Dat blijkt uit cijfers van het Europese statistiekbureau Eurostat. Vorig jaar was het (verwachte) gemiddelde aantal werkzame jaren van 15-plussers in de EU 37,2 jaar. In zes lidstaten is de gemiddelde arbeidsduur meer dan 40 jaar. Nederland gaat aan kop met 43,8 jaar, daarna volgen Zweden (43 jaar) en Denemarken (42,5 jaar). Ook in Estland, Ierland en Duitsland werken mensen 40 jaar of langer. Roemenen werken een stuk korter en komen tot gemiddeld 32,7 jaar arbeid, net iets minder dan de Italianen (32,8 jaar).
Vrouwen werken vier jaar korter
Mannen zijn gemiddeld 39,2 jaar aan het werk, waarbij Nederlanders het gemiddelde dus flink opkrikken. Denen moeten met 44,2 jaar ook lang aan de bak, terwijl Roemenen, Kroaten en Bulgaren met 36 jaar werk de kortste carrières hebben.
Vrouwen in de EU leven ruim vijf jaar langer, maar werken ruim vier jaar korter dan mannen. Zij noteren gemiddeld 35 werkjaren. Hier wordt Nederland voorafgegaan door Estland (42,2 jaar) en Zweden (42,0 jaar). Nederlandse vrouwen werken gemiddeld 41,8 jaar). Italiaansen vieren gemiddeld al na 28,2 jaar hun afscheidsfeestje op het werk. Alleen in de Baltische staten werken vrouwen gemiddeld langer dan mannen.
Pleister op de wonde voor de Nederlanders is dat het inkomen na pensionering hier met 93,5% van het inkomen vóór de pensioenleeftijd riant te noemen is, al komen de kortwerkende Italianen met 82,6% ook goed uit de bus. Of Nederlanders behalve langer ook harder werken dan gemiddeld, vermeldt het onderzoek niet.


Geef een reactie