Een werkneemster die tot eind 2021 op grond van een beschikking recht meende te hebben op toepassing van de 30%-regeling, ziet haar fiscale voordeel door wetswijziging per 1 januari 2021 eindigen. Zowel het hof als de Hoge Raad oordelen dat de verkorting van de looptijd, ondanks het beperkte overgangsrecht, binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt en niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen of het EVRM.

