Hoi Gijs, ken je mij nog? Je hebt mij een tijd geleden gesproken over duurzaamheid en de rol van accountants. Ik zou je nu graag een keer over een ander onderwerp willen spreken. Schikt dat?
Gijs glimlacht. Natuurlijk kent hij Chantal nog. Een bevlogen jonge accountant, met uitgesproken ideeën over ESG en de toekomst van het beroep. Hij mailt meteen terug:
Natuurlijk wil ik tijd voor je vrijmaken. Wanneer heb je tijd en waar wil je afspreken? En waar gaat het over? Vriendelijke groeten, Gijs.
Pas de volgende ochtend ontvangt hij weer bericht.
Waar het over gaat vertel ik je liever mondeling. Laten we overmorgen om 11.00 uur afspreken bij Meet & Greet.
Gijs bevestigt meteen. Terwijl hij op verzenden klikt, voelt hij zijn nieuwsgierigheid groeien. Wat zou Chantal willen bespreken? Een ingewikkelde klantcasus? Nieuwe inzichten over duurzaamheid? Iets wat ze niet in een mail durft te zetten? Of – hij glimlacht – zou ze gewoon een kop koffie met hem willen drinken? Misschien koestert ze gevoelens voor hem? Meteen vermaant hij zichzelf: ‘Kom op, Gijs. Je bent zeker twintig jaar ouder dan zij. En je bent vader van Jamie.’ Hij pakt zijn telefoon en belt zijn ex.
“Zou je het goed vinden als ik vanmiddag iets leuks doe met Jamie?”
“Tuurlijk,” zegt ze. “Hij zal het leuk vinden.”
Een paar uur later staat Gijs bij het schoolplein. Jamie komt verbaasd aanlopen.
“Wat doe jij hier?”
“Nou, ik dacht: ik ga jou eens verrassen. Zullen we samen naar de bioscoop gaan?”
Jamie’s gezicht licht op. “Mag ik dan ook een bak met popcorn?”
Gijs gruwt bij de gedachte, maar knikt. “Voor deze keer dan.”
Twee uur later zit hij naast Jamie in een pluchen stoel, met een bak popcorn op schoot die naar zijn idee naar oude boter ruikt. Op het scherm verschijnen brullende dino’s. Jamie’s ogen schitteren.
Aan het eind van de middag brengt Gijs zijn zoon weer terug.
“Hoe was het?” vraagt zijn moeder.
“Helemaal top,” zegt Jamie. “Er waren allemaal dino’s!”
Vrijdag. Iets voor elven loopt Gijs Meet & Greet binnen. Hij herkent Chantal meteen. Ze zit aan een tafeltje bij het raam, een havercappuccino in haar hand. Gijs bestelt een gewone koffie en gaat tegenover haar zitten. Ze begroeten elkaar hartelijk. Geen ongemak, eerder een hernieuwde vertrouwdheid.
“Waar wil je het over hebben?” vraagt Gijs zodra ze zijn koffie neerzetten.
Chantal kijkt even naar haar handen en zegt dan zacht: “Wat ik je ga vertellen, moet vertrouwelijk blijven. En ik wil vooral je advies.”
Gijs knikt. “Geen scoop dus?”
Ze kleurt licht. “Misschien wel… maar het is een lastig onderwerp.”
“Vertel het maar.”
Ze ademt diep in.
“Een paar jaar geleden werkte ik op een kantoor waar ik in aanraking kwam met een van de vennoten. Op een dag zat ik alleen met hem in een kamer. We spraken over werk. Plotseling stond hij op, pakte me bij de schouders, schoof de bandjes van mijn hemd en bh naar buiten, en gleed toen met zijn handen langs mijn bovenarmen. Ik was verstijfd. En toen liep hij de kamer uit. Alsof er niets was gebeurd.”
Gijs zegt niets. Zijn gezicht vertrekt.
“Wat heb je gedaan?”
“Niets. Niet meteen. Ik was in de war. Ik ben gewoon gaan werken. Maar thuis voelde ik me vies. Ontheemd. Ik heb het erover gehad met vriendinnen. Zij vonden dat ik het meteen moest melden bij een andere vennoot. Maar ik twijfelde. Hoe bewijs je zoiets? Het is zijn woord tegen het mijne.”
“Wat deed je toen?”
“Ik ben bij een ander kantoor gaan solliciteren. Ben aangenomen. Maar de gedachten bleven malen. Het liet me niet los. Ik voelde me aangetast. Uiteindelijk ben ik in therapie gegaan. Groepstherapie. Daar ontmoette ik een andere vrouw. We raakten in gesprek. En op een dag ontdekten we dat we door dezelfde man waren lastiggevallen.”
Gijs buigt iets naar voren. “Je hebt overwogen om aangifte te doen?”
Chantal knikt. “Ja. Nu dacht ik: nu zijn we met twee. Nu hebben we een zaak. Maar ik weet ook: het wordt een lang proces. En ik weet niet of ik het aankan. Daarom wilde ik met jou praten. Wat denk jij?”
Gijs kijkt haar aan. In haar ogen ziet hij spanning, maar ook kracht. Hij neemt een slok van zijn koffie, die inmiddels lauw is geworden.
“Ik ben geen jurist,” zegt hij voorzichtig. “Maar ik denk dat het feit dat jullie met z’n tweeën zijn, de kans op geloofwaardigheid vergroot. Alleen… het blijft een moeizaam traject.”
Chantal knikt. “Daar ben ik bang voor. Maar kun jij niets doen?”
Gijs aarzelt even. Dan zegt hij: “Ik kan jouw verhaal niet oplossen, Chantal. Maar ik kan er wel voor zorgen dat het gehoord wordt. Als jij wil, kan ik je in contact brengen met iemand binnen de beroepsorganisatie. Iemand met ervaring in integriteitszaken. Niet om het over te nemen, maar om je te helpen je mogelijkheden te verkennen.”
Chantal kijkt hem aan, zoekend naar zijn intenties. “En als ik besluit om toch niets te doen?”
“Dan is dat ook oké,” zegt Gijs zacht. “Dan hebben we gewoon koffie gedronken. En ben jij voor mij nog steeds een moedige collega.”
Ze glimlacht flauwtjes. “Dank je. Ik wilde het gewoon even hardop zeggen. Tegen iemand buiten mijn kringetje.”
“En dat heb je gedaan. Soms is dát al een eerste stap.”
Als ze even later afscheid nemen, voelt het gesprek onaf, maar niet onafgerond. Er is iets in beweging gezet.
Later die middag, terug op zijn werkkamer, schrijft Gijs in zijn notitieboek:
Integriteit begint bij luisteren. Maar het vraagt ook om moed om niet weg te kijken.


Geef een reactie