Gijs leest het drie keer. Dan stuurt hij de bevestiging door naar Chantal en Marga, met één zin erboven: “We gaan het echt doen.”
Een minuut later popt Chantal op met een duim. Marga stuurt een enkel woord terug: “Rustig ademen.”
Ze hebben afgesproken dat Marga de pre-calls doet. Eén voor één, rustig tempo. Gijs zit op de achtergrond, luistert niet mee, leest alleen Marga’s korte samenvattingen in het gedeelde document.
Marga belt de vrouw die er nog middenin zit.
“Met Marga. Fijn dat je even tijd hebt. Hoe is het vandaag?”
“Wisselend,” zegt de vrouw. “Hij was er weer. Maar… ik wil komen. Kan ik ook weg als het teveel wordt?”
“Natuurlijk,” zegt Marga. “We spreken een signaal af. Een hand op de tafel. Dan onderbreken we het gesprek, of jij en ik stappen even naar buiten. Jij houdt de regie.”
Een korte stilte. Dan: “Dat is precies wat ik nodig heb.”
Marga belt daarna een man die zich heeft opgegeven.
“Mag ik één ding vragen?” zegt hij. “Ik wil niet ‘de LHBTI-case’ zijn. Ik ben ook gewoon een professional.”
“Dat begrijp ik,” zegt Marga. “We benoemen ieders verhaal als individueel. Geen labels, geen categorieën. Jij bent jij.”
“Dan kom ik,” zegt hij.
De queer man appt liever dan praten: “Ik wil meedoen, maar geen opname. Geen foto’s.”
“Geen opnames,” typt Marga terug. “Geen foto’s. Geen pers. Alleen wij.”
De oudere vrouw uit het notariaat klinkt vastberaden. “Ik dacht dat het weg was. Maar dat is het niet. Ik wil spreken. Niet schreeuwen, spreken.”
“Dat is precies de bedoeling,” zegt Marga.
Ze ontmoeten de gespreksleider op woensdagavond. Evelien, grijze krullen, rustige blik.
“Wat is jullie bedoeling?” vraagt ze.
“Geen dader-verdienarrangement,” zegt Gijs. “Geen naming & shaming. Het gaat om taal, ruimte, erkenning.”
“En veiligheid,” vult Marga aan. “Iedereen houdt eigen regie.”
Chantal schuift een vel naar Evelien. “Dit zijn onze drie V’s: Veiligheid, Vertrouwen, Vrijwilligheid. We voegen er een vierde aan toe: Verwerking. We willen dat mensen niet zwaarder weggaan dan ze binnenkomen.”
Evelien knikt. “Dan stel ik rituelen voor. Beginnen met een check-in: naam, hoe je je voelt, wat je vandaag nodig hebt. En eindigen met een afronding waarin iedereen zegt wat hij meeneemt, en wat hij nodig heeft ná vandaag. We leggen ook vast: wat binnen de cirkel gezegd wordt, blijft in de cirkel—tenzij iemand later expliciet toestemming geeft.”
Gijs aarzelt. “Mag ik notities maken?”
“Ja,” zegt Evelien, “maar je bént vandaag geen journalist. Jij bent mens in de cirkel. Als je later wil publiceren, start je opnieuw: dan vraag je ieders aparte toestemming.”
Gijs knikt langzaam. “Begrepen.”
Vrijdagavond, is er nog een videocall. Drie gezichten in vakjes.
“Wat als iemand afzegt?” vraagt Chantal. “We hebben zes toezeggingen, maar dit is kwetsbaar.”
“Dan zijn we met vijf,” zegt Marga. “Of vier. Het gaat niet om het aantal, het gaat om de kwaliteit van ruimte.”
Gijs friemelt aan zijn pen. “En stel dat er woede komt? Of stiltes die verstenen?”
“Dan blijven we erbij,” zegt Marga. “Stilte is ook taal. Evelien kan dragen. En wij ook.”
Chantal ademt uit. “Ik ben trots op ons. Dat wil ik even gezegd hebben.”
“Dank je,” zegt Gijs. Hij glimlacht schuin. “Ik ben vooral zenuwachtig.”
De huiskamerlocatie ruikt naar hout en citroenolie. Het licht is zacht, de gordijnen halfopen. In het midden staat de ronde tafel, met acht stoelen. Opzij een kleed, een lage bank, een doos tissues, glazen water, thee in kannen. Op een bijzettafel ligt een kaartje: “Welkom. Jij bepaalt.”
Gijs zet zijn telefoon op stil. Chantal legt notitiekaartjes klaar voor wie iets wil uitschrijven. Marga plakt discreet kleine stickers op de onderkant van de stoelen: groen = “ik wil delen”; geel = “ik twijfel”; rood = “ik luister vandaag”.
“Goed gevonden,” zegt Chantal.
“Visuele regie,” zegt Marga. “Niemand hoeft te praten om grenzen te markeren.”
De bel. De eerste deelnemer komt binnen, jas dicht, ogen alert.
“Welkom,” zegt Evelien. “Je bent op tijd. Wil je thee?”
Even later zitten ze met zijn achten. Zes deelnemers, plus Evelien, plus Marga. Gijs en Chantal nemen plaats, zonder notitieblok, handen open. De deur gaat zacht dicht.
Evelien vouwt haar handen. “We beginnen met de vraag: ‘Wat heb je vandaag nodig?’ Eén zin is genoeg. Ik begin: ‘Rustig tempo en respect voor stiltes.’”
De oudere vrouw: “Heldere grenzen.”
De jonge vrouw: “Dat ik niet gek ben.”
De homo man: “Dat ik niet gereduceerd word tot een grap.”
De queer man: “Geen onverwachte vragen.”
De advocaat: “Taal, zodat ik eindelijk woorden heb.”
De accountant uit het mkb: “Dat mijn schaamte niet wint.”
Marga: “Zorg, zonder te sturen.”
Gijs: “Dat ik echt luister.”
Evelien knikt. “Dank jullie. Dan zet ik nu twee afspraken neer.” Ze schuift twee kaarten op tafel. Op de eerste: Stop is stop. Op de tweede: We spreken voor onszelf, niet over afwezigen.
Iedereen knikt. De cirkel staat.
Het begint aarzelend. De jonge vrouw kijkt naar haar handen. “Het is klein,” zegt ze. “Maar het was elke dag.” De woorden komen als druppels, niet als waterval. De kamer ademt mee.
De homo man schraapt zijn keel. “Ik had een bijnaam. Eerst lachten we erom. Later niet meer. Ik werd die bijnaam.” Zijn stem trilt even. “Ik was bang dat ik het zelf geworden was.”
“Dat ben je niet,” zegt Marga zacht. Geen reddingstonen, slechts erkenning.
De oudere vrouw vertelt rustig. “Hij sloot de deur. Dat is alles wat ik zeg.” Ze ademt uit. “En dat was genoeg om tien jaar te zwijgen.”
Evelien is spaarzaam met woorden. “Dank.” “Neem je tijd.” “Wil je water?” Soms herhaalt ze een zin van iemand, als een spiegel zonder oordeel. De kamer ontspant, juist door die soberheid.
Gijs voelt zijn vingers jeuken om te schrijven, maar hij schrijft niets. Hij merkt dat zijn lichaam luistert: schouders omlaag, adem rustig, blik niet wegdraaien. Dit is ander werk.
Chantal stelt één vraag. “Wat had je toen nodig gehad?”
Antwoorden variëren: “Iemand die bleef zitten.” “Een deur die openbleef.” “Een collega die zei: ik zag het.” “Een manager die niet vroeg om ‘begrip’.”
Evelien schuift een kaart in het midden: Geloven zonder bewijs.
“Dat is wat een werkvloer vaak niet kan,” zegt ze. “Vandaag wél.”
Halverwege maakt de jonge vrouw het afgesproken handgebaar. Marga staat vrijwel direct op. “Zullen we even naar buiten?” Ze lopen naar de patio. Buitenlucht, koele tegels, een sprankje zon.
“Ik schaam me,” zegt de jonge vrouw.
“Dat mag,” zegt Marga. “Maar het hoeft niet. Je doet niets verkeerd door te voelen.”
“Ben ik nuttig hier?” vraagt ze.
“Je bént,” zegt Marga. “Dat is genoeg.”
Na vijf minuten keren ze terug. De cirkel schuift vanzelf een beetje open, alsof hij haar opnieuw binnenlaat.
Evelien sluit af met dezelfde vraag als begin. “Wat neem je mee?”
De advocaat: “Taal.”
De oudere vrouw: “Adem.”
De homo man: “Ik ben meer dan een bijnaam.”
De queer man: “Ik heb mijn stoel gekozen. Groen vandaag.”
De jonge vrouw: “Dat ik niet gek ben.”
De mkb-accountant: “Mijn schaamte is kleiner.”
Chantal: “Verbinding.”
Marga: “Dat zacht ook sterk is.”
Gijs: “Dat zwijgen duur is.”
Evelien knikt. “En wat heb je nodig ná vandaag?”
De antwoorden worden genoteerd: een telefoontje volgende week; een lijst met hulpinstanties; een buddy-systeem (“mag dat?” — “ja”); een vervolgcirkel (“kleiner, met dezelfde groep”).
Gijs steekt zijn hand op. “Ik wil iets vragen, in volle transparantie. Over een maand wil ik, áls jullie dat willen, een artikel schrijven over wat deze cirkel mij leerde. Zonder herkenbaarheid, zonder details die tot jullie herleidbaar zijn. Ik vraag straks ieder van jullie apart om ‘ja’ of ‘nee’. ‘Nee’ is een compleet antwoord.”
Niemand antwoordt direct. Er is nog tijd.
Na afloop
De stoelen schuiven. Mokken rinkelen. Er wordt zachter gepraat, lichter. De jonge vrouw pakt haar jas. “Dank je,” zegt ze tegen Marga. “Voor dat bankje buiten.”
“Graag,” zegt Marga. “Ik bel je volgende week even, afgesproken?”
De man met de blauwe sjaal geeft Gijs een knikje. “Ik was bang dat ik een casus zou worden. Dat ben ik niet geworden.”
“Je bent een mens gebleven,” zegt Gijs. “Dank je dat ik even naast je mocht zitten.”
Chantal veegt kruimels van de tafel. “We hebben iets begonnen,” zegt ze zacht.
“En we houden het vast,” antwoordt Marga.
Buiten is de lucht helder. Gijs stopt de deurcode in zijn zak en loopt de straat op. Hij denkt aan het vak waar hij al jaren over schrijft: professionaliteit, profielen, regelgeving. Vandaag heeft professionaliteit een andere vorm gekregen: een ronde tafel, een kaart met Stop is stop, een stilte die hield.
Hij pakt zijn telefoon en tikt één zin in de groepsapp met Chantal en Marga:
“De cirkel is open. Laten we hem niet laten sluiten.”
Jan Wietsma


Geef een reactie