
De Accountantskamer heeft een registeraccountant drie maanden doorgehaald omdat deze een ondeugdelijk onderzoeksrapport had geschreven. De accountant gaf tijdens de zitting toe dat zijn werk ‘geen schoonheidsprijs’ verdiende.
Twee bestuurders van een bv traden in 2022 af. De meerderheidsaandeelhouder stelde een onderzoek in naar financiële transacties van de bestuurders en schakelde hiertoe een registeraccountant in. Vier maanden later leverde hij een ‘Report of factual finding’ op. Op basis van het onderzoek werden de bestuurders aansprakelijk gesteld voor een bedrag van 494 duizend euro. Volgens hen echter rammelde het rapport van de registeraccountant aan alle kanten. Beiden stapten naar de Accountantskamer. Zij verweten hem dat hij geen hoor en wederhoor had toegepast, NBA-Handreiking 1127 en Standaard 4400N niet had nageleefd, dat hij geen oog had gehad voor de belangenverstrengeling tussen de opdrachtgevers en de beoogd gebruikers van het rapport en de daaruit volgende bedreiging voor de objectiviteit. Voorts zou het rapport feitelijke onjuistheden bevatten, een deugdelijke grondslag ontberen en de objectieve waarheidsvinding belemmeren.
Persoonsgericht
Standaard 4400N zou niet zijn nageleefd, omdat de registeraccountant in zijn rapport onder meer concludeerde dat sprake was geweest van onrechtmatige betalingen aan beide bestuurders. Volgens hen maakt dit het rapport tot een persoonsgericht onderzoek in de zin van NBA-Handreiking 1112. De betrokkenheid en handelingen van beide bestuurders was immers het onderwerp van het onderzoek. De Accountantskamer ging in deze argumentatie mee. ‘Het trekken van een dergelijke conclusie past niet in een rapport van feitelijke bevindingen, omdat een accountant daarin alleen rapporteert over de feitelijke bevindingen die volgen uit zijn werkzaamheden en geen oordeel geeft of conclusies trekt over het object in zijn totaliteit’, aldus de Accountantskamer.
Geen hoor en wederhoor
Omdat het om een persoonsgericht onderzoek ging was NBA-Handreiking 1112 van toepassing. Deze schrijft voor dat de personen op wie het onderzoek is gericht in beginsel moeten worden gehoord. De registeraccountant bracht geen bijzondere omstandigheden naar voren op grond waarvan hij van het horen van beide bestuurders had mogen afzien. Hij verklaarde op de zitting dat hij achteraf inziet dat hij te gemakkelijk over het beginsel van hoor en wederhoor is heen gestapt. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat het rapport geen deugdelijke grondslag heeft, zodat aan de inhoud daarvan geen waarde kan worden gehecht.
Objectiviteit
Vier van de vijf klachtonderdelen werden daarmee gegrond verklaard. Het vijfde klachtonderdeel ging over het feit dat de registeraccountant geen oog zou hebben gehad voor de bedreiging van de objectiviteit. Daarbij wezen de twee bestuurders erop dat de registeraccountant zich niet bewust is geweest van de verschillende petten die de opdrachtgever en de beoogd gebruikers hadden. Ook had hij geen acht geslagen op de onderliggende meningsverschillen en had hij naar stelling van de klagers een eenzijdig onderzoek uitgevoerd. Betrokkene had zich volgens klagers niet mogen baseren op eenzijdig verkregen informatie.
Naar het oordeel van de Accountantskamer had de registeraccountant ten onrechte niet onderkend dat zijn objectiviteit mogelijk werd bedreigd. Hij baseerde zijn rapport immers uitsluitend op informatie die hij van zijn opdrachtgever had ontvangen, waarbij hij zich niet afvroeg of deze eenzijdig verkregen informatie wel geschikt was om zijn onderzoek op te baseren. Doordat hij niet onderkende dat zijn objectiviteit mogelijk werd bedreigd, nam hij ook geen maatregel om deze mogelijke bedreiging weg te nemen. Door zo te handelen heeft hij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Het klachtonderdeel was daarom gegrond, aldus de Accountantskamer.
Doorhaling
De registeraccountant diende geen verweerschrift in, maar verklaarde op de zitting dat zijn rapport niet de schoonheidsprijs verdient. De Accountantskamer achtte de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van drie maanden passend en geboden.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie