Oud-topman Guus Delger van Accon Avm ziet in de uitspraak die de Accountantskamer in de tuchtzaak tegen hem heeft gedaan de bevestiging dat hij nooit iemand heeft willen misleiden, stelt hij in een reactie. Hij vindt het wel opmerkelijk dat de tuchtrechter zelf bedragen is gaan schatten en daarna geen mogelijkheid tot een weerwoord bood.
Delger herhaalt in zijn reactie op de uitspraak dat de schuldpositie van Accon Avm hetzelfde bleef toen hij in 2019 in overleg met ING een aanpassing doorvoerde in de financiering. Daarbij gingen de langlopende leningen met 1,5 miljoen euro omhoog en de kortlopende leningen met eenzelfde bedrag omlaag. ‘Om die reden is destijds, is in overleg met de huisbankier, besloten dat ik zelf en niet (zoals te doen gebruikelijk) de voorzitter van de RvC de offerte hiervoor zou tekenen. Om dezelfde reden heb ik deze mutatie ook niet expliciet aan de RvC gemeld. Uiteraard is deze wel in de jaarrekening verantwoord.’
Lees hier het bericht over de uitspraak van de Accountantskamer
Geen intentie te misleiden
Een investering in ICT-activa werd ondergebracht in een leaseovereenkomst en dat was een investering ‘die ruimschoots binnen mijn autorisatie lag’. ‘Dit was staand beleid sinds 2010. Ook deze transactie heb ik niet expliciet vooraf gemeld aan de RvC. Ook deze post is in de jaarrekening verantwoord. De Accountantskamer heeft nu geoordeeld dat voor beide transacties conform de statuten expliciet aan de RvC goedkeuring had moeten worden gevraagd. Uiteraard betreur ik dat ik me dit op het moment van aangaan van de transacties niet heb gerealiseerd. Ik hecht eraan te melden dat ik nimmer de intentie gehad informatie achter te houden of iemand te misleiden.’
Meer moeite heeft Delger met het tweede onderdeel waarop de klacht tegen hem gegrond is verklaard: de belastingpositie in de halfjaarcijfers 2020. Die mist een deugdelijke grondslag, is het oordeel van de Accountantskamer. De voormalig bestuursvoorzitter geeft aan dat de belastingpositie eens per jaar, op 31 december, werd bepaald in overleg met KPMG Meijburg. ‘Ten behoeve van de halfjaarcijfers werd slechts een schatting gemaakt. In november 2021 werd mij voor het eerst door de klagers verweten dat deze schatting niet juist zou zijn. Ik was op dat moment al geschorst en kon de documenten en berekeningen die ten grondslag lagen aan de schatting van de belastingpositie per 30 juni 2020 niet meer benaderen. In mijn verweer tegen deze klacht moest ik het dus ook doen met hetgeen ik in mijn geheugen heb opgeslagen.’
Tuchtrechter slaat zelf aan het schatten
Delger vindt het vreemd dat de Accountantskamer geen acht slaat op zijn verweer dat hij uit zijn geheugen moest onderbouwen hoe de schatting tot stand is gekomen en vervolgens zelf een schatting is gaan maken van de belastingschuld. ‘Terwijl het in mijn beleving aan de klagers is om mijn verweer te weerleggen.’ Over de schatting van de belastingschuld door de tuchtrechter heeft Delger zich niet schriftelijk kunnen uitlaten. ‘Dit gegeven lijkt mij niet passend in het kader van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor.’
Bevestiging
Verder benadrukt Delger dat ernstige beschuldigingen als niet of onvoldoende onderbouwd zijn verworpen door de Accountantskamer. ‘Er zou volgens klagers sprake zijn geweest van het verstrekken van onjuiste halfjaarcijfers per 30 juni 2019, jaarrekeningfraude, opzettelijke misleiding en ‘malversatie’ van cijfers. De Accountantskamer heeft geoordeeld dat deze verwijten zonder uitzondering ongegrond zijn onder andere omdat zij niet of onvoldoende zijn onderbouwd.’ Verder is ook de veelbesproken geluidsopname als ongeldig bewijst aangemerkt. ‘Ik zie het oordeel van de Accountantskamer als een bevestiging van mijn standpunt dat ik nimmer de intentie heb gehad om iemand te misleiden of zaken anders voor te doen dan ze zijn.’
Delger moet nog nadenken over een eventueel hoger beroep. ‘Daarbij heb ik onder meer af te wegen wat de impact is van deze zaak op mijn gezin en mijn persoon, het gegeven dat ik graag verder wil met ons leven, de kosten van rechtsbijstand van een hoger beroep, de kans van slagen van een hoger beroep en onder meer ook of klagers in hoger beroep zullen komen.’
‘Te allen tijde juist en volledig’
Delgers advocaat Marc Kelder wil in de kantlijn nog een opmerkelijk element uit de uitspraak belichten. ‘In de uitspraak schrijft de Accountantskamer expliciet: ‘Betrokkene diende juiste en volledige cijfers te rapporteren’ en voegt daaraan ook nog toe ’te allen tijde’. Wat wordt daarmee bedoeld? En wat zijn juiste en volledige cijfers? Daar kun je op zichzelf al een boom over opzetten. Ik vind het bijzonder dat de Accountantskamer het zo ongeclausuleerd opschrijft.’
De Stichting Algemeen Managementadvies, die de klacht had ingediend, wil nog niet inhoudelijk reageren en bestudeert de uitspraak nog, zo laat een woordvoerder weten.




Geef een reactie