Drie jaar is hij nu bezig met zijn onderzoek ‘Wat heeft Nederland aan zijn accountant?’ Een onderzoek waarin hij veel heeft gelezen en interessante gesprekken heeft gevoerd met spelers in de accountancy. Hier en daar zijn er misschien nog wat losse eindjes, maar hij heeft het idee dat hij inmiddels genoeg materiaal heeft om zijn rapport te schrijven.
Hij pakt zijn telefoon, scrolt naar Chantal en belt haar via WhatsApp. Een paar seconden later verschijnt ze in beeld. ‘Hé Chantal, hoe is het nu met je?’
Chantal wuift met haar hand. ‘Gaat wel.’ Ze zegt het te snel, en Gijs hoort het. Achter haar is het donker, terwijl het buiten klaarlichte dag is. De gordijnen zijn dicht.
‘Ik wilde voorstellen om samen met jou en Marga bij Meet & Greet af te spreken, om door te praten over de mail en het telefoontje die wij hebben gekregen. Wat wordt onze volgende stap?’
Gijs ziet dat Chantal haar wenkbrauwen fronst.
‘Ik heb sinds dat telefoontje niet meer goed geslapen,’ zegt ze. Ze haalt haar schouders op, alsof ze het zelf belachelijk vindt. ‘Maar goed. Bij Meet & Greet worden we in ieder geval niet afgeluisterd.’
‘Zullen we half twaalf afspreken? Dan bel ik Marga.’
Gijs is er iets voor half twaalf. Hij kijkt het etablissement door en ziet dat er in de hoek bij het raam nog een tafel met vier stoelen vrij is. Snel loopt hij ernaartoe. Vanuit hier heeft hij een goed overzicht en kan hij zien wie er binnenkomt. Een paar minuten later komen Marga en Chantal binnen. Hij zwaait, waarna ze naar hem toe lopen. Als ze aan tafel zitten, zegt Gijs: ‘Laten we eerst allemaal onze telefoon uitzetten.’
‘Helemaal uit, of vliegtuigmodus?’ vraagt Marga.
‘Laten we hem maar helemaal uitdoen.’
‘Het wordt zo wel heel geheimzinnig,’ zegt Chantal. Maar ze legt haar toestel als eerste op tafel en houdt de aan-uitknop ingedrukt tot het scherm zwart wordt.
‘We weten niet hoe iemand anders van de gesprekken aan onze ronde tafel wist. Dus laten we het zekere voor het onzekere nemen.’
Marga schuift haar telefoon naar het midden van de tafel, naast die van Chantal. Drie zwarte schermpjes naast elkaar.
Als het drinken is geserveerd, opent Gijs het gesprek. ‘Ik blijf het een vreemde zaak vinden. Hoe kan het dat iemand buiten onze groep weet van onze rondetafelgesprekken? We hebben toch duidelijk de Chatham House Rule afgesproken, en er is geen deelnemer die ik niet vertrouw.’
Marga trekt haar schouders op. ‘Ik zou het ook niet weten, maar het is in ieder geval niet meer geheim.’
Gijs kijkt naar Chantal. ‘Ben je bang?’
Chantal is even stil. Ze draait haar kopje rond op het schoteltje.
‘Ik ben wel eens bang geweest,’ zegt ze dan. ‘Op de A12, toen de ME mij wegsleepte. Ik dacht: nu gaan ze mij slaan, nu sturen ze de honden op mij af.’ Ze kijkt op. ‘Maar dat was anders. Daar wist ik waarom ik bang was, en waarvoor. Ik lag daar omdat ik het zelf had gekozen.’ Ze zwijgt weer. ‘Nu weet ik alleen dat iemand mijn nummer heeft. Dat hij weet wie ik ben. En dat ik niet weet wie hij is.’
Het blijft even stil.
‘En jij?’ Chantal kijkt naar Marga.
‘Ik ben niet bang,’ zegt Marga. ‘Maar ik vraag mij wel af of we Joost ooit voor de rechter zullen krijgen. Als ik kijk naar de media-aandacht bij Ali B. en Borsato, dan weet ik niet of ik daar zoveel zin in heb.’
‘Dus je laat hem ermee wegkomen?’ Terwijl Chantal dit zegt, verheft ze haar stem.
‘Nee. Ja. Maar als ik zie hoe het proces bij Borsato verliep, en hij uiteindelijk ook nog werd vrijgesproken.’
‘Dat viel mij ook tegen. Ik had verwacht dat hij wel zou worden veroordeeld.’ Chantal zucht. ‘Waarom komen die mannen er toch altijd mee weg?’
Gijs kijkt Marga en Chantal aan en ziet hoe ze worstelen met de vraag. Doorgaan of niet?
‘Ik ben een man,’ zegt Gijs, ‘en ik keur volledig af wat Joost heeft gedaan. Maar tegelijkertijd vind ik het ook heel lastig om jullie goed te adviseren, want ik kan niet voelen wat Joost bij jullie heeft veroorzaakt.’
Chantal pakt haar kopje van tafel en neemt een slok. ‘Dat je naar ons luistert, Gijs, en ons verhaal serieus neemt, vinden we al fijn. Het is gewoon jammer dat we in Nederland wonen. Als we in Spanje hadden gewoond, dan was het allang opgepakt. Maar in ons land beschermen we toch nog altijd de machtigen, ook al beweert iedereen van niet. Kijk maar eens naar het aantal femicides dat wordt gepleegd. Iedereen spreekt er zijn afschuw over uit, maar verder gebeurt er niets, want ja, we mogen de man niet te veel in zijn vrijheid belemmeren.’
‘Wat ik stom vind,’ vervolgt Marga, ‘is dat het onderwerp seksuele intimidatie en aanranding volledig wordt doodgezwegen in de accountancy en in de advocatuur. Maar het lijkt mij sterk dat Chantal en ik de enigen zijn die hiermee te maken hebben.’
Het wordt stil aan tafel. Op de achtergrond klinken stemmen, een harde lach, het gerinkel van kopjes.
Gijs bladert in zijn notitieboek terug, een paar jaar aan gesprekken diep.
‘Ik ben geen jurist,’ zegt hij, ‘dus neem dit voor wat het is. Maar ik heb voor mijn onderzoek een middag zitten praten met iemand van een compliance-afdeling, en die vertelde iets waar ik toen overheen las. Elk accountantskantoor is verplicht een klachten- en klokkenluidersregeling te hebben. Op papier. Ze zijn er trots op, het staat in hun jaarverslag.’ Hij kijkt op. ‘Maar bijna niemand gebruikt hem. En zolang niemand hem gebruikt, hoeft niemand te bewijzen dat hij werkt.’
Marga kijkt hem aan. ‘Dus als wij een brief sturen aan de vertrouwenspersoon van Joost zijn kantoor, dan moeten ze wel.’
‘Dan moeten ze wel,’ zegt Gijs. ‘Dan hebben ze een dossier. En een dossier laat zich moeilijker wegkijken dan een gesprek op de gang.’
‘Ik moet er even over nadenken,’ zegt Marga.
‘Ik ook,’ vult Chantal aan. ‘Misschien is het een route die we kunnen proberen. Maar dan ontloopt hij zijn straf wel. Ze gaan hem heus niet uit de maatschap zetten.’
‘Misschien kun je er een schadevergoeding uit halen?’ suggereert Gijs.
‘Het gaat niet om het geld. Ik wil dat er recht wordt gedaan.’ Marga klinkt fel.
Chantal knikt instemmend.
Gijs aarzelt.
‘Er is nog iets,’ zegt hij. ‘En dit hoorde ik van Jan Spijkers, die lector die ik al vanaf het begin spreek. Hij zei: het gaat in ons beroep niet alleen om de wet. Er is ook tuchtrecht. Een accountant kan zich houden aan elke regel in het wetboek en toch tuchtrechtelijk fout zitten, omdat hij zich niet heeft gedragen zoals je van een accountant mag verwachten.’ Hij legt zijn pen neer. ‘Ik weet niet of het kan. Maar de vraag die de tuchtrechter stelt, is een andere vraag dan die de strafrechter stelt. En misschien is dat wel precies de vraag die jullie willen stellen.’
Het blijft stil aan tafel.
‘Zeg dat nog eens,’ zegt Marga langzaam.
‘Niet: is dit strafbaar. Maar: is dit een accountant waardig.’
‘Ik wil dit goed uitzoeken,’ zegt Marga. Ze heeft haar notitieblokje al gepakt. ‘Maar goed dat we het besproken hebben.’
Gijs wenkt een bediende om af te rekenen. Terwijl hij zijn pas voorhoudt, zegt hij het, bijna terloops.
‘En wat doen we met het lek?’
Marga schuift haar telefoon terug in haar tas. ‘Ik zou het gewoon aan de orde stellen bij de volgende ronde tafel,’ zegt ze. ‘Bij iedereen. En dan kijken hoe men reageert.’ Ze klikt haar tas dicht. ‘Geheimen onthul je door ze te delen.’
Jan Wietsma
Hier lees je de eerdere afleveringen van seizoen 4 van dit feuilleton


Geef een reactie