
De literatuurstudie die Gijs uitvoerde, leerde hem dat morele besluitvorming een onderwerp is waar accountants in hun rol als professional regelmatig mee te maken krijgen. Hij vindt dat onderwerp zelf ook erg interessant. Hij schrijft er ook over.Hij is echter niet specifiek geïnteresseerd in de morele besluitvorming door accountants. Eerlijk gezegd heeft hij zich daar, totdat hij deze opdracht kreeg, niet in verdiept. Wanneer hij over morele besluitvorming schrijft dan gaat het meestal over de manier waarop dat wel of niet plaatsvindt.
Een antwoord waar hij zelf nog altijd naar op zoek is, betreft de vraag: hoe werkt morele besluitvorming in de bestuurskamer van een sigarettenfabrikant? Hoe werkt dat proces? Immers, je weet dat het roken van sigaretten op de lange termijn fnuikend is voor de gezondheid van mensen. Met als gevolg dat er jaarlijks vele miljoenen euro’s in de gezondheidsindustrie worden gepompt om mensen weer tijdelijk op te lappen. Welke afwegingen maken die bestuurders en managers? Denken ze alleen aan geld of wegen ze ook nog andere zaken mee? Hij heeft weleens een brief met dergelijke vragen gestuurd aan bestuurders van deze bedrijven. Hij kreeg nooit een antwoord.
Nu hij met zijn onderzoek in de accountancy bezig is, komen vergelijkbare vragen bij hem op. Zijn accountants kieskeurig in het accepteren van dergelijke klanten? Waarom vindt een bedrijf dat aantoonbaar voor gezondheidsschade zorgt toch nog een accountant? Waarom krijgt zo’n organisatie ook nog een goedkeurende verklaring? Vinden accountants alles goed als het maar binnen de marges van de wet is? Tegelijkertijd hoorde hij van een eigenaar van een coffeeshop dat hij geen accountant kon vinden die zijn boekhouding wilde doen. “Ze hebben allemaal morele bezwaren,” zei de coffeeshophouder. “Terwijl ik gewoon binnen de marges van de wet opereer.”
Die vraag over klantacceptatie zou je toch ook kunnen stellen als het gaat om bedrijven die voor klimaatschade zorgen of producten verkopen waarbij sprake is van kinderarbeid? Ergens had hij gelezen dat accountants redders van de wereld zijn. Maar over welke wereld gaat het dan? De wereld waarin het geld moet blijven rollen, of de wereld waarin de burger centraal staat? Gijs verwacht eigenlijk dat het laatste centraal staat, maar hij is nog niet overtuigd dat dit ook daadwerkelijk zo is.
Ondertussen heeft hij ook al de nodige accountants gesproken over morele besluitvorming. Analyses van de dilemma-app leerden hem dat er bij het omgaan met ‘morele’ dilemma’s geen standaarduitkomst is. De gevoerde gesprekken bevestigden dat beeld.
“Ik heb een hoge morele standaard”, zo geeft een accountant aan.
“Maar hoe bepaal je dat?” wil Gijs weten.
“Nou, zo ben ik opgevoed. Je moet een ander geen kwaad doen en als je kwaad kan voorkomen of bestrijden dan is dat je plicht als accountant.”
Een ander. “We hebben de VGBA en daar houd ik mij aan.”
“Maar hoe werkt dat dan in de praktijk? Leg eens uit.” Gijs was niet snel tevreden.
“Ja, hoe zal ik het zeggen. We mogen zaken niet mooier voorstellen dan ze zijn. Mogen geen oordeel uitspreken over zaken waar we geen verstand van hebben. We houden onze mond over zaken die ons in vertrouwen zijn meegedeeld. Zoiets.”
Weer een ander: “Ik houd me aan de tien geboden en dan kom je altijd goed uit.”
Van de gesprekken leerde Gijs dat accountants het onderwerp morele besluitvorming serieus namen. Iedereen vindt het een belangrijk onderwerp. Tegelijkertijd geven veel accountants ook aan dat het best lastig is om er goed mee om te gaan. Een aantal geeft aan zeer voorzichtig te zijn. “Bij twijfel niet doen. Op een gang naar de tuchtrechter zit ik niet te wachten.”
Een andere accountant vindt dat het primaire probleem bij de klant ligt. “Natuurlijk als hij zaken voorstelt die volgens de wet niet mogen, dan zet ik geen handtekening. Maar je moet niet roomser zijn dan de paus.”
Tijdens zijn gesprek met Nicole heeft hij het onderwerp ook nog aangekaart. “Waarom doet een persoon in situatie A zo en een andere persoon B als het om morele besluitvorming gaat?”
“Vind je dat vreemd?” vroeg Nicole.
“Nou, ik weet dat het zo is, maar ik ben benieuwd naar de mechanismen daarachter.”
“Hoe je een moreel besluit neemt, is van zoveel actoren afhankelijk. Om te beginnen gaat het om de vraag hoe jezelf in het leven staat. Wat vind je belangrijk? Welke waarden heb je meegekregen? Daarna gaat het over de sociale omgeving waarin je opereert. Welke normen en waarden hanteren die? Dan komt de organisatie waar je werkt. Wat vinden zij primair belangrijk? Geld verdienen, een goed product of dienst afleveren? Waarde toevoegen aan de maatschappij? Het belang van de klant?
Daarna komen de spelregels die de wetgever en/of de beroepsorganisatie stelt. En uiteindelijk heb je ook nog te dealen met de opvattingen van de maatschappij. En die opvattingen zijn volatieler dan je eigen opvattingen. Vanuit het oogpunt van de kritische burger loop je dus altijd achter de feiten aan. Hoe goed jij ook je best doet om moreel juist te handelen. Dat maakt het vaak ook zo lastig om morele oordeelsvorming te objectiveren. Hoe meer een organisatie introspectie faciliteert, hoe groter de kans dat alle elementen die spelen bij morele besluitvorming worden meegewogen. Vergeet niet, morele oordeelsvorming is een complexe zaak.”
Jan Wietsma
Eerdere afleveringen:
Feuilleton | Het onderzoek (4): het overkomt meer professionals…


Geef een reactie