Zaak nr: 25/2062 Wtra AK
Dat zijn verweer te laat kwam, dat wil de NBA vrijdag op de tuchtzaak wel door de vingers zien. De Accountantskamer is echter meteen bij aanvang van de zitting kritisch over de accountant. De voorzitter vraagt hem welk beeld dit oproept. Hij zat een tijdje in het buitenland, reageert hij. Als hij na het uiteenzetten van de klacht door de NBA opnieuw het woord krijgt, ziet hij daarvan af. ,,Ik had iets voorbereid maar gezien uw opmerkingen over mijn zelfbeeld wil ik het hierbij laten, dank u wel.”
Na het B-oordeel na een reguliere toets eind november 2022 werd de accountant gevraagd om met een verbeterplan te komen. Dat plan werd afgekeurd en een verbeterde versie kwam nooit. Op 1 juli 2024 kwamen de toetsers van de NBA andermaal langs. Opnieuw waren de zaken niet op orde, zegt advocaat Klarianne Groenendijk namens de NBA. Er waren basale en fundamentele tekortkomingen op stelselniveau, een van de drie getoetste dossiers was onvoldoende en monitoringsvragenlijsten van zijn kantoor werden niet ingevuld. Hierna volgden een C-oordeel en een tuchtklacht.
Fraudesignalen
Het dossier dat onvoldoende bleek, bevatte een assurance-opdracht. Dat ging om een subsidieverklaring waarbij kosten werden geanalyseerd. Fraude was door de accountant als risico aangemerkt, maar dat leidde niet tot aanvullende werkzaamheden ,,om fraudesignalen na te lopen. Zo deed hij niets met externe facturen die op blanco briefpapier waren verstuurd door twee bedrijven die op hetzelfde adres gevestigd zijn”, zegt advocaat Groenendijk. Ook is er in het dossier geen bewijs van inschrijving in het UBO-register opgenomen. De accountant gaf daarnaast zijn verklaring af zonder de daartoe noodzakelijke onderbouwing vast te leggen in het dossier.
In het verweer schrijft de accountant dat niet is aangegeven welke periode dan het interne stelsel van zijn kantoor in opzet en werking niet zou voldoen. Het kwaliteitssysteem voldeed niet vanaf november 2022, ten tijde van de eerste toets, tot zeker in juli 2024 toen de hertoets plaats vond, aldus de NBA. En hoe zat het met die blanco facturen in het assurancedossier? Het verwijt dat de accountant gemaakt wordt, is dat facturen zijn opgevoerd voor kosten die niet gemaakt zijn. Volgens de accountant zat de onderliggende factuur wel in het dossier en is deze betaald. ,,Dat heb ik de toetsers ook laten zien.” De Accountantskamer merkt op dat zij dat niet hebben kunnen vinden.
De aangeklaagde accountant werd eind 2015 voor 18 maanden doorgehaald door de tuchtrechter. Hij was betrokken bij een onderneming die zich niet aan de regels hield en die enkel dankzij hem zich uit kon geven als accountantskantoor. Die maatregel bleef ook in hoger beroep in stand.
De Accountantskamer doet binnen 12 weken uitspraak.


Geef een reactie