Justitie kondigde een jaar geleden aan dat het de Rabobank zou gaan vervolgen vanwege het jarenlang overtreden van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft), nadat pogingen om een schikking te treffen op niets waren uitgelopen.
Dat de bank onder de loep lag vanwege het antiwitwasbeleid was al een paar jaar bekend. Vorig jaar meldde het OM dat het justitiële onderzoek zich richtte op de periode van oktober 2016 tot eind 2021 en zich in de afrondende fase bevond. Klantonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties zouden in die periode tekort zijn geschoten.
Onderzoeksperiode langer, geen medewerking
Maar nu blijkt dat er nog niet bepaald sprake is van een afronding. Integendeel: bij de bank plofte in december een concept-tenlastelegging op de deurmat waarin staat dat overtredingen worden onderzocht over de periode van 1 oktober 2016 “tot en met heden”.
Bovendien blijkt de Rabobank, die aangaf mee te werken aan het onderzoek, niet te hebben voldaan aan verzoeken om het verstrekken van data en documenten. “Ondanks meerdere rappels is op 1 december 2025 slechts een beperkt deel van de gevraagde informatie verstrekt”, aldus het OM. Dat vordert de volledige compliancedossiers “van 29 bij naam genoemde klanten over de periode oktober 2016 tot en met heden”. “De Fiod weet uit onder andere informatie van DNB en auditrapporten dat deze informatie er is en in welke systemen deze informatie wordt opgeslagen.” De Fiod wil ook stukken zien van entiteiten die aan die 29 klanten zijn gelieerd en tot slot ook “alle algemene vastleggingen (managementinformatie, notulen, rapporten, vergaderstukken etc.) over de periode oktober 2016 tot en met 13 februari 2023”.
Opgewekt vertrouwen
De bank heeft uiteindelijk zeven gegevensdragers (USB-sticks en draagbare SSD’s) gestuurd, maar ook een klacht ingediend bij de rechter: de gegevens moeten worden teruggegeven. De inbeslagneming druist volgens Rabo namelijk in tegen het opgewekte vertrouwen dat de vervolging zich zou gaan richten op de periode 2016 tot en met 2021 “en leidt tot een onnodige uitbreiding van het onderzoek zonder zicht op enige toegevoegde waarde en tot een zeer bezwarende verlenging van de termijn gedurende welke [Rabobank] moet wachten op berechting en tegelijkertijd ernstig wordt belemmerd in de uitoefening van haar verdedigingsrechten. Genoeg is genoeg, de maat is vol en er zijn grenzen.”
De rechter moet het OM terugfluiten, is de eis, ook omdat een strafvorderlijk belang niet aannemelijk is. Er zijn volgens de bank namelijk geen aanwijsbare verdenkingen over overtredingen na 2021. “Dit mede omdat het Openbaar Ministerie zelf reeds in april 2025 zo ver was dat het zijn conclusies had bereikt, een dagvaarding ter zitting aankondigde en nog in oktober 2025 heeft aangedrongen op de planning van die zitting.”
‘Lankmoedig met tekortkomingen omgegaan’
Het OM vindt echter dat het voorzichtig genoeg te werk is gegaan, want er had ook een inval gedaan kunnen worden. Bovendien denkt Justitie dat de gevraagde stukken eigenlijk makkelijk te leveren zijn. “In de ervaring van het opsporingsteam is het voor [Rabobank] echter moeilijk om onverwijld en volledig aan informatieverzoeken te voldoen. Waarschijnlijk hangt dat onlosmakelijk samen met de aard van de verdenking en het feit dat [Rabobank] volgens DNB sinds 2006 kampt met aanhoudende tekortkomingen ten aanzien van het aantoonbaar naleven van de Wwft.”
De Fiod is volgens het OM in het opsporingsonderzoek “lange tijd lankmoedig met die tekortkomingen omgegaan door [klaagster] extra tijd en gelegenheid te gunnen om de verzochte informatie te verzamelen.” Maar op 9 december stond een team van rechercheurs en officieren van justitie aan de balie van het hoofdkantoor in Utrecht. Die gingen na ruim een kwartier wachten op de hoogstgeplaatste leidinggevende het pand binnen, waarna een groepsdirectielid alsnog medewerking toezegde. Met een opsporingsteam is toen gedurende drie dagen de gevraagde informatie verzameld.
Geen fishing expedition
De rechter zegt niet in de strafrechtelijke materie zelf te mogen duiken bij deze klacht. Bovendien zou het gegrond verklaren van de klacht wegens fouten in het voorbereidend onderzoek ertoe leiden dat bewijs wordt uitgesloten. “En dat zou betekenen dat de rechtbank vooruitloopt op het in de hoofdzaak te geven oordeel, zonder dat de voor toepassing van dit rechtsgevolg in een strafzaak vereiste belangenafweging kan worden gemaakt.”
Verder vindt de rechtbank dat het persbericht van het OM van vorig jaar niet de toezegging bevat dat de vervolging beperkt zou blijven tot de periode tot 2021. Het bezoek aan het Rabobank-kantoor is daarnaast niet buitenproportioneel geweest “gelet op het talmen van klaagster”. Bovendien kan met een verzoek tot informatie over 29 met name genoemde klanten niet gesproken worden van een fishing expedition.
Tot slot oordeelt de rechtbank dat de inbeslagname redelijkerwijs nodig was voor de vervulling van de taak die de Belastingdienst/Fiod heeft. De bank krijgt de in beslag genomen data dus niet terug.


Geef een reactie