De aandeelhouders van het inmiddels door de Jong & Laan overgenomen Horlings besloten in 2014 om de uittredingsleeftijd voor partners/aandeelhouders te verlagen van 65 naar 62 jaar. Twee oudere partners waren het daar niet mee eens, en na een arrest van de Hoge Raad moest het kantoor de twee in totaal ruim negen ton overmaken. Toch was het conflict daarmee nog niet afgedaan, want deze week stonden de partijen in Zwolle tegenover elkaar bij de Accountantskamer. Het besluit om de uittredingsleeftijd te verlagen was bittere noodzaak, betoogde advocaat Jan Garvelink daar namens zijn cliënten van het Amsterdamse accountantskantoor. “Het voortbestaan van de onderneming stond op het spel. Het ging vanaf de financiële crisis in 2008 niet goed met Horlings.”
door Misha Hofland
De twee oudere partners – een accountant en een belastingadviseur – stelden in de civiele procedure dat zij onevenredig werden getroffen door de verlaging van de uittredingsleeftijd. Dat besluit was eind 2014 genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders van moederbedrijf HAB Holding BV. Bij de rechter kregen de twee gelijk. In het eindarrest van het hof van 7 januari 2020 werd HAB onder meer veroordeeld om aan elk van de twee partners en hun houdstervennootschappen € 460.333,- te betalen. Een gang naar de Hoge Raad haalde voor Horlings niets uit, waarna de uitspraak van het hof onherroepelijk werd.
Tuchtklacht: misleiding en manipulatie
Toch dienden de twee voormalige partners een tuchtklacht in tegen zeven (voormalige) accountants die partner waren bij Horlings, waaronder de bestuurders van het accountantskantoor. De cijfers over 2017 van Horlings zijn namelijk op zo’n manier gemanipuleerd dat de accountant en belastingadviseur een lagere vergoeding kregen dan eigenlijk zou moeten, betoogde hun advocaat mr. Léon Spronken maandag bij de tuchtrechter. Daardoor bevatte ook een rapport van Mazars, dat bij de civiele procedure in hoger beroep werd gebruikt, volgens de twee onjuiste cijfers. Met name de posten onderhanden werk en debiteuren zouden verkeerd zijn voorgespiegeld in de voorlopige cijfers, waar Mazars het mee moest doen. “Het Mazars-rapport was een schokkende ervaring”, zei advocaat Spronken namens zijn cliënten. “Ze zaten vol verbazing over de gepresenteerde cijfers.” Tijdens de civielrechtelijke procedure beschikten de klagers niet over de onderliggende stukken waarop de cijfers waren gebaseerd, en bestond er dus alleen een vermoeden dat die onjuist waren. “Uiteindelijk was er een kort geding voor nodig om aan de onderliggende stukken te komen.” De bevindingen daarna “bleken de bange vermoedens verre te overtreffen”, betoogde Spronken bij de Accountantskamer. “Er is bewust financiële informatie gemanipuleerd, met als doel de cijfers minder gunstig voor te stellen.”
“Hoog rancuneus gehalte”
Wat advocaat Jan Garvelink en zijn cliënten betreft liggen de zaken echter heel anders. “Dat we hier vandaag staan is het gevolg van het feit dat klagers zeven jaar na dato nog altijd niet kunnen verkroppen dat dat ze als partners hebben moeten uittreden bij Horlings”, begon Garvelink zijn betoog. Wat hem betreft heeft de tuchtklacht tegen de accountants “een hoog rancuneus gehalte”. En dat terwijl het besluit tot verlaging van de uittredingsleeftijd van de partners bij Horlings destijds bittere noodzaak was, schetste de advocaat. Horlings belandde vanaf 2008 financieel in zwaar weer. “Er moesten dus maatregelen worden genomen om het tij te keren.” Met een vernieuwde organisatie en een kleinere partnergroep werd uiteindelijk de weg omhoog weer ingeslagen.
Zowel de rechtbank als het hof oordeelden in de civiele procedure dat het besluit tot verlaging van de leeftijdsgrens als zodanig ook wel door de beugel kon. De twee moesten alleen wel gecompenseerd worden voor de nadelige gevolgen ten opzichte van jongere partners, en dat deed Horlings na het arrest van de Hoge Raad ook. Wat zijn cliënten betreft is de kous dan ook af, betoogde Garvelink. “De Accountantskamer is een serieus instituut en het tuchtrecht is niet bedoeld om oud-partners met oud zeer een forum te geven.” De advocaat stelde dat de twee tijdens de civiele procedure maar weinig belangstelling hadden voor de onderliggende stukken. “Dat was het moment geweest om aandacht te vragen voor eventuele onjuistheid van de cijfers. Maar in plaats daarvan hebben ze er voor gekozen dat niet te doen en het hof gevraagd om een schatting. Dan moet je daarna niet hier komen om te klagen.” Pas naderhand zouden de twee de organisatie van hun voormalige kantoor voortdurend zijn gaan bestoken met vragen om aanvullende informatie. De schatting van Mazars zou ook nog eens aan de hoge kant zijn uitgevallen. Garvelink: “Een echte onderbouwing is er helemaal niet, de luiheid van de klagers mag niet beloond worden hier.”
Puinhoop in Heemstede
Toch zat er wel bij de post onderhanden werk in 2017 wel degelijk een flink verschil tussen de voorlopige en de definitieve cijfers, constateerde één van de leden van de Accountantskamer. Dat had echter te maken met de afsplitsing van de Horlings-vestiging in Heemstede gedurende dat jaar, betoogde de voormalige bestuurder van het overgenomen kantoor. De administratieve organisatie daar was volgens hem een puinhoop en er moest dat jaar flink orde op zaken worden gesteld om Horlings overeind te houden. Woorden als “rampzalig” en “verschrikkelijk” vielen dan ook om de Heemsteedse financiële verantwoording te typeren. Met bewuste manipulatie om de twee uitgetreden partners te dwarsbomen had dat allemaal niets te maken, verdedigden de aangeklaagde accountants zich. “Het is nogal wat om hier van te worden beschuldigd”, besloot de voormalige bestuurder de zitting dan ook. “Echt niemand heeft financieel schade geleden door mijn handelen. Ik hoop dat dit de laatste zitting in deze zaak is geweest.”
De Accountantskamer streeft er naar om binnen 12 weken uitspraak te doen.


Geef een reactie