Volgens de OESO is inmiddels ongeveer 30 procent van de werknemers in vijftien onderzochte OESO-landen gebonden aan een concurrentiebeding. De organisatie constateert bovendien dat het gebruik ervan de afgelopen jaren is toegenomen en zich allang niet meer beperkt tot leidinggevenden of werknemers met toegang tot bedrijfsgeheimen. Ook veel werknemers in lagere en minder specialistische functies krijgen dergelijke clausules voorgelegd.
Concurrentiebedingen zijn oorspronkelijk bedoeld om legitieme bedrijfsbelangen te beschermen, zoals bedrijfsgeheimen, vertrouwelijke informatie of klantrelaties. In de praktijk lijken ze echter veel breder te worden toegepast dan daarvoor noodzakelijk is. De OESO wijst erop dat concurrentiebedingen vaak standaard worden opgenomen, nauwelijks worden onderhandeld en regelmatig zelfs niet volledig voldoen aan de wettelijke vereisten. Toch gaan veel werknemers ervan uit dat zij eraan zijn gebonden, waardoor zij minder snel van baan wisselen.
Minder kennisuitwisseling
Volgens de OESO heeft dat gevolgen die verder reiken dan de individuele werknemer. Minder arbeidsmobiliteit betekent ook minder kennisuitwisseling tussen bedrijven. Vooral minder productieve ondernemingen profiteren normaal gesproken van het aantrekken van ervaren medewerkers van concurrenten. Wanneer die overstap wordt bemoeilijkt, verloopt de verspreiding van kennis en innovatie trager en neemt de productiviteitsgroei af.
Daarnaast verzwakken concurrentiebedingen de onderhandelingspositie van werknemers. Uit de door de OESO uitgevoerde werknemers- en werkgeversenquêtes blijkt dat werknemers minder snel van baan veranderen en ook minder geneigd zijn een eigen onderneming te beginnen wanneer zij aan een concurrentiebeding zijn gebonden. De organisatie ziet bovendien aanwijzingen dat concurrentiebedingen de loonontwikkeling drukken doordat werknemers minder uitwijkmogelijkheden hebben naar concurrerende werkgevers.
Alternatieven vaak voldoende
De OESO plaatst daarom vraagtekens bij de huidige regelgeving rond concurrentiebedingen. Volgens de organisatie zijn minder ingrijpende instrumenten, zoals geheimhoudingsbedingen, relatiebedingen en bescherming van bedrijfsgeheimen, in veel gevallen voldoende om de belangen van werkgevers te beschermen. Onderzoek laat zien dat concurrentiebedingen de arbeidsmobiliteit wel beperken, maar nauwelijks extra bescherming bieden tegen ongeoorloofde kennisdeling bovenop wat geheimhoudingsbedingen al bereiken.
De conclusie van de OESO is dat de brede toepassing van concurrentiebedingen, ook buiten kennisintensieve functies, aanleiding geeft om te bezien of de huidige beleidskaders nog wel in verhouding staan tot hun oorspronkelijke doel.


Geef een reactie