — vereist.
Tips voor het opstellen van een verklaring
Regel bij het opstellen van een verklaring in elk geval de volgende zaken:
- Wie verleent de steun?
- Aan wie wordt de steun verleend (alleen de dochter of ook ten behoeve van derden en kan een curator er wel of geen een beroep op doen)?
- Welke steun wordt verleend (een lening verstrekken, kapitaalstorting doen, zich als borg verbinden, of anders)? Vermijd teksten als ‘Moeder-BV zal de continuïteit waarborgen van Dochter-BV”. Dit is onvoldoende concreet. Definieer precies wat de prestatie van de steungever is.
- Voor welk (maximum)bedrag geldt de steun?
- Wanneer kan de steun worden opgeëist door de dochter? Gelden daar voorwaarden voor (en zo ja welke)?
- Wat is de looptijd, regel een vervaldatum. Regel ook, dat er ná de vervaldatum in het geheel geen beroep meer gedaan kan worden op de steunlevering.
- Laat de verklaring minimaal lopen tot twaalf maanden ná de opmaakdatum van de jaarrekening, met een marge. Een verklaring die binnen de beoordelingsperiode afloopt, draagt het continuïteitsoordeel niet.
- Regel of de verklaring kan worden opgezegd of niet, en zo ja, hoe en met welk gevolg.
- De verklaring moet bestaan en gedateerd zijn uiterlijk op de datum van de jaarrekening/controleverklaring.
Derk van Geel is advocaat/partner Insolventie & Herstructurering bij act legal.


Geef een reactie