Boekhoudfraude
Evergrande groeide uit tot een van de grootste projectontwikkelaars van China door grootschalige financiering via banken en bouwbedrijven. In 2021 kwam het concern in zwaar weer terecht toen het zijn schulden niet meer kon aflossen, wat bijdroeg aan een bredere vastgoedcrisis in China. Pogingen tot herstructurering mislukten, waarna een rechter in Hongkong het bedrijf twee jaar geleden opdracht gaf tot ontbinding. Van de totale schuldenlast van circa €254 miljard bleef een groot deel onbetaald.
Chinese toezichthouders beschuldigen Evergrande ervan de omzet met zo’n €70 miljard te hebben opgeblazen door inkomsten te vroeg te boeken. Hui zou hierin een centrale rol hebben gespeeld. Naast strafrechtelijke vervolging kreeg hij een miljoenenboete opgelegd en is hem een levenslang handelsverbod op de beurs opgelegd.
PwC verwikkeld in juridische strijd
Ook PwC ligt als controlerend accountant van Evergrande onder vuur. Curatoren van het failliete concern hebben PwC aangeklaagd wegens nalatigheid en misleiding en treffen het kantoor in mei voor de rechter in Hongkong. De inzet van de zaak is onder meer of PwC aansprakelijk kan worden gehouden voor het niet signaleren — en mogelijk verdoezelen — van grootschalige fraude in de jaarrekeningen.
Chinese toezichthouders concludeerden eerder dat de Chinese tak van PwC fouten maakte bij de controle en legden in 2024 een recordboete van €58 miljoen en een schorsing van zes maanden op. Volgens hen zou de accountant fraude ter waarde van circa €72 miljard in 2019 en 2020 actief hebben goedgekeurd. De affaire leidde tot reputatieschade, het verlies van tientallen klanten en interne maatregelen binnen PwC, waaronder ontslagen en sancties voor betrokken medewerkers.
PwC erkende dat het uitgevoerde werk onder de maat was en heeft maatregelen genomen om de kwaliteitscontrole te verbeteren. De komende rechtszaak moet duidelijk maken in hoeverre de accountant medeverantwoordelijk wordt gehouden voor de ondergang van Evergrande.
(NOS/AV)


Geef een reactie