Een AA runt samen met zijn broer een accountantskantoor met negen werknemers. In 2023 vindt er een reguliere kantoortoetsing plaats door de Raad voor Toezicht van de NBA. De AA is kwaliteitsbepaler.
Bij de toetsing worden twee samenstellingsdossiers onvoldoende bevonden. Het kantoor maakte in de periode waarin de toetsing plaatsvond gebruik van het modelhandboek samenstelpraktijk van de NBA dat, in samenwerking met een serviceorganisatie, op het kantoor van de AA is toegesneden. Daarin staat dat het accountantskantoor onder het verlicht regime valt.
Betrokkene was de verantwoordelijk accountant op een van de dossiers, dat betrekking had op een groothandel in machines. Zijn broer was de verantwoordelijke op het andere, dat betrekking had op een dakdekkersbedrijf. De toetsers hebben de raad voorgesteld een B-oordeel te geven, omdat het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor op onderdelen niet voldeed aan de eisen.
Onterechte samenstellingsverklaring
De raad gaat begin 2024 in gesprek met de AA. Er is een samenstellingsverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2022 van de groothandel, hoewel die op grond van de wet gecontroleerd had moeten worden: het bedrijf was voor het tweede opeenvolgende jaar een middelgrote rechtspersoon. De Raad van Toezicht komt uiteindelijk tot het zwaardere C-oordeel: het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet in opzet en werking niet aan de gestelde vereisten. Er is namelijk ten onrechte een samenstellingsverklaring verstrekt bij een jaarrekening van een controleplichtige onderneming. Bovendien volgt er een tuchtklacht omdat de AA het verlicht regime onrechtmatig heeft toegepast, de opdracht voor het samenstellen van de jaarrekening heeft aanvaard en een jaarrekening heeft samengesteld die niet voldoet aan het toepasselijke stelsel van financiële verslaggeving.
Geen onrechtmatige toepassing verlicht regime
De Accountantskamer oordeelt dat in het handboek van het kantoor ten onrechte staat dat het verlicht regime voor kleine accountantseenheden van toepassing is. “Vast staat immers dat destijds behalve de beide accountants zeven personeelsleden aan het kantoor waren verbonden die betrokken waren bij de opdrachtuitvoering of de bedrijfsvoering bedoeld in artikel 27 lid 2 NVKS.” Ook de twee salarisadministrateurs waren betrokken bij de opdrachtuitvoering en die tellen mee bij de bepaling of een verlicht regime van toepassing is.
Maar: het klachtonderdeel wordt toch ongegrond verklaard met betrekking tot de onrechtmatige toepassing van het verlicht regime. De Accountantskamer heeft namelijk het handboek samenstelpraktijk doorgenomen dat door het kantoor wordt gebruikt en leest daarin dat het kwaliteitssysteem is ingericht conform de eisen die daaraan worden gesteld als het volledige NVKS-regime van toepassing is. Ten eerste blijkt niet aan welk regime het kantoor is getoetst en ten tweede kan de raad niet aannemelijk maken dat het verlicht regime in de praktijk dan wél is toegepast.
AA mocht opdracht aanvaarden
Verder concludeert de tuchtrechter dat de AA de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening mocht aanvaarden, maar dat hij wel het management erop had moeten wijzen dat de jaarrekening gecontroleerd moest te worden en dat heeft hij niet gedaan. Hij dacht dat de onderneming pas ná twee jaar waarin aan de criteria voor een middelgrote onderneming is voldaan, controleplichtig is. De AA heeft niet zorgvuldig en vakbekwaam gehandeld door het werkprogramma niet goed toe te passen, zo wijst de Accountantskamer het tweede klachtonderdeel toe.
Model juist toegepast
De jaarrekening vertoont tot slot zes tekortkomingen, zo klaagt de NBA. In de winst- en-verliesrekening is bijvoorbeeld het bruto-omzetresultaat vermeld in plaats van de brutomarge en diverse toelichtingen ontbreken. De Accountantskamer constateert dat de AA op het punt van het omzetresultaat geen verwijt treft. “In de winst-en-verliesrekening 2022 is op de netto-omzet de inkoopwaarde van de omzet in mindering gebracht, waarna het bruto-omzetresultaat is weergegeven. De winst-en-verliesrekening voldoet daarmee aan model F van het Besluit modellen jaarrekening, zodat op dit punt van een tekortkoming geen sprake is.”
Maar de andere tekortkomingen worden de AA wel toegerekend. “Betrokkene heeft naar het oordeel van de Accountantskamer Standaard 4410.31 en 4410.349 niet nageleefd en had de afwijkingen van het stelsel van financiële verslaggeving moeten vaststellen en vervolgens aanpassingen van de jaarrekening moeten voorstellen. In plaats daarvan heeft betrokkene – dus ten onrechte – een samenstellingsverklaring afgegeven.”
Kwaliteitssysteem werkte onvoldoende
De tuchtrechter oordeelt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet (steeds) heeft voldaan aan de daaraan te stellen eisen wat betreft de werking van het kwaliteitssysteem: dat heeft niet voorkomen dat een verkeerde conclusie is getrokken op het punt van de controleplicht van de onderneming en een samenstellingsverklaring is afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen.
Opzet deugde
Maar de opzet van het kwaliteitssysteem deugt. “Uit de beoordeling van het klachtonderdeel inzake de onrechtmatige toepassing van het verlicht regime blijkt immers dat klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat het kwaliteitssysteem in opzet niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen, uitgaande van de toepasselijkheid van het volledige NVKS-regime. Hieraan doet niet af dat in het kwaliteitshandboek ten onrechte was opgenomen dat het verlicht regime van toepassing is.”
De Accountantskamer overweegt dat de AA de mogelijkheid is onthouden om een verbeterplan in te dienen. “Verder is van belang dat betrokkene naar aanleiding van de uitslag van de toetsing maatregelen heeft genomen om de werking van het systeem van kwaliteitsbeheersing te verbeteren.” Daarom bepaalt de Accountantskamer de maatregel op een berisping.


Geef een reactie