
Ondanks een uitgebreide mailwisseling tussen de accountant en ABN Amro bleef het verdienmodel van een handelaar in parfums, cosmetica en telefoons voor de bank onduidelijk. Miljoenen werden er omgezet, maar ABN Amro kreeg naar eigen zeggen sterk het vermoeden dat het bedrijf betrokken is bij btw-fraude. De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat de bank de relatie met de klant mocht opzeggen omdat er onvoldoende inzicht is gegeven in de activiteiten en betaalstromen.
De cosmeticahandelaar deed voorheen vooral in elektronica heeft ook een beautysalon. De verschillende vennootschappen van de ondernemer bankierden bij ABN Amro. In oktober vorig jaar vroeg de bank in het kader van een klantonderzoek om informatie over de bedrijfsactiviteiten en enkele miljoenentransacties. Een RA van Wesselman Accountants | Adviseurs stuurde namens de klant antwoorden, maar ook na doorvragen en nieuwe antwoorden van de accountant bleven er volgens ABN Amro veel onduidelijkheden bestaan. De bank stuurde daarom in maart van dit jaar brieven aan de vennootschappen, waarin de bankrelatie per mei werd opgezegd.
Kort geding

De beautysalon is feitelijk gefinancierd door de cosmeticahandel. Het financieren van een legitiem, arbeidsintensief en kapitaalarm bedrijf als een beautysalon met vermoedelijk niet-legitieme middelen is een veel voorkomende vorm van witwassen. Dit levert voor ABN AMRO een onaanvaardbaar risico op.
Oordeel voorzieningenrechter
De bestuurder van de cosmeticahandel, een holdingvennootschap, heeft een punt als hij stelt dat ABN AMRO heel algemeen heeft geformuleerd waarom de bankrelatie is opgezegd. Van ABN AMRO mag worden verwacht dat zij in de opzeggingsbrief stelt en onderbouwt welke concrete feiten aanleiding zijn voor de opzegging. Dit is in het belang van de partij met wie de bankrelatie wordt opgezegd, zodat deze weet waartegen hij zich moet verweren. Ook mag van ABN AMRO worden verwacht dat zij gedurende het informatietraject beter bereikbaar is. De (bestuurder van de, red.) holdingvennootschap heeft ter zitting verklaard dat het bijna onmogelijk was om iemand van ABN AMRO aan de lijn te krijgen en dat het drie dagen heeft geduurd eer hij eindelijk een ingevoerde medewerker te spreken kreeg.
Dit alles neemt niet weg dat het de cosmeticahandelaar aan de hand van de informatieverzoeken duidelijk moet zijn geweest dat het ABN AMRO te doen was om inzicht te krijgen in haar businessmodel.

Een belangenafweging maakt dit niet anders. De belangen van ABN AMRO om de risico’s van witwassen te beperken en in het bijzonder om niet te worden geassocieerd met strafbare feiten wegen zwaarder dan het belang van de cosmeticahandel bij het behoud van de bankrekening bij ABN AMRO. Hierbij weegt ook mee dat het bedrijf inmiddels beschikt over een bankrekening bij een andere bank.
ABN AMRO heeft er terecht op gewezen dat de beautysalon voor haar een onaanvaardbaar risico vormt om betrokken te raken bij witwassen, omdat dat bedrijf feitelijk is gefinancierd door de cosmeticahandel-BV. Dit maakt dat ook de opzegging van de bankrelatie met de beautysalon op zichzelf naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Omdat de beautysalon, anders dan de cosmeticahandel, nog geen andere bank heeft gevonden en zij vijf werknemers in dienst heeft, is haar belang bij een korte tijdelijke voortzetting van de bankrelatie echter groter dan het belang van ABN AMRO bij onmiddellijke beëindiging daarvan. ABN AMRO zal dan ook worden veroordeeld om de bankrelatie nog drie maanden voort te zetten op de wijze zoals in de beslissing vermeld. Aan deze veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden, omdat ervan wordt uitgegaan dat ABN AMRO dit vonnis zal naleven.
ABN AMRO heeft ook de relatie met de ondernemer in privé opgezegd, omdat zij elk vertrouwen in hem heeft verloren, gelet op de manier waarop hij als (indirect) bestuurder van de vennootschappen aan zijn informatieplicht heeft voldaan, of liever gezegd niet heeft voldaan. Inderdaad is het de bestuurder (de holding, red.) die ABN AMRO de gevraagde duidelijkheid had kunnen en moeten geven, maar dat niet heeft gedaan.
In de gegeven omstandigheden is ook de opzegging van de relatie met de bestuurder niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar of in strijd met de zorgplicht. Bovendien zal de bestuurder door die beëindiging niet zijn afgesloten van het economisch verkeer, nu hij elders een bankrekening heeft kunnen openen.
Hoewel in het kader van het klantenonderzoek door ABN AMRO geen vragen zijn gesteld aan de bestuurder, volgt zij het lot van de groep waartoe zij behoort. ABN AMRO mocht dus ook de bankrelatie met de bestuurder opzeggen.
Naschrift
Naar aanleiding van een aanpassing in de tekst van het vonnis, is ook op onze website op 6 september 2022 de tekst aangepast.


Geef een reactie