Het in Texas gevestigde Starlink biedt via duizenden eigen satellieten een oplossing op plekken waar de internetverbinding slecht is. Daar maken inmiddels miljoenen mensen gebruik van. De winst die dat oplevert, stroomt niet direct naar de VS, maar gaat eerst naar de Herengracht 124 in Amsterdam. Daar zit een dochterbedrijf dat zelf weer in minstens tachtig landen Starlink-dochters heeft. Zoals in Zambia, dat normaal gesproken 20% belasting heft op winst die richting buitenlandse moederbedrijven gaat.
Winst vanaf de gracht onbelast de grens over
Door een belastingverdrag gaat dat voor Nederland echter niet op: als de winst naar ons land stroomt, heft Zambia maar 5%. Nederland heeft bijna honderd van die afspraken met landen wereldwijd – grotendeels ontwikkelingslanden. Dus een fictief moederbedrijf in Nederland levert forse belastingvoordelen op voor multinationals als Starlink. Want de winst die aan de Herengracht wordt geboekt, mag daarna onbelast door naar Texas.
Aan die gracht zit de Nederlandse Starlink-tak in een pand dat wordt verhuurd door Spaces, gespecialiseerd in flexwerkplekken. De baliemedewerker heeft er nog nooit iemand gezien. Post wordt maandelijks doorgestuurd naar het buitenland. Volgens het Handelsregister heeft Starlink Holdings Netherlands BV geen werknemers. Wel twee bestuurders die in Amerika zitten en het jaarverslag tekenen.
Met een beroep op een antimisbruikbepaling zou bijvoorbeeld Zambia alsnog belastinggeld kunnen claimen omdat het gaat om een brievenbusfirma. Maar vaak weten deze landen niet dat daarvan sprake is.



Was het niet Obelix die eens zei: slimme jongens die Romeinen? En toen speelde het belasting heffen nog nauwelijks. Misschien los van de Urinebelasting in Rome, want geld stinkt niet. Dus is de vraag waarom zouden we anno nu dan geen ge- of misbruik maken van de gaten die de wetgever laat ontstaan en vooral ook laat bestaan?