Marga knikt. “Het voelt steeds concreter. Maar juist daardoor ook zwaarder.”
Gijs schuift zijn stoel iets naar achteren. Hij heeft de afgelopen dagen amper geslapen. De gesprekken met de zes respondenten echoën nog in zijn hoofd. De emotie, de broosheid, maar ook de kracht. Hij weet dat dit geen project is waar je halverwege uitstapt. Het is een belofte geworden.
“Wat vinden jullie van een zaaltje bij een conferentiehotel?” stelt Chantal voor. “Neutraal terrein, geen associatie met kantoren of beroepsgroepen.”
“Te kil,” zegt Marga. “Ik denk dat mensen zich daar bekeken voelen, alsof ze in een zakelijke setting opnieuw beoordeeld worden.”
“Wat stel jij voor?”
“Een huiskamerlocatie,” zegt Marga. “Er zijn van die plekken die voor workshops worden verhuurd. Kleinschalig, warm ingericht. Met een ronde tafel, letterlijk.”
Gijs knikt instemmend. “Dat past bij de sfeer die we willen. Geen spotlight, maar gelijkwaardigheid.”
Ze besluiten dat Chantal een shortlist maakt van mogelijke locaties.
“En wie leidt dit?” vraagt Gijs. “Ik kan het niet. Teveel betrokkenheid. Jullie ook niet – jullie zijn partij in het geheel.”
“Eens,” zegt Marga. “We hebben iemand nodig die ervaring heeft met groepsgesprekken waar emoties hoog kunnen oplopen.”
“Misschien een mediator?” suggereert Chantal.
Marga denkt na. “Of iemand uit de wereld van traumaopvang. Iemand die gewend is stiltes te laten vallen, zonder ongemak.”
Gijs schrijft in zijn notitieboek: Mediator / trauma-coach. Hij voelt een lichte opluchting. Het feit dat ze nu al nadenken over begeleiding maakt hem rustiger.
“Veiligheid is het sleutelwoord,” zegt Marga. “We moeten vóór het gesprek met iedereen afzonderlijk spreken. Vragen: wat wil je delen, wat juist niet, waar liggen je grenzen?”
Chantal knikt. “En we moeten duidelijk zeggen: dit is geen journalistiek interview. Geen bewijsvoering. Het is een plek om gehoord te worden.”
Gijs legt zijn pen neer. “En toch… ik ben journalist. Uiteindelijk wil ik iets publiceren. Hoe verhoudt zich dat tot die veiligheid?”
Een stilte volgt.
“Misschien moet je dit dubbel doen,” zegt Marga. “Eerst de ronde tafel als besloten gesprek. Pas later, met toestemming van ieder individu, kijken of er iets gedeeld kan worden met de buitenwereld. De veiligheid gaat voor.”
Gijs slikt. Het druist in tegen zijn reflex – verhalen móeten verteld worden – maar tegelijk weet hij dat Marga gelijk heeft.
Chantal schuift haar stoel wat dichter naar de tafel en kijkt van de een naar de ander. “Wat ik merk,” zegt ze, “is dat we allemaal hetzelfde willen, maar dat we soms een andere taal gebruiken. Jij,” ze kijkt naar Gijs, “spreekt vanuit je rol als journalist. Jij denkt in verhalen en in wat er gepubliceerd kan worden. Marga, jij spreekt vanuit de zorg voor de mensen, de veiligheid. En ik… ik zit er ergens tussenin. Ik voel het vuur om dit onderwerp naar buiten te brengen, maar ik wil ook dat we geen enkele deelnemer verliezen doordat het te groot of te spannend wordt.”
Marga knikt langzaam. “Dat klopt. En dat is geen tegenstelling. Het is juist de kracht van ons drieën. We houden elkaar scherp.”
Gijs glimlacht wrang. “Scherp ja. Maar soms voelt het ook alsof ik moet inleveren. Ik wil deze verhalen een stem geven, ze naar buiten brengen. En tegelijk weet ik dat als ik te hard duw, ik het vertrouwen van de deelnemers verlies.”
“Precies,” zegt Marga. “En daarom moeten we het samen doen. Jij bewaakt het maatschappelijk belang. Ik bewaak de veiligheid. En Chantal verbindt de twee.”
Chantal haalt opgelucht adem. “Misschien moeten we dat ook expliciet benoemen aan de deelnemers. Dat we als team werken. Dat er niet één iemand is die bepaalt, maar dat we een driehoek vormen: journalist, vertrouwenspersoon en collega.”
Er valt een korte stilte. Dan knikt Gijs. “Ja. Dat maakt ons sterker. En het laat zien dat we dit niet lichtvaardig doen.”
Na twee uur schuiven ze de stoelen achteruit. De outlines liggen er. Toch is er spanning voelbaar.
“Zullen ze durven?” vraagt Chantal zacht. “Ik bedoel… zes mensen hebben zich gemeld, maar straks, op de dag zelf, haken er misschien drie af.”
“Dat kan,” zegt Marga. “Maar zelfs al komt er maar één, dan nog is het zinvol. Voor die persoon.”
Gijs staart naar het whiteboard. Hij hoort in gedachten weer de woorden van de jonge vrouw die schreef: ‘Het gebeurt nu. Ik weet niet bij wie ik terecht kan.’ Als zij komt, moet het veilig zijn. Punt.
Die avond thuis legt Gijs zijn notitieboek naast zich op de bank. Jamie zit op de grond met Lego. “Papa, bouw je mee?”
“Zo meteen, jongen,” zegt hij. Maar zijn gedachten dwalen nog af naar de ronde tafel.
Hij ziet het voor zich: zes mensen rondom een houten tafel. Stemmen die breken, woorden die schuren, stiltes die meer zeggen dan duizend zinnen. En hijzelf, luisterend, niet als journalist, maar als mens.
Hij pakt zijn pen en schrijft:
Misschien is professionaliteit niet het stellen van vragen, maar het scheppen van ruimte. Een ruimte waar anderen hun waarheid durven uitspreken.
Jamie tikt tegen zijn knie. “Papa? Kom je nou?”
Gijs glimlacht, schuift zijn boek dicht en zakt naast zijn zoon neer. Voor even telt alleen de toren van Lego.
Jan Wietsma


Geef een reactie