Op aandringen van huisaccountant EY laat de provincie Utrecht nader onderzoek uitvoeren naar een integriteitskwestie rond de Uithoflijn. Dat heeft een woordvoerder van de provincie gemeld.
Volgens EY moet een integriteitsmelding uit 2017, waarvan de accountant niet op de hoogte was gesteld, door de provincie eerst nader worden onderzocht. Zelf voert het accountantsconcern ook nog extra onderzoek uit naar mogelijke onregelmatigheden bij de realisering van de Uithoflijn. De controle van de jaarrekening loopt daardoor vertraging op.
Brief aan BZK
De provinciewoordvoerder bevestigt dat het ministerie van Binnenlandse Zaken inmiddels is geïnformeerd, iets waar EY op heeft aangedrongen. Een brief aan BZK hierover is in voorbereiding en volgt spoedig, zegt de woordvoerder. Ook zal de provincie volgens hem de onderzoeken waar EY op aandringt uitvoeren: ‘De provincie zal de aanvullende onderzoeken conform de eisen zoals gemeld in de brief van EY van 2 maart 2018 op korte termijn uitvoeren en geeft zo gehoor aan de eisen die de accountant EY stelt.’
Dubbele pet
De integriteitskwestie draait om een provinciedirecteur met een vermeende dubbele pet, onder meer omdat hij een verleden heeft bij bouwbedrijf BAM, dat in opdracht van de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht een nieuwe tramlijn (de Uithoflijn) aanlegt in de stad. Het project blijkt € 84 miljoen duurder uit te vallen dan begroot. Bouwer BAM zou volgens NRC eind 2016 onenigheid hebben gehad met het Projectbureau Uithoflijn. Het projectbureau zou BAM strak aan afspraken hebben willen houden, terwijl het volgens de bouwer noodzakelijk was om van contractbepalingen af te wijken.
Verleden bij BAM
Toen het projectbureau daar niet aan wilde, overlegde BAM volgens NRC met de provinciedirecteur die in het verleden ook als ZZP-er voor het bouwbedrijf had gewerkt. Het duurde daarna niet lang of de directeur van projectbureau Uithoflijn en zijn rechterhand vlogen de laan uit. Kort daarop maakte een van de heengezonden medewerkers een ‘melding vermoeden misstand’ bij de provincie Utrecht. De huisadvocaat van de provincie concludeerde vervolgens na eigen onderzoek dat er geen sprake was van belangenverstrengeling. De provincie stelde daarvan echter EY niet op de hoogte.
Bestuurlijk vlam in de pan
Bestuurlijk is intussen de vlam in de pan gevlogen. Provincie en gemeente liggen in de clinch over de vraag wie het verschil bij moet passen. De provincie wil de onderhandelingen met de gemeente over de verdeling van de extra kosten heropenen. De gemeente is volgens de provincie voor een groot deel verantwoordelijk voor de extra kosten vanwege de vertraging in de oplevering van het traject waar de Uithoflijn aangelegd moet worden. Eerder publiceerde de gemeente Utrecht een auditrapport over de Uithoflijn, opgesteld door Deloitte en Horvat & Partners. Daarin vallen over de samenwerking tussen de provincie, de gemeente en de projectorganisatie ook al harde woorden, met name over de provinciale organisatie en de aansturing van het project Uithoflijn.
Gedeputeerde weg
De zaak is behalve duur nog brisanter omdat provincie en gemeente Utrecht al zeker vijf jaar zouden weten dat de Uithoflijn veel duurder uit zou pakken. Maar bestuurders zouden het uit politieke overwegingen op een akkoordje hebben gegooid om de overschrijdingen onder de pet te houden. In februari nog stemden Provinciale Staten van Utrecht in met het beschikbaar stellen van een extra krediet van € 59 miljoen en een risicoreservering van € 13,7 miljoen voor de tramlijn. De verantwoordelijke VVD-gedeputeerde Jacqueline Verbeek-Nijhof stapte naar aanleiding van de kostbare affaire een maand geleden op.
Zuiver
Statenleden vragen zich intussen af of ambtelijke organisatie van de provincie zuiver handelt en of bestuurders bij een melding van een mogelijke misstand integer te werk gaan. Zo struikelen enkele statenleden erover dat het onderzoek niet is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. De provincie zegt nog steeds achter het eigen onderzoek te staan: ‘Wij staan achter de uitkomsten van het eerder uitgevoerde onderzoek in het kader van de klokkenluidersmelding. Daarnaast volgen wij het advies van EY voor het verrichten van aanvullend onderzoek dat in het kader van de accountantscontrole van de jaarrekening 2017 noodzakelijk is.’


Geef een reactie