Dat is de kern van een definitieve interpretatie van de artikelen 16 en 16b van de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) die de AFM heeft gepubliceerd.
De verduidelijking komt op een moment dat steeds meer accountantsorganisaties ruimte zoeken voor externe investeerders. Daarmee ontstaat de vraag: hoeveel invloed kan een kapitaalverstrekker krijgen zonder dat de onafhankelijke positie van de accountant onder druk komt te staan?
Volgens de AFM moet de bepalende invloed binnen de accountantsorganisatie bij accountants blijven. De toezichthouder verwijst daarbij naar de bijzondere positie van de accountant: wettelijke controles dienen een publiek belang en mogen niet worden gestuurd door commerciële belangen van investeerders.
Externe investeerders zijn niet uitgesloten
De Wta verbiedt niet dat andere partijen dan accountants investeren in accountantsorganisaties. Wel stelt de wet grenzen aan de zeggenschap die zij kunnen krijgen.
De artikelen 16 en 16b Wta bepalen dat het dagelijks beleid en de meerderheid van de stemrechten bij accountants, accountantsorganisaties of andere daarvoor aangewezen vakbekwame partijen moeten liggen. De AFM gebruikt hiervoor de verzamelterm ‘Accountants’.
Volgens de toezichthouder betekent dit dat accountants niet alleen formeel de meerderheid moeten hebben, maar deze invloed ook daadwerkelijk moeten kunnen uitoefenen. Een constructie waarbij accountants op papier de meerderheid hebben, maar investeerders via afspraken of bevoegdheden feitelijk de koers bepalen, voldoet volgens de AFM niet aan de eisen die uit de Wta voortvloeien.
Dagelijks beleid ruim uitgelegd
Een belangrijk onderdeel van de interpretatie is de uitleg van het begrip ‘dagelijks beleid’.
De AFM maakt daarbij geen onderscheid tussen verschillende soorten besluiten. Ook bredere bestuursbesluiten vallen volgens de AFM onder het bepalen van het beleid van de organisatie.
Dat betekent dat niet alleen formele bestuurders relevant zijn. Ook personen die in de praktijk de dagelijkse leiding bepalen, kunnen volgens de AFM als beleidsbepaler worden aangemerkt. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij groepsstructuren of aandeelhoudersafspraken waarbij een externe partij invloed krijgt op de besluitvorming.
Formele meerderheid is niet genoeg
Bij stemrechten kijkt de AFM niet alleen naar statuten en formele eigendomsverhoudingen. Ook de feitelijke situatie telt mee.
Afspraken in aandeelhoudersovereenkomsten, stemafspraken, vetorechten of goedkeuringsrechten mogen er niet toe leiden dat accountants hun meerderheid feitelijk niet kunnen gebruiken.
Een investeerder die bijvoorbeeld besluiten kan blokkeren of belangrijke keuzes kan afdwingen, kan daarmee volgens de AFM een invloed krijgen die strijdig is met de vereisten uit de Wta.
Ook minder zichtbare vormen van invloed kunnen een rol spelen. De AFM wijst erop dat de feitelijke verhoudingen binnen een organisatie bepalend kunnen zijn. Als accountants zich door een investeerder niet vrij voelen om hun professionele oordeel te volgen, kan dat afbreuk doen aan hun bepalende invloed.
STAK-structuur mogelijk, maar met voorwaarden
De AFM sluit het gebruik van een stichting administratiekantoor (STAK) niet uit. Zo’n structuur kan volgens de toezichthouder passen binnen de Wta, mits het bestuur van de STAK in meerderheid bestaat uit partijen die onder de definitie van ‘Accountants’ vallen en het stemrecht zelfstandig kan worden uitgeoefend.
Certificaathouders kunnen wel economische rechten hebben, maar mogen geen bepalende invloed uitoefenen op de accountantsorganisatie.
Een afspraak waarbij niet-accountants beloven hun stemrecht niet te gebruiken, verandert volgens de AFM de formele stemverhoudingen niet. Ook daarmee kan dus niet worden voldaan aan de wettelijke eisen.
Beperkte ruimte voor investeringsbescherming
De AFM erkent dat investeerders hun belang moeten kunnen beschermen. Die ruimte blijft echter beperkt.
Goedkeuringsrechten kunnen worden toegestaan bij fundamentele besluiten, zoals het beëindigen van activiteiten, faillissement, juridische fusie of splitsing en wijzigingen die de identiteit van de accountantsorganisatie raken.
Voor reguliere ondernemingsbesluiten is de AFM terughoudender. Een recht van een externe investeerder om bijvoorbeeld het jaarlijkse budget goed te keuren, kan volgens de toezichthouder de invloed van accountants te veel beperken.
Reacties uit de markt
De consultatie leidde tot verschillende reacties. Partijen steunen over het algemeen het doel van de interpretatie: voorkomen dat commerciële belangen de professionele onafhankelijkheid van accountants aantasten.
Tegelijkertijd was er kritiek op de ruime uitleg. Sommige organisaties vroegen aandacht voor proportionaliteit en bestaande governance-structuren.
De NBA vroeg onder meer om verduidelijking van goedkeuringsrechten, feitelijke zeggenschap en voorbeelden uit de praktijk. Ook wees de NBA erop dat niet alleen formele structuren, maar ook feitelijk gedrag relevant kan zijn.
De AFM heeft naar aanleiding van de reacties voorbeelden aangepast en enkele verduidelijkingen aangebracht en de kern van de interpretatie gehandhaafd. De toezichthouder benadrukt in het document dat de interpretatie geen nieuwe norm introduceert, maar weergeeft hoe zij de bestaande wettelijke eisen uitlegt en toepast. Een definitief oordeel over de juridische toepassing van de normen is uiteindelijk aan de rechter.


wat een tegenstrijdigheid : ze mogen er weld geld in steken maar zich er verder niet mee bemoeien. Welke geldgever gaat dat doen ?
Drs hjs Mock RA geeft in de reactie precies het pijnpunt aan van out side investeerders in praktijken van vrije beroepen e/o beroepen met een semi-overheidsfunctie. Het gaat die investeerders om gewenst rendement van het bedrijf van de beroepsuitoefening en dus gaan ze zich indringend met de bedrijfsvoering bemoeien. Vele voorbeelden laten zien waar dat toe leidt. Dus zolang het nog kan: houdt de pur sang investeerder weg van het bedrijf van de vrije beroeper.