Daarmee krijgt de nasleep van een van de grootste Britse bedrijfsfaillissementen van de afgelopen decennia opnieuw een juridisch vervolg.
Voormalig financieel directeur Richard Adam mag vijftien jaar lang geen accountantstaken meer uitvoeren, melden Britse media. Zijn opvolger Zafar Khan kreeg een verbod van tien jaar opgelegd. Daarnaast legde de toezichthouder hen boetes op van respectievelijk ruim 222.000 pond en ruim 60.000 pond. Volgens de FRC hebben beide mannen erkend dat zij zich schuldig maakten aan misstanden rond grote Britse bouwcontracten, financiële transacties en een supply chain finance-constructie die de financiële prestaties van Carillion tussen 2013 en 2017 rooskleuriger deed lijken dan ze waren.
Ook drie andere, niet bij naam genoemde senior accountants bij Carillion zijn bestraft. Zij zouden “roekeloos hebben gehandeld en niet integer hebben opgetreden” bij het opstellen van de jaarrekeningen van Carillion. De drie kregen beroepsverboden van twee tot acht jaar en boetes die in het kader van schikkingen werden verlaagd.
Carillion ging begin 2018 failliet met een schuldenberg van circa 7 miljard pond. Het concern had wereldwijd ongeveer 43.000 werknemers en werkte aan honderden publieke projecten in het Verenigd Koninkrijk, waaronder scholen, wegen, gevangenissen, ziekenhuizen en de uitbreiding van het stadion van voetbalclub Liverpool FC. Door het faillissement verdwenen duizenden banen en liepen infrastructurele projecten grote vertragingen en kostenoverschrijdingen op.
Kritiek op KPMG en toezichthouder
De affaire leidde eerder al tot forse kritiek op zowel accountantskantoor KPMG als de Britse toezichthouder zelf. De FRC legde KPMG eerder een recordboete van 21 miljoen pond op wegens ernstige tekortkomingen bij de controle van de jaarrekeningen van Carillion. Volgens de toezichthouder was sprake van een “schoolvoorbeeld van falen”, waarbij accountants onvoldoende kritisch en objectief opereerden. De boete werd wel verlaagd omdat KPMG schuld bekende en meewerkte aan het onderzoek.
De ondergang van Carillion geldt nog altijd als een symbool van falend toezicht en gebrekkige accountantscontrole in het Verenigd Koninkrijk. De zaak leidde tot meerdere door de overheid gesteunde onderzoeken naar de auditsector en tot oproepen om de Britse accountantstoezichthouder ingrijpend te hervormen.


Geef een reactie