In dit artikel lees je wat re-integratie eerste en tweede spoor inhoudt, welke termijnen gelden, wat je klant bij elk spoor concreet moet doen en hoe jij als adviseur een loonsanctie kunt helpen voorkomen.
Waarom is dit belangrijk voor jou als adviseur?
Als accountant ben je nauw betrokken bij de personeels- en loonadministratie van je klant. Je verwerkt vaak loondoorbetalingen en merkt als een verzuimtraject lang doorloopt. De financiële risico’s zijn fors: een loonsanctie van het UWV verplicht de werkgever tot maximaal 52 weken extra loondoorbetaling — bovenop de al verstreken 104 weken. Bij een bruto jaarsalaris van €50.000 en 70% loondoorbetaling is dat €35.000 extra aan loonkosten. Bovenop re-integratiekosten van een bureau — die al snel €10.000 tot €15.000 bedragen — kan dit oplopen tot een forse schadepost.
Twee sporen, één doel
Re-integratie is het wettelijk verplichte traject waarbij werkgever en werknemer samenwerken aan terugkeer in passend werk. Artikel 7:658a BW verplicht de werkgever passende arbeid aan te bieden. De Wet verbetering poortwachter (WVP) legt de termijnen en procedurele eisen vast.
Het re-integratietraject kent twee sporen:
- Eerste spoor: terugkeer in eigen werk, aangepast eigen werk of ander passend werk binnen de eigen organisatie
- Tweede spoor: re-integratie bij een andere werkgever, als terugkeer intern niet mogelijk is
Het eerste spoor loopt altijd parallel aan het tweede — het is geen keuze voor het één of het ander. Zodra duidelijk is dat eerste spoor niet haalbaar is, moet tweede spoor actief worden opgestart.
De verplichte tijdlijn stap voor stap
Week 6 — Probleemanalyse
De bedrijfsarts stelt uiterlijk in de zesde week een probleemanalyse op: wat zijn de beperkingen, wat is de prognose en welke re-integratiemogelijkheden zijn er? Dit document is de basis voor het plan van aanpak.
Week 8 — Plan van aanpak
Werkgever en werknemer stellen samen een plan van aanpak op. Wat is het doel, wie doet wat, wanneer wordt er geëvalueerd? Het plan van aanpak is een levend document dat gedurende het hele traject wordt bijgesteld.
Elke 6 weken — Voortgangsgesprekken
De werkgever voert minimaal elke zes weken een voortgangsgesprek. De uitkomsten worden schriftelijk vastgelegd. Deze verslagen zijn bij de RIV-toets het bewijs van inspanning — geen verslagen, geen bewijs.
Week 42 — Ziekmelding bij het UWV
De werkgever meldt de werknemer ziek bij het UWV. Dit is een administratieve verplichting. Vergeet de werkgever dit, dan volgt een boete. Als jij de verloning verzorgt en ziet dat het verzuim 42 weken bereikt: signaleer dit actief.
Week 52 — Eerstejaarsevaluatie en beslissing tweede spoor
Werkgever en werknemer beoordelen of terugkeer in de eigen organisatie nog realistisch is. Als dat niet zo is, moet het tweede spoor uiterlijk zes weken later starten. Dit is de meest kritieke deadline van het hele traject — te laat schakelen leidt vrijwel zeker tot een loonsanctie.
Week 88–93 — Re-integratieverslag en WIA-aanvraag
Werkgever en werknemer stellen samen het re-integratieverslag op. De werknemer dient de WIA-aanvraag in uiterlijk week 93. Het UWV beoordeelt dan of de inspanningen voldoende waren.
Week 104 — Einde loondoorbetalingsplicht
Na 104 weken stopt de loondoorbetaling, tenzij het UWV een loonsanctie heeft opgelegd. Bij een loonsanctie loopt de verplichting maximaal 52 weken langer door.
Loondoorbetaling: wat betaalt je klant?
Wettelijk betaalt de werkgever minimaal 70% van het loon gedurende 104 weken. In de praktijk schrijven veel cao’s voor: 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede. Controleer altijd de geldende cao én de arbeidsovereenkomst — afspraken kunnen gunstiger zijn voor de werknemer.
Meest gemaakte fouten — en hoe jij ze kunt signaleren
1. Te laat beginnen met tweede spoor.
Wacht niet tot de eerstejaarsevaluatie als al eerder duidelijk is dat terugkeer niet realistisch is. Het UWV beoordeelt achteraf of de werkgever op het juiste moment heeft geschakeld. Te laat schakelen is de meest voorkomende reden voor een loonsanctie.
2. Geen dossier bijhouden.
Elk voortgangsgesprek, elke bijstelling van het plan van aanpak en elke communicatie moet schriftelijk zijn vastgelegd. Bij de RIV-toets telt alleen wat bewijsbaar is — ook als de inspanningen feitelijk goed waren.
3. Week-42-melding vergeten.
Dit is een administratieve verplichting maar wordt regelmatig gemist. Een boete volgt automatisch. Als jij de verzuimadministratie bijhoudt: zet een signaal op week 42 voor elk actief verzuimgeval.
4. Blind vertrouwen op de bedrijfsarts.
De bedrijfsarts adviseert, maar de werkgever is verantwoordelijk. Twijfelt je klant aan het advies? Adviseer hem een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV (€350). Dat kan een loonsanctie van tienduizenden euro’s voorkomen.
5. Plan van aanpak niet bijstellen.
Een plan van aanpak dat na week 8 niet meer is aangepast, is in de ogen van het UWV een inactief traject. Elk gesprek en elke wijziging in de situatie van de werknemer moet erin worden verwerkt.
De arbeidsrechtelijke vragen van jouw klanten snel en betrouwbaar beantwoord?
Wil jij direct weten wanneer je klant tweede spoor moet starten, hoe je een loonsanctie voorkomt of hoe je het re-integratieverslag correct opstelt? Meld je aan voor de webinar AI in het Arbeidsrecht over hoe jij AI kunt inzetten om snel en betrouwbaar antwoord te verkrijgen op arbeidsrechtelijke vragen.
We laten zien hoe jij met Pascal-AI arbeidsrechtelijke vragen kunt beantwoorden, casussen kunt behandelen of brieven & overeenkomsten kunt opstellen op basis van wetgeving en de geldende cao. Zo kun jij arbeidsrechtelijke vragen altijd snel en juridisch juist behandelen


Geef een reactie